Bloemen en planten a t/m e

A.

* Groene aanslag op terrastegels zijn gemakkelijk weg te krijgen door een plantenspuit te vullen met water en een scheut schoonmaakazijn. Spuit dit op de tegels en de aanslag is na een paar dagen verdwenen.

* Een zoete aardappel valt binnenshuis te kweken als u die plant in een mengsel van turfmolm en zand. U kunt de aardappel echter ook in een pot met water zetten, dat u iedere week tweemaal moet verversen. Het water moet halverwege de aardappel staan. Zoete aardappelen hebben zeer aparte scheuten met donkergroene, klimopachtige bladeren, die al naar u wenst, gaan hangen of klimmen.

* Gebruik kant-en-klare toetjesbakjes voor het voorzaaien van tomaten, aardbeienplantjes, etc, ook handig zijn eierdozen.

Gaan uw aardbeien bloeien, schoffel gedurende die tijd uw bedden dan niet.

Geen vruchtdragende aardbeienplanten moet u verwijderen.
Stro tussen de planten geeft mooie, schone aardbeien.
Na drie jaar geeft de aardbeiplant minder aardbeien.

 

 

 

 

* Nieuwe aardewerk bloempotten moeten eerst enkele uren in water ondergedompeld blijven. Ze kunnen zich dan volzuigen met water, zodat ze daarna geen vocht meer aan de potaarde onttrekken.

* Aardpeer oftewel topinamboer kunt u in maart of april zaaien. Van dit wat minder bekende maar oersterke gewas zijn verschillende rassen verkrijgbaar. Gigant is een ras dat bloeit en grote gladde knollen geeft. Dat is gemakkelijker bij het schoonmaken. Witte of Blanc geeft een hogere opbrengst van witte knollen, maar de kans op onregelmatige vertakkingen is bij dit ras weer groter. De beste culinaire kwaliteit geeft naar verluidt het roodschillige ras Fleuron d’Anjou.

* De aardvlo is eigenlijk geen vlo, maar een klein springend kevertje, dat vooral bij droog weer een waar schrikbewind uitoefent in de tuin. Vooral het jonge zaaigoed heeft te lijden van deze vraatzuchtige diertjes, die met zo velen zijn, dat er soms niets van de plantjes overblijft. Het is niet gemakkelijk de aardvlo milieuvriendelijk te bestrijden, maar men kan het proberen met koud water, de aartsvijand van de aardvlo. Men moet dan wel minstens tien keer per dag de jonge plantjes besproeien. Alle kans dat de aardvlo op de vlucht slaat, terwijl een dag of tien rust de plantjes zo sterk maakt dat de aardvlo hem minder kwaad kan doen.
Bij kamerplanten wordt de aardvlo verdreven door lucifers met de kop naar beneden in de aarde te steken.
Met een plankje ingesmeerd met teer vangt men de aardvlooien die tussen de jonge aanplant in de tuin zitten. Ze springen erop en kleven vast.
Radijsjes worden vaak aangetast door aardvlooien, maar als men bij de radijs sterrekers zaait, komt er geen aardvlo in de buurt.

* Afrikaantjes zijn de vrolijkste zomer bloeiers die u zich voor kunt stellen. Er zijn drie rassen “Lemon Green

(citroengeel), “Golden Gem” (oranjegeel) en Verschillende kleurtjes.

“Paprika” (roestrood).
Voorzaaien binnenshuis gaat heel makkelijk, en buiten kunt u ook ter plaatse zaaien, wat later in het voorjaar. Het blad geurt, niet romantisch zoet, maar heerlijk fris naar citroen.
Afrikaantjes gaan aaltjes in de grond tegen.

* Ook in de halfschaduw is akelei een gemakkelijke plant. Probeer na de bloei eind juni, zo weinig mogelijk op die plek te schoffelen Grote kans dat de bloemen zich dan gaan uitzaaien.

* Alliums  zijn van mei (Allium ‘Purple Sensation’) tot en met juli (Allium sphaerocephalon) met hun rond bloemen een sieraad in elke tuin. (allium=sierui).

* Bij Amaryllus bloemen kunt u plakband wikkelen om het uiteinde van de steel.

* Uit het kruintje van de ananas is binnen een ananasplant te kweken. De bovenste schijf van de ananas (met het kroontje eraan) wordt in de aarde gestoken. Een plastic zakje er omheen zorgt voor de juiste broeitemperatuur.

* Japanse andoorn (Crosne) is en onbekend gewas, maar leuk om eens te telen. U start met het planten van de kleine geribbelde knolletjes; ong. 3 bij elkaar met tussenafstanden van 30 cm. Gedurende de zomer groeien die uit en ontstaan er, net zoals bij aardappelen, meerdere nieuwe knolletjes. Die rooit u in de herfst weer op. Enkele zijn nodig voor het volgende teeltseizoen en de rest is voor consumptie. Ze zijn heel te eten en u kunt ze frituren, stoven of roerbakken.

* Anemonen zien er kwetsbaar uit, maar zijn in werkelijkheid juist ijzersterk. Ze kunnen wel 14 dagen blijven staan. Zet ze wel altijd in een klein laagje water. (niet meer dan 5 cm.). Als het water te hoog staat, kruipt het te snel omhoog en kan de stengel bij de vaasrand afsterven.

 

 

 

 

* Een anthurium komt uit de tropen, waar deze plant in het wild groeit. Het is een allemansvriend, die geen hoge eisen stelt aan verzorging. Als u haar voldoende aandacht geeft, kan de anthurium het hele jaar door bloeien. Zet de plant op een lichte plek, geef regelmatig water en af en toe wat plantenvoeding.

* De appelboom kan alleen bevrucht worden door een appelboom van een andere soort,. Zonder ingrijpen van de mens zou elke appelboom een andere soort zijn. Al duizenden jaren worden appelbomen daarom geënt. Een stuk van de stam (de ent) wordt vastgemaakt op een stam van een andere boom. De ent geeft precies dezelfde soort boom. En dus dezelfde soort appel.
Appels beginnen als bloesem. Bijen of andere insecten nemen tijdens de bloeiperiode stuifmeel uit de bloesem mee en bevruchten zo een andere bloesem.
Na de bloeiperiode ontstaan er kleine vruchtjes aan de boom. De appels groeien de hele zomer door tot ze in het najaar klaar zijn om te plukken. Het hele groeiproces kan afhankelijk van de soort wel 150 dagen duren.
* Asters, chrysanten, goudsbloemen en zonnebloemen moeten voor minstens de helft ontbladerd worden, aangezien de bladeren de oorzaak zijn van het vuil worden van het water, waardoor de bloemen spoedig verwelken.

* Uit een avocado pit is een prachtige bladplant te kweken. De pit op drie cocktailprikkers in een wijd glas zetten, zodat de onderkant het water net niet raakt. Na een maand of twee komen wortel en eerste kiembladen tevoorschijn.
Doe ze dan in een mengsel van zand en turf, lekker vochtig en na een jaar heeft u een mooie groene plant.

 

 

 

 

 

B.

* Bepaalde badkamerplanten gedijen uitstekend in de badkamer mits er verwarming en voldoende invallend licht is. Een aardige versiering voor de badkamer zijn: cyperus, asparagus, Kaaps viooltje, varens en chlorofytum.

Bakkerstorren kunnen worden vernietigd als ze een mengsel van borax met suikerwater eten.
Ook met meel en gelijke delen insektenpoederen borax vermengd kunnen de bakkerstorren worden verdelgd. Strooi dit mengsel voor het naar bed gaan op de vloeren en ’s ochtends zijn de bedwelmde bakkerstorren makkelijk op te vegen en weggegooid.

* Op een schaduwrijk balkon is het houden van enig groen vaak moeilijk. Planten zoals vlijtigliesje, fuchsia’s en sommige begonia’s willen het daar ook wel doen.  Ook een fuchsia en sneeuwbal (Viburmum tinus) gedijen daar goed.
Waar een koel, donker balkon is, groeien een dwergrododendron, hosta, sneeuwbal (Viburnum tinus) skimmia, viooltjes, vlijtigliesje, fuchsia, klimop (Hedera Helix) eikvaren en steenbreekvaren (Asplenium) goed.
Tomaten en bonen kan men goed in ruime potten op een zonnig balkon kweken, wel uit de wind houden en de planten een steunstokje geven om langs te groeien.
Grijsbladige en rots- en kuipplanten zijn ideaal voor een balkon waar de zon de hele dag schijnt. Dus zijn vetkruid (Sedum), huislook (Sempervivum), laurier (Laurus nobilis), lavendel, bamboe en kattenkruid (Aucuba japonica) daar geschikt voor.

* De bladbegonia mag u niet in het volle zonlicht zetten, plaats haar wel in het volle licht en verplaats haar niet. Het natmaken van de bladeren mag u alleen op warme dagen in de zomer doen.
De begonia doet het het beste bij een temperatuur van 18 C. Als de plant te donker staat, gaan de blaadjes naar het licht reiken en daardoor verliest de plant zijn compacte vorm.
De begonia hoeft niet zoveel water te hebben, twee keer in de week is voldoende.
Het is heel gemakkelijk om een begonia te stekken. Snijd een blad in blokjes, waarbij u ervoor zorgt dat in elk blokje een stukje nerf zit. Leg de blokjes op de aarde en druk ze er een beetje in, de snijkant naar beneden. Daaraan komen vanzelf worteltjes.

De kamerbegonia moet in donkere dagen veel licht hebben, maar weinig water en beslist geen (kunst) mest.

Vermeerderen van begonia’s kan door stengelstekken. Leg daarvoor de knollen binnen op een warme plaats in een platte zak. Op de bodem komt eerst een dun laagje compost. Daar komen de knollen in te liggen, zodanig dat ze maar net grond aan de voeten hebben. Leg er iets op, zodat de zon niet in de bak kan schijnen. Zorg ervoor, dat de grond steeds vochtig blijft. Als er bovenop de knol kleine groene uitlopers verschijnen, is het tijd om de afdekking te verwijderen.

 

 

 

Wanneer de uitlopers zo’n 5 cm. zijn kunt u ze snijden, op één na die aan de bol blijft zitten. De uitlopers komen in een bak met zand gemengd met turf. Doop ze eerst in stek- of wortelpoeder. Na veertien dagen in de schaduw hebben ze worteltjes en kunnen ze naar een bloempot met compost. Zet deze op een warme plek in de zon. Daarna afharden en buiten uitplanten.
Begonia’s zijn vatbaar voor schimmel. Door in de aarde rond de plant lucifers met de kop naar beneden te steken is schimmel te voorkomen.

* Bemesting:
1. Bemeste tuingrond: basisproduct om tuingrond aan te vullen
2. GFT compost: gemaakt van groente, tuin- en fruitafval
3. Siertuin compost: een iets hoogwaardiger product met meer voedingsstoffen
4. Potgrond: basisproduct voor potten en balkonbakken
5. Potgrond special: met langdurig werkende meststoffen
6. Kokos potgrond: prima voor potten, maar ook goede en milieuvriendelijke vervanging van tuinturf
7. Zaai- en stekgrond: voor in uw zaaibakken en stekpotjes
Planten in potten hebben altijd bemesting nodig. Korrels of tabletten die langzaam voedingsstoffen afgeven in de grond, kunnen samen met de planten in de pot worden gestopt. Zo hebben de planten genoeg voedsel voor de hele zomer.
Het geven van vloeibare bemesting is ook mogelijk: elke week een scheutje bij het gietwater en u ziet de plant opfleuren.

*In tegenstelling tot de zwarte bes draagt de rode bes de meeste vruchten op de oude takken. Om de struik toch jong te houden snoeit u zo nu en dan een oude tak eruit met een snoeischaar of takkenschaar.
* Bessentakken die men een tijdje wil bewaren, blijven langer goed door ze in een pot met vochtig zand, op een koele plaats te zetten.

* Een beukenhaag kan een goede afscheiding vormen in de tuin. Om hem goed te laten groeien moet men door de plantgrond een flinke hoeveelheid bosgrond waarop de beuken hebben gegroeid, mengen.

* Bitterblad (Exacum affine) lijken met hun bloemetjes op die van de aardappels maar deze plant is geen familie van de nachtschade. De vrolijke bloemen zijn blauw-paars of wit, afhankelijk van de soort potgrond. De standplaats is niet zo belangrijk, al is een beetje licht natuurlijk altijd welkom. Geef om de dag een beetje water, maar niet te veel tegelijk, want de worteltjes rotten snel.

* Zelf bladaardemaken:

 - Vul een vuilniszak met afgevallen bladeren, knoop de zak dicht en prik er een paar gaten in. Zet hem in de schaduw en schud hem af en toe om. Na ong. een jaar kunt u deze bladaarde mengen met de aarde bij uw planten.

* Stevige bladeren van planten worden glanzend als u ze afneemt met een spons gedrenkt in melk.
Bladeren van planten hebben af en toe water nodig om ze schoon te houden. Zet ze eens buiten in de regen. U kunt ze ook goed afnemen met een plumeau.
Bladeren van grote bladplanten houden van een dagelijkse douche. Het beste kan daarvoor de plantenspuit worden gebruikt.

* Bladluizen zullen de rozen mijden als er tussen de struiken lavendelplanten of uien staan.
Ook helpt het om een teentje knoflook naast de wortels van de rozenstruiken in de grond te stoppen tegen bladluizen.
Milieuvriendelijke middelen tegen bladluis zijn:  Kook een bos brandnetelbladeren een kwartier in ruim water. Haal de bladeren uit het water en voeg een eetlepel groene zeep toe. Verdun het extract door op één kop vier koppen water toe te voegen.

 

 

 

Nadat het extract is afgekoeld is het klaar om in een plantenspuit te gieten. Even sprayen en weg is de bladluis ,of:
een aftreksel van brandnetels – een kilo brandnetels minstens 24 uur onder water (ca. 1 l.) laten staan – verstuiven over de aangetaste plant. Planten af en toe een bad van deze brandnetelgier geven als preventief middel.
In het najaar wordt het vochtiger, dus controleer planten op bladluizen. Door de groeispurt van de afgelopen maanden, zijn de sappige bladen ideaal werkterrein voor bladluizen. Een paar luizen is niet erg, maar grote aantallen kunnen beter worden bestreden. Zij kunnen zich namelijk razendsnel uitbreiden en in korte tijd kunnen meerdere generaties ontstaan. U kunt de bladluizen gewoon wegspuiten met een harde waterstraal.

* Blauwe druifjes lenen zich uitstekend om in grote groepen te worden geplant. Zet eens een dichte rij blauwe druifjes voor een groepje heesters. Ze zorgen op die plek voor een bruisend blauw accent.

* Als u blauwe planten of bloemen in uw tuin wilt zetten, plant ze dan vooraan want de kleur blauw valt gauw weg in uw tuin.

* Blauweregen is een klimmer met een enorme groeikracht. Ideaal om tegen een pergola of muur te planten.
Ook bij de blauweregen kan bloei jarenlang achterwege blijven. Zet deze klimmer bij voorkeur op een zonnige plek sn snoei de uitlopers in januari en in de zomer terug. Dit zal het vormen van bloemknoppen bevorderen.

* Sommige planten, zoals ficus, kerstster en Christusdoorn, gaan bloeden als men ze stekt. (Oppassen met het sap van de Christusdoorn, dat giftig is). Het bloeden kan worden gestelpt met behulp van sigaren- of sigaretten as.

* Ook in de winter kan men bloeiende takken in huis hebben door bv. vlier- en lauriertakken af te snijden en in een warme kamer te zetten, terwijl in het vroege voorjaar de forsythia (nog in de knop) zich daarvoor leent.

* Saai grijze, eterniet bloembakken kunnen worden geverfd met betonverf.
Bloembakken op balkons of terras moeten vaak water hebben en wekelijks mest.
Het geven van water in de bloembakken gaat makkelijker als de bak niet tot de rand met aarde is gevuld.
Plastic bloembakken en potten moeten gaatjes in de bodem hebben om te voorkomen dat de plant verdrinkt.
Om geen kringen van bloembakken en -potten te krijgen op uw tuintafel kunt u onder de bloembakken plakjes kurk plakken. De kringen behoren dan tot het verleden.

* Hoe later de bloembollen in de herfst de grond in gaan, des te later heeft men er in het voorjaar plezier van.
Pas geplante bloembollen zijn erg gevoelig voor nachtvorst. Men kan het beste direct een goede bedekking van turfmolm, blad of takken aanbrengen tegen eventuele vroege nachtvorst.
Lege eierdozen kunnen dienst doen als bewaarplaats voor bloembollen.
Het blad van bloembollen zoals tulpen en narcissen, wordt langzamerhand geel in april/mei. Haal de bladeren nog niet weg. Als ze namelijk worden weggeknipt maken de bloembollen geen voedingsstoffen meer aan. En dan bloeien de bloemen volgend jaar niet meer.
Knip de bloemen weg en laat de rest staan. Laat de bollen gewoon in de grond zitten en geef ze wat mestkorrels.
Van bloembollen plant de bollen altijd rechtop met de neuzen naar boven. Aan de verdroogde wortelresten kunt u trouwens goed zien wat de onderkant is.
Het planten van bloembollen is een kinderlijk eenvoudig werkje. Steek er als geheugensteuntje een labeltje bij om te onthouden wat u geplant heeft. Kies voor een kleurenthema en plant allerlei soorten bloembollen in verschillende schakeringen van één kleur in de tuin of in potten op het terras.
Voor een doorlopende bloei zet u de bloembollen dicht bij elkaar in laagjes met aarde ertussen. Grote bollen onderin en kleine bolletjes bovenin.
Bloembollen planten is makkelijk; en goede vuistregel is: plant een bloembol tweemaal zo diep als hij hoog is.
Bloembollen doen het prima onder bomen, struiken of in het gazon. Ze bloeien zelfs op plaatsen waar andere planten het laten afweten.
Ook in potten en bakken doen bloembollen het goed. Kies altijd ruime potten met afvoergaten en leg een laagje potscherven onderin. Gebruik verse potgrond.
Weet u in het najaar nog niet waar u de bloembollen wilt hebben? Plant ze dan in potten om ze in het voorjaar neer te zetten in de border, op het terras of op het balkon.
Koop bloembollen bij betrouwbare aanbieders. Bloembollen moeten stevig aanvoelen en er gezond en niet verdroogd uitzien. Om zeker te zijn van topkwaliteit kijk naar een keurmerk.

* Om afgesneden bloemen in een vaas langer fris te houden, legt u een beetje stijfsel in het water.

Wilt u op een feestje met een bloem in uw knoopsgat verschijnen, brand dan het steeltje eerst even af met een lucifer. De bloem blijft dan langer goed. Laat bloemen eerst een poosje in het papier en in water staan, voordat u ze in de vaas doet en snijd de stelen schuin af, zodat het water gemakkelijk kan worden opgenomen. Plaats geen anjers of rozen in de nabijheid van een schaal, waarop appels liggen. De bloemen zullen spoedig verwelken. Begiet uw bloemen op warme dagen niet met koud, maar met lauw water.

 

 

 

 

Wilt u bloemen in een vaas langer goed houden, doe dan een paar druppels kamferspiritus in het water.
Verwijder uitgebloeide bloemen dit bevordert de bloei van de overige bloemen en geeft een verzorgde aanblik.
Bloemen die snel verwelken kan men weer oppeppen door een aspirientje in de vaas te doen.
Planten gedijen het best wanneer verwelkte bloemen en blaadjes er regelmatig worden uitgehaald. Bij cyclamen en Kaapse viooltjes moeten de uitgebloeide bloemen niet afgeknipt worden, maar afgedraaid.

Zet uw snijbloemen in priklimonade in plaats van gewoon water. Ze blijven langer goed.

Bloemen die u een weekend lang moet bewaren, kunt u in de koelkast leggen als deze op de minimumstand staat.
Bloemen en bladeren kunnen worden gedroogd tussen vloeipapier in een dik boek, maar dan bestaat de kans dat er vlekken in het boek komen.
Uienbloemen zijn erg decoratief en gemakkelijk zelf te drogen. Men moet ze echter niet ondersteboven hangen omdat de stelen dan kromtrekken. Het beste gaat het als u ze in een vaas zonder water laat staan.
Vrijwel alle bloemen kunnen gedroogd worden als men het boeket omgekeerd op een droge, luchtige en donker plaats hangt.
Een betere methode is de bloemen en bladeren te drogen in een speciaal droogpersje. Zij zijn wel in de handel, maar men kan ze ook zelf maken met behulp van een paar stukken hardboard en boutjes met een vleugelmoer. In het persje worden de bloemen tussen filtreer- of krantenpapier gelegd.
Als u bloemen koopt, kijk dan naar het snijvlak van de stelen. Die kunnen u vertellen over de versheid van de bloemen.
Bloemen waar de blaadjes van uitvallen, kunt u nog één of twee dagen langer houden, door ze aan te stippen met kleurloze nagellak. Geknakte stengels met plakband omwikkelen.
Bloemen spreken een symbolische (poëtische) taal:
De roos is de bloem der liefde.
Voor viooltje staat nederigheid.
De lelie betekent onschuld.
De korenbloem standvastigheid.
De lauriertak duidt op roem.
De ridderspoor eer.
De cypres rouw.
De eikentak kracht.

* Hoge bloemenvazen staan steviger als op de bodem een laagje zand of kiezelstenen wordt gestrooid
Bolbuikige bloemenvazen zijn erg leuk, maar als u er bloemen in schikt, valt het geheel uit elkaar. Doe het eens als volgt: neem een yoghurtbekertje en knip de onderkant eruit. Die het bekertje in d vaas en zet daar de bloemen in. Het staat veel beter en u ziet er niets van.

Bloempotten  dienen schoon te zijn om zuurstof door te kunnen laten.
Tussen bloempot en sierpot moet een beetje ruimte zijn aangezien anders de zuurstoftoevoer naar de plant wordt belemmerd. Is de ruimte tussen beide potten zo groot dat de plant als het ware dreigt te ‘verdrinken’ in de sierpot, dan kan de bodem worden opgehoogd met ca. 4 cm. zand, fijn grind of knikkers. Dit laagje mag evenwel nooit onder water komen te staan en het moet regelmatig worden ververst.
Bloempotten worden waterdicht, als u ze in paraffine doopt.
Lelijke witte kalkvlekken verdwijnen weliswaar ook door afwrijven met azijn, azijnessence, staalwolsponsjes, maar met nog minder moeite gaat het als u een WC reiniger gebruikt.

* Wil men slechts een paar bloemen in een vaasje zetten, dan moet men een oneven aantal nemen. Volgens de regels van het bloemschikken.
Handige hulpmiddelen bij het bloemschikken zijn, naast bloemprikker en oasis, een stukje kippengaas, een paar rabarber- of koolbladeren. Als vulling kunnen o.a. gipskruid en takjes van de conifeer worden gebruikt.
Is de vaas die men wil gebruiken te wijd en te ruim, dan kan men er een kleiner vaasje inzetten. Er is niets meer van te zien als men de bloemen er inzet.

* Bloesemtakken blijven langer goed in water, waarin een flinke schep suiker is toegevoegd.
Door stelen van bloesemtakken plat te slaan kunnen ze meer water opnemen en blijven ze langer mooi.

* Boekenluis voelt zich ook op zijn gemak op andere plaatsen dan boeken, bv. in meel, havermout en meubilair. Frisse lucht en zon zijn zijn vijanden en wanneer u hem in een pak meel aantreft kunt u dat beter weggooien.

* Een klein boeket in een grote vaas? Dat kan als u een kleine vaas in de grote zet, zodanig dat het niet te zien is.
Het boeket valt dan ook niet uit elkaar.
Schenkt u een boeket uit eigen tuin, snijd dan de bloemen af zo vroeg mogelijk in de morgen. Daarna inpakken in vochtig gemaakt papier.
Wilt u lang plezier hebben van uw bosje hei uit een boeket? Zet de takken in een plastic emmer, die voor 3/4 gevuld is met vers water, vermengd met 1 l zoutzuur van de drogist; vervolgens de stelen samenbinden en met een knijper aan de waslijn hangen. Als ze gedroogd zijn, vallen de bloempjes niet meer uit. Doe wel rubberhandschoenen aan.
Zomerbloemen uit de tuin als boeket behouden hun kleur en stevigheid als ze met de kopjes naar beneden in een emmer worden gehouden, terwjil deze door een tweede persoon voorzichtig met volkomen droog, fijn zeezand wordt gevuld. Op zijn vroegst na zes weken eruit halen.
Grassen en aren, maar ook takken met bloemvruchten bv. van papaver of juffertje in ‘t groen, ondersteboven op een schaduwrijke plaats te drogen hangen.
Takken met herfstloof afsnijden, zodra de bladeren beginnen te verkleuren. Dan de bladeren één voor één droogstrijken met een strijkijzer, ze vallen niet af. Dit is bijzonder geschikt voor beukentakken. Men kan de takken ook in een mengsel van half water, half glyvcerine neerzetten en ze er na een week uitnemen. Ze blijven maandenlang mooi, ook in een boeket.
Wilt u dat siergrassen meerdere jaren goed blijven, bestrijk ze dan met spiritus of lak en dompel ze er snel in onder. Wel krijgt de oppervlakte van het boeket door de lak een lichte glans.

* Boerenjasmijn kunt u op de plek zelf vermeerderen door de jonge scheuten af te leggen. Neem hiervoor een soepele scheut, buig deze naar de grond en schraap wat bast weg. Op deze plek zullen zich snel wortels vormen. Leg de scheut op de grond, prik hem vast met een tentharing en dek af met wat aarde. Bescherm de jonge scheut tot slot met een steen. Na den groeizame zomer is de scheut geworteld en kan hij in de herfst van de moederplant worden afgeknipt om opnieuw uitgeplant te worden.

* Echte bonsai’s, vaak tegen de 100 jaar oud, zijn duur en in centraal verwarmde ruimten moeilijk in leven te houden. Snijd in plaats daarvan in januari of februari een, niet helemaal goed in ontwikkeling gekomen, vergroeide tak van een haagbeuk. In sfagnum zetten, in een platte schaal doen, deze met kiezelstenen vullen. Het sfagnum moet ook met kiezelstenen bedekt zijn. Dagelijks vers water bij doen. Houd de kamerlucht vochtig.

* Geef buitenplanten die in de border staan één keer per week veel water. Dat is beter dan elke dag een klein beetje. Als u dagelijks een beetje water geeft, bereikt het water nooit de wortels. Door eenmaal per week flink wat water te sproeien, ontwikkelen die planten langere wortels, waardoor ze ook dieper in de bodem water opzuigen. Zo raken ze beter bestand tegen drogere periodes.

* Een oude box is prima geschikt om de dienen als hok voor konijnen of cavia’s.  Bekleed de box met een oud beddenlaken tegen de zon en vlecht kippengaas door de spijlen.

* Vooral de jonge dikke groene takken dragen volop bramen, knip de oude bruine takken helemaal af. Zet de jonge takken vast aan de muur of andere ondergrond.

* Afgevallen bladeren zijn goed te gebruiken als (broeiende) onderlaag in broeibakken.

 

 

 

 

* De bromelia heeft een positieve invloed op de luchtkwaliteit in huis en is er in allerlei kleuren.
De bromelia heeft een beetje licht (geen direct zonlicht) nodig en af en toe wat water in de kelk, niet op de grond.
Bijvoeding heeft de bromelia niet nodig.

* Bruine randjes aan uw kamerplanten komen het vaakst voor in de herfst en winter als de verwarming weer aangaat. Keer een schoteltje om en zet het omgekeerd in een laagje water, onderin de bloempot. Het water verdampt langzaam en de plant staat in een vochtiger klimaat.
Ook een manier om de luchtvochtigheid te verhogen bij het stoken met een CV is de plant de cyclaam aan te schaffen. Als de luchtvochtigheid te laag is, geeft de plant vocht af door de huidmondjes op haar bladeren. Hoe droger de lucht, hoe meer vocht de plant afgeeft, wat een gunstig effect heeft op o.a. droge ogen en geprikkelde luchtwegen. Juist in de wintermaanden bloeit de cyclaam uitbundig in de huiskamer, bij voorkeur in vochtige potgrond en buiten het directe zonlicht. Bied de plantin het voorjaar een pot met verse aarde aan.

* Een buxushaag kan nu gesnoeid worden (mei), snoei altijd op een bewolkte dag, anders bestaat de kans dat de hele haag vergeelt door de zon. Van zijtakken van 10 cm. kunt u stekken maken. Een stek met een voetje heeft het meeste kans op volgroeiing. Scheur daarvoor de stek van de buxus voorzichtig van de tak. Haal de onderste bladeren eraf en stop de stek in humusrijke aarde onder een grote boom waar niet te veel zon komt. Zet hem in het volgende voorjaar op de goede plek. Zo wordt de haag de trots van de tuin …. en hij is nog gratis ook.
Blijf bij droog weer regelmatig water geven zodat de aarde rondom de buxus niet uitdroogt.
Om een buxus mooi te houden wordt deze tweemaal per jaar geknipt: half mei en en in augustus september.
De blaadjes van een pas geknipte buxus kunnen gemakkelijk verbranden, knip daarom bij voorkeur wanneer er een aantal dagen minder zonnig weer wordt voorspeld.
Voor het knippen van een strakke buxushaag helpt het om een touw te spannen, zodat u niet scheef knipt.
Voor het knippen van een kegel- pf piramidevorm kunt u gebruik maken van stokken die u schuin langs de buxus steekt.
Het knippen van bollen en speciale vormen zal op het oog moeten gebeuren en vragen wat meer behendigheid van de knipper.

* Trekt het speelse gedans van bijen u aan, dan moet u bernagie of komkommerkruid in uw tuin zetten. Bijen zijn verzot op de blauwe bloemetjes. Het gewas kan behalve als lokmiddel voor bijen dienst doen als groenbemester en bodembedekker. U kunt het kruid gebruiken in sla of bij spinazie.

C.

Cactussen staan ‘s winters graag op een lichte, koele (natuurlijk wel vorstvrije) plaats, terwijl ze in dit jaargetijde maar heel weinig water nodig hebben. Wie zich aan deze bescheiden behandeling houdt, zal de cactussen eerder in bloei krijgen.
De beste cactusaarde is potgrond met een beetje grof zand en fijne klei er doorheen.
De cactus doet het uitstekend voor een raam op het zuiden, waar het veel te warm zou zijn voor andere planten.

* Zet eens wat glaasjes op tafel met calla’s erin. Met zoveel kleuren staat dat heel leuk.

* De campanula (Ster van Bethlehem) een vaste, bloeiende hangplant, staat schitterend als u er een aantal in een mand zet, zodat de bloemen weelderig over de rand kunnen groeien. De grond moet altijd vochtig zijn en tijdens de bloei kan de plant wel wat extra vocht gebruiken. Als u de uitgebloeide bloemetjes weghaalt, maakt u daarmee meer plaats voor nieuwe. et de plant opeen lichte plaats, maar niet in de felle zon. Als de plant wat te slierterig wordt, kunt u er met behulp van groen bloemisten ijzerdraad onopvallend wat meer model in brengen.

* De fijngestreepte blaadjes van de chlorophytum doen wat aan gras denken, maar in werkelijkheid is deze plant familie van de sierlelie. De plant bestaat uit lange uitlopers en daarom is het verstandig om hem of in een hoge pot te zetten, of op een hoge plaats, zoals bovenop een kast. Eigenlijk zijn deze uitlopers allemaal jonge plantjes, die gemakkelijk wortels maken als ze in aarde worden gezet. Deze plant heeft veel water nodig en soms in de twee weken wat vloeibare mest.

* Chrysanten die slap worden, korte tijd in kokend water zetten en meteen daarna weer in koud. De levensduur wordt bevorderd als u de stelen beklopt en ze snel met een lucifer afbrandt.

* Citroengras (Cymbopogon citratus) if sereh wordt veel gebruikt in de Aziatische keuken. Het is een fraaie plant die even geurig als ongebruikelijk is, maar vooral makkelijk te planten. Zet een paar verse stengels (hoe verser hoe beter) in een glas met water, met het dikke uiteinde naar beneden, op een zonnige vensterbank. Citroengrasstengels zijn te koop in toko’s, supermarkten of op de markt. Na een paar weken is er een wirwar van witte, naar citroen geurende worteltjes uit de stengels gekomen die u dan in vochtige compost kunt planten. Zet de plant op een zonnige plek, geef één keer per week water en u heeft het hele jaar door vers citroengras.

* Er zijn veel verschillende soorten clematissen. Zet in de buurt van een voorjaarsbloeiende Clematis montana ook een soort die in de zomermaanden bloeit.
Bloeit de clematis voor de langste dag (21 juni) dan is het een vroegbloeiende soort. Deze worden na de bloei gesnoeid. De vroegbloeiende clematis montana snoeit u alleen als u vindt dat de plant te groot wordt.
Is de standplaats goed, dan kan de clematis flink oud worden. Deze klimmer houdt van een humeuze, goed waterdoorlatende grond, wat schaduw op zijn voet en veel zon op zijn bloemen. Plant clematis flink diep (de kluit mag 15cm. diep) in een goed voorbereid plantgat. Het is belangrijk om de voet ieder jaar met mulch (bv. grasmaaisel) te bedekken en in droge periodes water te geven. Ook is jaarlijks bemesten echt nodig. clematisscheuten wortelen als vanzelf door ze naast de wortelkluit ondiep in te graven Maak en bestaande scheut los, graaf hem in en bind de scheut opnieuw aan. De scheut, die gewoon aan de moederplant vastzit, wortelt en maakt extra scheuten. Hierdoor groeit de oorspronkelijke clematis sterk uit en groeit hij niet alleen in de lengte. Clematis kan worden aangebonden aan een rek of pergola, maar als hij in een boom kan groeien toont hij extra natuurlijk .
Grootbloemige clematissen met een vroege bloei snoeit u licht terug na de bloei. Knip om herbloei te bevorderen de dunne takken wat rigoureuzer terug.
Clematissen die na de langste dag bloeien, worden in het voorjaar gesnoeid. Snoei de geelbloeiende clematis tangutica tot vlak boven de grond. De grootbloemige soorten licht snoeien en alleen de dunnere takken afknippen.

* Als er op uw clivia donkerbruine roestvlekken komen, heeft deze in de zomer teveel in de felle zon gestaan. ‘s Winters moet zij echter wel in het volle licht staan.

Clivia’s moeten ook in de zomer voldoende water en eenmaal per week vloeibare mest hebben. De bladeren regelmatig afsponsen.
Uw oude plant behoeft meestal niet verpot te worden. Grote potten zijn niet goed.

 

 

 

 

 

* In uw moestuin zijn de volgende combinaties van kruiden en groenten beter voor de groei, en schadelijke insecten worden geweerd:
- tomaten en peterselie
- aardappels en dille
- koolsoorten en dille of tomaten
- wortelen en uien of prei
- bloemkool en prei, uien of selderij
- sla en prei of radijsjes
Vermijd het naast elkaar telen van twee wortel, blad- of knolgroenten.

* Om compost te maken, kunt u beter niet teveel koffiedrab gebruiken. Koffiedrab is licht zuur en niet goed voor kalkminnende planten zoals lavendel. Ook is het niet goed voor kamerplanten omdat er andere teveel zouten in de potgrond komen.
Voor andere planten is compost uiteraard wel goed. Zet een plastic buis waarin u gaatje heeft geboord rechtop in de composthoop. Rond die buis kunt u de compost opbouwen. De buis zorgt voor de luchtaanvoer. U kunt zo ook water toedienen.

Compostbak

 

 

 

 

 

Een geurloze compost hoop kunt u verkrijgen door alleen rauw afval van groente en fruit en daarnaast de inhoud van koffiefilters, maar dan niet de zakjes, op de composthoop te gooien. Als u telkens wat aarde uit de tuin over het afval gooit, blijft de composthoop geurloos.
Dus op de composthoop gooit u theebladeren, schillen, groente afval, verwelkte bloemen, bladeren, gemaaid gras en bovengenoemde koffieprut.
Als u er gekookte groente en andere etensresten op gooit, dan gaat de composthoop stinken en krijgt u een vliegenplaag.
Bij droog weer de composthoop nat maken met een emmer water.
De composthoop verder regelmatig goed aanstampen en na een week of tien eens kijken of de compost binnenin de berg al zwart en korrelig (goed voor gebruik) is.
Als u een composthoop heeft, zaai dan in mei pompoenpitten in de hoop. De voedzame grond is een ideale plek voor de pompoenen. In korte tijd groeien de zaden uit tot planten met grote bladeren en mooie vruchten. En van de composthoop is niets meer te zien.

* Corsages van verse bloemen blijven langer goed als de steel even wordt dichtgeschroeid. Ook kan het uiteinde van de steel in een nat watje met aluminiumfolie er omheen worden gewikkeld.

* Een cyclaam houdt niet van veel warmte. Zet de plant niet dicht bij een warmtebron maar wel zo licht mogelijk. De pot kan men het beste op een omgekeerd schoteltje in een bakje water zetten. s Morgens lauw water geven, maar zorg dat de knol niet nat wordt. Let op dat de pot na het gieten niet in een laag water blijft staan, maar de cyclaam houdt wel van veel water.
Uitgebloeide cyclaambloemen moeten voorzichtig losgedraaid worden van de knol. Nooit trekken, dan blijven er resten zitten die gaan rotten.
Een cyclaam bloeit in de herfst en de winter.
Cyclamen blijven langer goed als u de uiteinden van de stelen ong. 2 cm. diep insnijdt.

D.

Na de eerste nachtvorst kunt u de knollen uit de grond halen. Knip de stelen tot op ong. 15 cm. terug. Spoel en borstel de knollen van de dahlia zachtjes af en hang er – als u de naam weet – een label aan.
Leg ze vervolgens ondersteboven. Als ze na een paar dagen droog zijn kunt u ze het beste op een vorstvrije plek in een krat of doos bewaren. Vul de doos met droge turfmolm en leg de knollen zo diep dat de oude bloemstengels er net bovenuit steken.
Naast turfmolm worden ook wel kattenbakkorrels gebruikt om dahlia’s ‘s winters te bewaren.

Dahlia’s voorkiemen kunt u in april doen, u kunt ze dan aan de buitentemperatuur laten wennen. Zet de knollen in en kistje, of bak met turf, zand of potgrond of een mengsel daarvan. Bij goed weer kunt u deze bak op een zonnige plek zetten. ‘s Avonds wel binnen zetten, dan wordt het doorgaans te koud. Tot half mei (IJsheiligen) kunt u de knollen laten voorkiemen. Daarna de knollen scheuren en buiten uitplanten. Scheuren is dat u met een scherp mes stuk voor stuk de jonge scheuten snijdt. Zorg dat u het hieltje van de wortelhals meepakt. Voordat u de scheut poot, laat u de wond drogen. De scheut een kleine week beschermen tegen de zon. Pot elk deel op in normale compost.

Als de dahlia ong. 40 cm. hoog is, wordt de centrale scheur afgeknepen om de groei van de zijscheuten te bevorderen.
Verwijder het bovenste paar knoppen als de plant 6 tot 8 zijscheuten heeft. Bind de stengels op aan stokken.
Verwijder de zijknoppen onder de eindknop  van iedere plant, opdat de overblijvende knop een grotere bloem vormt.
Een dahlia in de vaas houdt niet van tocht. Verder is het aan te raden het water vaak te verversen.

* Delen van planten, zoals astilbe en hosta, kan door de wortels te scheiden. Dit kan van de late herfst tot in het vroege voorjaar. In het voorjaar kunt u beter zien waar zich nieuwe scheuten hebben gevormd, zodat u ze beter kunt delen.

* Dennenappels van verschillende grootte gedurende een nacht in een zeer sterke zoutoplossing leggen, dan op krantenpapier drogen. Er komen dan mooie sneeuwkristallen op de dennenappels.

* Dennengeur in huis kan ook door een handvol frisse dennennaalden in het verdampingsbakje van de CV. Of verbrand een klein dennentakje boven een kaarsvlam.

* Dennentakken voor kerstversieringen blijven langer fris, als ze eerst schuin worden afgesneden en 24 uur in water worden gezet. Dan de snijvlakken afsluiten met nagellak, plasticlijm of verbandspray.

* De doornen van rozen moet u van de stelen afhalen als u ze in een vaas zet. U kunt dit gemakkelijk doen met een pannenspons.

* Droogbloemen blijven langer goed als u er haarlak op spuit.
Ook een idee is om de droogbloemen met restjes verf na het paaseieren verven soort bij soort van een nieuw kleurtje te voorzien, ze te laten drogen en dan opnieuw te schikken.

* Voor een drijfschaal zijn niet alle bloemen geschikt. Maar gerbera’s, zonnebloemen, dahlia’s en grootbloemige rozen kunt u rustig in een drijfschaal leggen. Snijd daartoe de steel vlak onder de bloem af, zodat er nog een klein stukje steel overblijft en vul een schaal met een klein laagje water waaraan wat bloemenvoedsel is toegevoegd. Zorg ervoor dat de blaadjes van de bloemen niet in aanraking komen met het water, anders treedt er al snel schimmelvorming op.

* Duizendpoten vreten de ondergrondse plantendelen aan. Door alle aarde radicaal te vervangen zijn duizendpoten te verwijderen.

E.

* Eetbare planten in halfschaduw zijn aardappel, bieslook, boerenkool, biet, braam, kervel, kruisbes, laurier, munt, peterselie, pronkboon, rabarber, radijs, rucola, sla, snijbiet, spinazie, veldzuring en zwarte bes.
De beste opbrengst van eetbare planten geven: aardbei, basilicum, bieslook, biet, bonenkruid, dille, dragon, knoflook, koriander, laurier, majoraan, oregano, peterselie, pronkboon, rozemarijn, rucola, salie, sjalot, sla, snijbiet, Spaanse peper, sperzieboon, tijm, tomaat, veldzuring en wortel.

* Met zijn haakvormige stekels hecht de egelantier zich om andere heesters en bomen en zo zorgt hij voor een haast ondoordringbare afscheiding van het erf. Het voedsel uit bloemen en bottels van deze roos helpt insecten en vogels. De roos vormt lange ranken en vraagt weinig onderhoud. Plant hem aan de zonnige kant van een boswal. Egelantier (Rosa rubiginosa) is een zomerbloeier, de bloem -rozerood met een wit hart- is enkel en open. De lichte bloemen, waar het water snel afstroomt, blijven ook mooi in een regenachtige zomer. Blad en bloem geuren naar appeltjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

* Egels houden van een beetje ruigte in uw tuin, dus snoei alles niet teveel terug, maar laat een beetje rommel achter, waarin de egels een schuilplaatsje kunnen vinden.
Egels houden van kattenbrokjes, een portie meelwormen, maar geen melk. Wel een ondiep bakje water is fijn voor ze.
Egels houden van slakken, let dus op met slakkengif.

* Fijngemalen eierdoppen kunt u zeer goed gebruiken als meststof voor planten. Ook het water waarin eieren gekookt zijn, is goed.

* Engerlingen (larven van een meikever) wilt u niet in uw tuin hebben. Waar papavers groeien zijn nooit engerlingen.
Mest uw tuin daarom overvloedig met kalk, dat helpt bij de bestrijding van engerlingen.

F.

* Een ficus moet in een warme kamer staan, plaats deze plant dus in een kamer waar dag en nacht gestookt wordt. Maar zorg voor een vochtige omgeving. Gebruik een plantensproeier of een dubbele pot.

Bloemen en planten f t/m k

Indien een ficus niet verder groeit, dan is dit te wijten aan lichtgebrek. Deze plant kan niet tegen tocht en stelt prijs op een verblijf in een verwarmde kamer. In de winter weinig water geven en eenmaal per week de bladeren afsponsen met lauw water.

Worden de bladeren van uw ficus geel, dan kan dit veroorzaakt worden door het geven van te koud of te warm water. Ongedierte kan eveneens de oorzaak zijn, hiertegen gebruiken we een nicotinebespuiting.
Uw ficus groeit breed als een struik, als u de middenstam op ong. 40 cm. hoogte scherp afsnijdt en de wond snel met een brandende lucifer dichtplakt, zodat hij niet leegbloedt. 

 

 

 

 

 

* Van de framboos (Rubus idaeus) mogen de oude takken vlakbij de grond worden afgeknipt.

* Fruitbomen, die tijdens de bloei worden besproeid, zullen meer vruchten leveren.
Door de bomen op de dag voor de pluk flink te besproeien, zal men vol, fris fruit oogsten. 
De bomen van appels, zoete pruimen, kersen, perziken en bessen hebben meer kalk nodig dan die van peren, morellen en kwetsen (een soort pruimen) Fruit. 
Knoppen van fruitbomen die na een nachtvorst binnenin zwarte puntjes vertonen, zijn bevroren en zullen geen vruchten geven.   

* Een middeltje tegen fruitvliegjes kan zijn om een schoteltje neer te zetten met azijn en een druppel vloeibare zeep. 

* Een fuchsia kunt u stekken als volgt:
1. Snijd met een scherp, schoon mes de stek schuin aan
2. Halveer de blaadjes
3. Houd de stek in de stekpoeder en zet hem in een pot met zaai- en stekgrond en geef water. Heeft de stek wortels gekregen, dan kan hij in de potgrond worden gezet. Dit geldt ook voor de geranium.   
Het uiteinde van een fuchsia aftoppen als de plant drie paar bladeren heeft gevormd. Hierdoor wordt vorming van nieuwe zijscheuten onderaan de stengel bevorderd. Verwijder enkele weken later, als er zich nieuwe scheuten hebben gevormd, de bovenste bladeren van elke zijscheut om verder vertakken te bevorderen.
Ga door met toppen van de uiteinden van de zijscheuten als de deze zich ontwikkelen.
Stop met toppen als de plant een symmetrische vorm heeft met een evenwichtig verspreide scheuten. Planten met slappe takken moeten worden gesteund.
Stekken moet vroeg in de herfst geschieden. De plant kan, mits goed beschermd, buiten blijven.      

G.

* Houd bij het inzaaien van uw gazon rekening met de volgende aanwijzingen:
- spit de bodem goed om, zodat er genoeg lucht in de grond zit
- verdeel het graszaad gelijkmatig met een strooiwagen. Niet met de hand uitzaaien want dan groeit op de ene plek veel gras en op de andere niets
- gebruik kiemkrachtig graszaad en meststoffen die voedingsstoffen gedoseerd afgeven
- kies graszaad dat past bij de ligging en het gebruik van uw tuin, bv. graszaad voor speel- en siergazons    
- besproei de grond dagelijks, dan ontkiemt het gras sneller
- wees geduldig en zaai niet te snel bij. Het kan vier á vijf weken duren voordat er een mooie grasmat ligt.   

* Misschien makkelijk om te weten: gele bloemen zijn over het algemeen sterker dan bloemen van een andere kleur. 

* Het is raadzaam om geraniums en fuchsia’s te toppen. Weliswaar vertraagt dat de komst van de eerste bloemen, maar u krijgt er een veel fraaier gevormde plant van. In plaats van een stengel in de lucht, krijgt u een veel vertakte en vollere plant. In de eerste week van april neemt u de top uit de planten door hem eruit te knijpen. Van de nieuwe takken die zich ontwikkelen, verwijdert u de zwakste.
 

 

 

 

 

 

Geraniums die ‘s zomers naar buiten kunnen, moeten met pot en al in de bloembak of de grond worden gezet. Haalt men de pot eraf dan krijgen de wortels teveel ruimte en wordt de bladgroei in plaats van de bloei bevorderd. Bovendien is het dan veel moeilijker ze voor de winter weer uit te graven.
Geraniums die hebben overwinterd op een koele plek, moeten in het voorjaar verpot en in het licht gezet worden. Een beetje in snoeien en steeds meer water geven. Niet al te warm zetten dan lopen ze snel uit en krijgen ze lange slappe sliertstengels en weinig bloemen. 
Graaf de planten voor de eerste vorst uit en schud de losse grond uit de wortels. Snoei de stengels tot zo’n 10 cm. terug en verwijder de bladeren. Snoei de wortels tot zo’n 5 cm. terug.
Vul een bak met zaaicompost en plant de planten zodanig dat ze elkaar niet raken. Vul op met compost, geef dan water en laat uitlekken.
Zet de planten op een vorstvrije plek, tot de nieuwe scheuten verschijnen en pot ze dan op. Van de nieuwe scheuten kunnen in de lente stekken worden gesneden.
Nog een manier: Kies sterke, gezonde scheuten (die niet gebloeid hebben) en snijd ze iets boven de derde knoop vanaf de groeitop. Snijd elke stek iets onder de onderste knoop vanaf de groeitop. Snijd elke stek iets onder de onderste knoop en verwijder de onderste bladeren.
Kies een pot afhankelijk van het aantal stekken: er kunnen 5 stekken in een pot van 13 cm. Vul de pot met zaai- of stekcompost, druk stevig aan en zet de pot in een bak water, tot het oppervlak van de compost vochtig is geworden. Laat de pot dan uitlekken. Steek de stekken in de compost en druk de grond stevig aan., zodat er geen lucht rond de stekken blijft zitten. Geef ze nog geen water.
Zet de pot op een lichte, warme plek, maar niet in de volle zon. Geef de stekken na een week op dezelfde manier, als boven, water. Herhaal na een week of tien dagen. Tegen die tijd moeten de stekken gaan wortelen. Zodra de stekken wortels hebben gevormd (en er nieuwe bladeren verschijnen) kunnen ze in de goede bakken worden gezet.      
Citroengeraniums verspreiden een heerlijke citroengeur. Dit is voor muggen heel vervelend. Het is een vaste plant, die vooral in de zomer hard groeit, en als het meezit, sierlijk rosé bloeit.
De plant heeft de neiging alleen bovenaan lange uitschieters te laten groeien, waardoor de onderkant wat kaal lijkt. Dit kunt u voorkomen door een aantal jonge citroengeraniums bij elkaar in een pot te zetten, zodat het net één volle plant lijkt en de hoge uitschieters af en toe af te knippen. Dan gaat de citroengeranium onderaan weer nieuwe blaadjes maken. Geef de plant veel water, want door al die bladeren verdampt er ook veel.  

* Gerbera’s blijven aanmerkelijk langer goed als de bloemenvaas maar voor een derde gevuld is met water. Dagelijks te verversen.
Zet de gerbera in het licht, maar niet in de zon, zodat de knoppen de kans krijgen zich rustig te ontwikkelen. Een beetje vloeibare mest doet de plant goed.
Giet lauw water onder de bladeren van de gerbera. Als u op de bladeren morst, kunnen er namelijk bruine vlekken ontstaan.  

* Pak na het schoonmaken en drogen van uw tuingereedschap een oude lap gedrenkt in plantaardige olie en smeer daar het gereedschap mee in. Helemaal schoon en klaar voor volgend gebruik.   

* Laat uw metalen gieter nooit op een droogje staan. Hij gaat dan roesten.
 Zet uw gieter altijd gevuld met water weg, dan zult u van roestvorming geen last hebben. Bovendien hebt u zo altijd water op kamertemperatuur voor uw plantjes. (geldt niet voor buiten in de winter)

* Verschillende planten bevatten giftige bestanddelen. In ieder geval oppassen met: goudenregen (de peultjes), ricinus of wonderboom, peperboompje, jasmijn, kerstroos, lupine, monnikskap, ridderspoor, tabaksplant, dief van bachia, oleander, vingerhoedskruid, IJslandse papaver, lelietje van dalen, aardappelplant en vogellijm.

* Bij gladiolen altijd de bovenste driebloemknoppen eruit halen, dan worden de overige bloemen groter en mooier.
De houdbaarheid van gladiolen wordt groter als de onderste twee bloemen al een beetje kleur hebben gekregen, dan kunt u ze afsnijden.

 

* Glazen potten van bv. augurken, jus ‘d Orange o.i.d. kunnen dienst doen als plantenpot. Als u er grind en potscherven in doet vinden de planten het ook fijn.  

* Goudsbloemen verdrijven mieren.  

 

 

 

 

* U kunt voorkomen dat het gras tijdens het grasmaaien aan de maaier vastplakt door deze in te smeren met wat olie. 
Pas gemaaid gras hoeft niet te worden weg geharkt. Het afgesneden gras verdwijnt en komt als voedsel in de grond terug. Dat geldt alleen als er regelmatig gemaaid wordt en het afgemaaide gras niet te lang is. 

Het gras van een nieuw gazon is sterker dan het meeste onkruid. Alleen paardenbloem en weegbree kan men beter met wortel en al weghalen. 

 

 

 

 

Gras tussen de tegels van het terras is gemakkelijk te verwijderen nadat men heet, zout water erop gegoten heeft. 
Wanneer u precies langs de grasrand een rij klinkers legt heeft u geen last meer van gras dat tussen uw tuinpadtegels kruipt. U kunt natuurlijk ook bielzen neerleggen, maar dan bent u een stuk duurder uit. Het knippen van de grasrand gaat zo een stuk gemakkelijker. 
Voor een volle, groene Gras moet u:
- regelmatig maaien (in de zomer wekelijks)
- niet te vroeg in het jaar beginnen met maaien, want dan bestaat er nog de kans op bevriezing
- de grasmaaier goed afstellen. Door te kort te maaien kan het gras verbranden. Gele plekken in het gazon zijn het gevolg
- zorgen voor genoeg zuurstof in de ondergrond door twee keer per jaar te verticuteren. Hiermee wordt gazonvilt uit het gras verwijderd en krijgen jonge grasscheuten meer licht en lucht.    
 
* Geen groene vingers? Denk dan eens aan een yucca, parapluplant of een chlorophytum als kamerplant. Een keer in de week wat water en de planten staan er florissant bij zonder veel moeite.

* Sommige groenten kunnen ook in de bloementuin worden gekweekt. Uien, bieslook en knoflook tussen de rozen; sla tussen de goudsbloemen en bloemkool tussen de papavers. 

* Ken uw grond. Kennis van de grondsoort in uw tuin geeft u een voorsprong bij het verzorgen van uw bloemen en planten. Met een glazen pot kunt u zelf een grove test uitvoeren.
Vul de pot voor tweederde met water. Afvullen met tuingrond, deksel erop en schudden. De tuingrond zal in het water uiteenvallen in zand, slib en klei.
Zand zakt het snelst naar beneden en bedekt de bodem van de glazen pot. Slibdeeltjes zijn langzamer en vormen op het zand een tweede laag.

 

 

 

 

Klei slaat pas na enkele uren neer en vormt de toplaag. Veel zand betekent lichte grond die wel wat mest en compost kan gebruiken. Veel klei duidt op zware grond; hier kunt u zand toevoegen als bodemverbetering. Ideaal is een gelijke verhouding van zand, slib en klei. Op deze leemgrond presteert uw groengoed optimaal.

H.

* Een goedkope haag is te maken van wilgen- of populieren takken. Als men deze in het voorjaar een flink eind in de grond steekt, gaan ze wortelen en uitlopen.  
Een snelle groeier voor uw haag betekent ook veel snoeien.
Daar komt nog bij, dat kleine planten veel beter aanslaan, grotere planten hebben veel meer moeite zich in vreemde grond te vestigen. Het duurt even, maar na een paar jaar is het verschil tussen groot en klein verdwenen.  
Kies voor een haag liever geen zuilvormige coniferen, omdat die ook altijd zuiltjes blijven en het dus nooit een lekkere dichte haag wordt. Gewoon groeiende coniferen vertakken zich mooi in de breedte.
Taxus is de een van de mooiste (en makkelijkste) hagen. Ze zijn ijzersterk, kunnen heel oud worden en zijn tot op hoge leeftijd goed te verplanten. Taxus is in iedere vorm te snoeien en ook rigoureus terugsnoeien vinden ze niet erg, de haag loopt gewoon weer mooi uit. Het diepe groen van de taxus zorgt zomer en winter voor een mooie en rustige achtergrond.
Lage hagen:
- Buxus- wintergroen, snoei in mei en augustus, 7 planten p/m
- Lavendel- wintergrijs, snoei eind maart en na bloei augustus, 5 planten p/m
- Gamander- wintergroen, roze bloei, snoei 2x per jaar, 6 planten p/m
- Ganzerik (Potentilla)- losgroeiende haag, snoei in maart, 4 planten p/m
- Hypericum- gele bloei, bessen, snoei maart, 4 planten p/m
- Heiligenbloem (Santolina)- wintergrijs, snoei eind maart, 7 planten p/m
- Spirea Japonica- losse haag, snoei in maart en na bloei, 6 planten p/m 
Middelhoge hagen: (tot ca. 1 m)
- Ligustrum vulgare- elegante ligustersoort, 4 planten p/m 
-
Portugese laurierkers (Prunus lusitanica)- wintergroene klein bladige laurier, zeer goed te snoeien, 4 planten p/m
- Bottelroos (Rosa rugosa)- uitbundige bloei en bottels, 4 planten p/m
- Egelantier (Rosa rubignosa)- blad geurt, bottels, 4 planten p/m
- Struikkamperfoelie (Lonicera nitida)- wintergroen, groeit snel en breed, dus vaak snoeien
- Zuurbes (Berberis)- ondoordringbaar, ook met rood blad, 4 planten p/m
- Sneeuwbes- ook voor schaduw, vaak knippen, bessen, 4 planten p/m
- Spiraea arguta- bloeit voorjaar, daarna knippen, 4 planten p/m .
Hoge hagen:

- Taxus baccata- de beste soort giftig, 3 planten p/m
- Beuk (Fagus sylvatica)- roestbruin blad in de winter, let er wel op bij aanschaf dat hij rondom vertakt is.
- Haagbeuk (Carpinus betulus)- sterk, verdraagt schaduw, 3 planten p/m
- Veldesdoorn of Spaanse aak- sterk, loopt mooi rood uit, 3 planten p/m
- Liguster- goedkoop, zeer snelle groei, vaak snoeien, 4 planten p/m
- Meidoorn- vroeg groen, ondoordringbaar, landelijk, 4 planten p/m
- Leylandcypres- sterk, maar zeer snel groeiend, goed bijhouden, want is niet in oud hout terug te snoeien, 3 planten p/m                     

* Als u uw handen met handcrème insmeert, voordat u in de tuin gaat werken, uw planten gaat verpotten of een ander werkje gaat doen waar u vuile handen van krijgt, zult u merken dat u uw handen naderhand sneller schoon krijgt.
 Nog een idee is om de handen voor u ze gaat wassen, in te smeren met citroen. Ze worden heerlijk zacht en schoon. 
Ook kunt u een oude elektrische tandenborstel gebruiken om uw handen schoon te poetsen. 
* Oude handdoeken zijn nog goed om te gebruiken voor het afdrogen van hond of kat na een wasbeurt. 

* Hangmanden kunt u moeilijk bereiken om ze water te geven. U kunt dan een klein flesje in de mand doen, voordat is ze vult met aarde en planten. In dat flesje prikt u een aantal gaatjes en u snij de bovenkant eraf. U kunt dat flesje nu vullen met water. Na een dag of drie kunt u dat herhalen. U zult zien dat het niet meer lekt.  
In hangmanden zit vaak plastic op de bodem. Let daarop en maak een gat in dit plastic om het water weg te laten lopen.

 

 

 

 

* Hangplanten worden voller (en dus mooier) als men de lange uiteinden geregeld in snoeit. 

* Heide blijft langer goed als de takjes enige uren in water gelegd en daarna in een vaasje zonder water gezet worden.
Heide in een vaas behoudt zijn kleur als u een beetje glycerine in het water doet. 

* Groenblijvende heesters en bomen moeten vroeg in de herfst worden verplant, ze kunnen dan voor de vorst nog nieuwe wortels maken.    

* Heliotropium (zonnewende) verspreidt zomers een heerlijke geur. In een pot met kalkhoudende grond voelen de plantjes uit Peru zich helemaal thuis. De sterkst geurende soorten zijn: “Charsworth”, “Princess Marina” en “Regal dwarf” .

* Takken met herfstbladeren blijven lang mooi als ze tien dagen in een mengsel van gelijke delen glycerine en water worden gezet en vervolgens aan de onderkant worden bestreken met doorzichtige vernis.   

* Bij hibiscus verschijnen de bloemen op de takken die dit jaar nieuw aan de struik groeien. Een hibiscus op stam mag tot vlak boven de stam helemaal kort worden geknipt.
Bij een struikvorm houdt u de struik luchtig door takken die teveel binnen in de struik groeien of elkaar kruisen af te knippen. Zijtakken kunnen net zover worden gesnoeid als u wilt. Kijk wel of het model van de struik mooi blijft. Snoeien mag aan het eind van de winter of in het voorjaar. 

* Heeft u geen hor in het open raam staan, plaats er zo mogelijk een paar potten met ricinusplanten voor. De vliegen zijn op deze planten in het geheel niet gesteld.

* Wil men hortensia’s met blauwe bloemen dan kan men roestige spijkers of ijzervijlsel in de potgrond mengen. 
Ook een idee is om hortensia Blauw van Pokon door het gietwater te mengen. 
Hortensia’s beginnen in de nazomer al bloemknoppen voor volgend jaar te vormen. Wilt u wat bloemen hebben voor een boeket? Knip ze dan met zo kort mogelijke stelen af. Zo voorkomt u dat u de bloemknoppen voor volgend jaar afknipt.

 

 

 

 

U verjongt de hortensia door in het vroege voorjaar de oudste takken tot op de grond af te knippen. 
Ook kan de hortensia eens in de vijf jaar in april helemaal kort worden gesnoeid, de bloei slaat dan wel een jaartje over.
De hortensia met groenwitte bloemen (Hydrangea arborescens Annabelle) bloeit op de takken die nog dit voorjaar worden gevormd. Deze hortensia mag dus flink worden teruggesnoeid. Knip hem af op ong. 20 a 20 m. boven de grond.  
Het drogen van hortensia´s gaat als volgt: sommige soorten luisteren niet zo nauw om de bloem eruit te halen, maar eigenlijk moet u naar de bloemen ‘luisteren’. Het natuurlijke drogingproces moet al een beetje op gang zijn gekomen en dat kunt u vaststellen door voorzichtig in de bloemen te knijpen. Als ze een beetje knisperen, zijn ze geschikt om ze te laten drogen.

* Bij sommige planten met houtige stengels is het moeilijk te zien of ze nog leven, als ze nog niet uitlopen. Door met de nagel een stukje bast weg te halen kan men zien of het bastweefsel nog groen is. Is er groen dan is er leven en dan zal de plant ooit nog wel eens uitlopen.

 

* Met houtworm (is eigenlijk een kever) kan men op verschillende manieren de strijd aanbinden. U kunt benzine in de gaatjes spuiten en vervolgens de gaatjes dichtmaken.
Ook kunt u eikels neerleggen. De houtworm komt daar op af. Vervolgens dan natuurlijk vernietigen. 
15 gr. carbolzuur oplossen en het aangetaste hout met een kwastje bestrijden. Het heeft wel een sterke lucht, maar helpt gegarandeerd. Zo mogelijk twee of driemaal herhalen. 
U kunt ook 3 delen tetrachloor koolstof mengen met 1 deel terpentine en enkele druppels paraffine. Daarmee de houtworm gaatjes meerdere malen bestrijken. Doe bij dit karwei beslist rubber handschoenen aan. Bij grote getallen toch een expert laten komen.

 

 

 

 

 

* Hulst moet in de herfst tijdig worden afgedekt met een net als men met Kerstmis het huis wil versieren met hulst met bessen uit eigen tuin. Zo niet dan zullen de vogels alle bessen al voor de kerst hebben opgegeten.    

* Met hydrokorrels in uw balkonbakken hoeft u niet zo vaak te gieten, ca. 100 korrels kunnen zes liter water bevatten.

J.

* Jasmijn (Solanum jasmoinides) is een klimplant die zes meter hoog kan worden. Nadat de bloemen geurig bloeien veranderen ze in mooie blauwe besjes. 

* De jute om de kluit van vaste planten kan er beter omheen blijven. Alleen de bovenkant losmaken, de jute verteert vanzelf in de grond.

K.

* Een kaaps viooltje heeft erg veel licht nodig om knopjes te vormen. Felle zon is echter niet goed, beter is het om de plant ‘s avonds onder een lamp te zetten en overdag in het licht. 

* Kakkerlakken gaan op de vlucht als ze komkommer ruiken. Het is al voldoende om een stukje schil in kieren en hoeken te leggen.
Wil men kakkerlakken verdelgen, dan is een in bier gedrenkte lap een goed middel. De kakkerlakken verzamelen zich erin en kunnen dan gemakkelijk worden opgeveegd. Dit werkt alleen bij als het er nog  niet veel zijn.
Ook de geur van zoute haring kan kakkerlakken verdrijven.
Nog een manier: strooi een aantal nachten achter elkaar wat poedersuiker met borax om van de kakkerlakken af te komen.  

* Een kalanchoë krijgt pas knoppen als er minder dan 12 uur zonlicht is. Ze bloeien dan een week of acht.
Hij heeft indirect zonlicht nodig en wekelijks een scheutje water doet de kalanchoë goed.  

* Een kamer den moet licht geplaatst worden. Ook droog houden. In de zomer zo licht mogelijk zetten. liefst buiten en in de winter niet te warm, een juist vorstvrije kamer is al voldoende. Normale kamerwarmte is veel te hoog.

* Wilt u van een kamerlinde bloemen hebben, dan moet deze kamerplant niet te warm staan. ‘s Winters in het volle licht en in een matig verwarmd vertrek. Spaarzaam water. Eens in de 2 of 3 jaar nieuwe aarde en verpotten in mei.

* Het ‘oranjeplantje’ is een aardig kamerplantje. Begin oktober moet het binnenshuis gebracht worden. Vraagt licht plaats en geregeld water (lauw) en niet te veel, anders worden de bladeren geel. Om de twee jaar verpotten.

Kamerplanten krijgen niet zo vlug luizen als u lucifers rechtop in de aarde om de plant steekt.
Hard water is slecht voor kamerplanten.  Het mesten van planten en bloemen kan heel eenvoudig door aan het water fijngemalen eierschalen toe te voegen. Ook een restje koude thee doet wonderen . Een linnen zakje met turfmolm in de gieter onthardt het water. 
Kwijnende kamerplanten hebben nogal eens last van verzilting, die ontstaat wanneer men water geeft op de schotel. Grond en pot verdampen meer dan de helft van het water en in de bovenste grondlaag blijft een sterk geconcentreerd zoutgehalte achter. 

 

 

 

 

 

Kwijnende kamerplanten kunnen geteisterd worden door wormen. De wormen komen naar boven als de aarde in de bloempot wordt begoten met een sopje van groene zeep. Het sop eraf gieten en naspoelen met schoon water. 
De wormen komen eveneens naar boven als de kamerplant wordt begoten met een aftreksel van notenboombladeren.
Ook kan men proberen de wormen te lokken met een broodkorst in de potaarde van de kamerplant.
Kamerplanten drinken het liefst water op kamertemperatuur. En daarbij gaat hun voorkeur dan ook nog uit naar regenwater of onthard (ontkalkt) leidingwater. Ontkalken kan door het water langzaam door droge turfmolm te gieten, de kalk zal daarin achterblijven.
Wanneer men water gebruikt, dat minstens 24 uur in de gieter staat, dan zal de kalk daarin bezonken zijn. (goed voor kamerplanten).  
Kamerplanten met een bont, licht blad hebben over het algemeen meer licht nodig dan planten met donkergroen blad. Bontbladige kamerplanten die te licht staan krijgen op den duur gewone egaal groene bladeren.
Een te grote pot is even slecht voor een kamerplant als een te kleine. De wortels groeien dan naar de zijkanten in plaats van naar beneden. De kans dat de potgrond in het midden ongebruikt blijft en verzuurt is dan groot.
Sommige kamerplanten hebben een giftig melksap, dat nare gevolgen kan hebben als men een open wondje aan de handen heeft. Dat zijn bv.: oleanders, kerststerren, dief van bachia’s en Christusdoorns.
Kamerplanten doen het goed als men ze geregeld verwent met oude thee, theebladeren of tabak. Bladluis schijnt dan ook niet zo’n trek in de planten te hebben.
Aan felle zon (achter glas) hebben bijna alle kamerplanten een hekel. Wel verdragen ze een winterzonnetje of een vroege ochtendzon. Scherm in de zomer de kamerplanten daarom af met kranten of een plantenscherm.
De kamerplanten altijd bovenop de aarde water geven, liefst in een gietrand (of in een aangebracht gootje van ca. 1 cm. diep).
Bladplanten zowel als bloeiende kamerplanten moet men van bovenaf begieten. Water dat na 20 min. nog niet weggetrokken is afgieten. 
Te zure potgrond is voor veel kamerplanten niet goed. Geef af en toe een beetje verpakte compost, dat veel kalk bevat. 
Hetzelfde resultaat is te bereiken met krijtpoeder dan van geraspt bordkrijt te maken is.
Kamerplanten nooit klakkeloos water geven. Als ze nog vochtig genoeg zijn, kunnen ze beter een drinkbeurt overslaan.  
In de zomer staan bepaalde (kamer)planten zoals geraniums, begonia’s, verplanten en cactussen graag in het zonnetje op balkon of terras. Geef ze dan geen plastic sierpot, die worden gloeiend heet in de zon. 
In het groeiseizoen moetenkamerplanten over het algemeen eens in de 2 à 3 weken worden bemest. De mest wordt beter door de planten opgenomen als hij van tevoren in water is opgelost.   
Met een laagje mos bovenop de kamerplanten blijft de aarde langer vochtig.
De meeste kamerplanten genieten van een mals regenbuitje. Ze moeten dan wel eerst uit de sierpot worden gehaald., anders staan ze snel onder water en daar houden de meeste kamerplanten niet van. Behaarde en bloeiende planten zijn echter niet zo dol op regen. 
Kamerplanten met uitgedroogde potgrond en planten, die een opkikkertje nodig hebben, worden geborreld. Men zet ze in een emmer lauw water (de pot moet helemaal onder staan) tot ze uitgeborreld zijn. De pot laten uitlekken voor hij weer in de sierpot of op de schotel wordt gezet.
Azalea’s en cyclamen hebben wekelijks behoefte aan zo’n borrelbad. 
Het verpotten van uw kamerplanten gaat als volgt: zet de potten die u wilt gebruiken, de avond van tevoren in een emmer met water, zodat het aardewerk voldoende water kan opzuigen. Anders zou er teveel vocht aan de potaarde worden onttrokken. De potten niet meer dan één maat groter nemen. In plaats van een scherf een stukje bot op het gaatje leggen, de kalk geeft de plant meteen voedsel.  
* Kamerplantenmest:
- Eierdoppen of een klein stukje meubelmakerslijm in de bloemengieter laten uw planten sneller groeien
-Roet, koffiedik of koude overgebleven thee met theebladeren vormen een voortreffelijke mest en kosten niets.
- Ook kunt u een paar oesterschelpen in een plasticzak fijn kloppen en de stukjes over de aarde strooien. Het is ook goed haren, die in uw kamer zijn achtergebleven, door de potaarde te mengen.   

* De oorzaak, dat een kat die nooit buitenkomt, zich bij voorkeur te buiten gaan aan sprieterige planten of groen in uw bloemstukken is, dat zij ook nog wel eens een hapje groen lusten. Omdat zij tijdens het likken veel losse haren naar binnen krijgen, eten zij gras om deze ‘haarballen’ weer kwijt te raken.
Een bloempot, met een stevige pol gras erin, op een plaatsje zetten waar de kat langskomt en het euvel is verholpen.
Gooi eens azijn op de plaatsen waar de kat z’n behoefte doet, katten hebben een hekel aan de geur van azijn.
Als katten toch in uw bloembak graven, doe er dan eens kiezelstenen in, bovendien houden de stenen vocht vast. 
* Een uitstekend middel tegen kattenvlooien is een aftreksel van alsemblad (Artemisia absinthium)

* Gooi de kerstboom als hij verdroogd is niet op straat, maar knip de takken af en gebruik ze als bedekking voor vorstgevoelige tuinplanten. 

* Een kerstster hoeft niet te worden weggegooid als de rode bladeren afgevallen zijn. In snoeien tot 10 cm. boven de pot, nieuwe aarde geven met een beetje gedroogde koemest. In de zomer veel water geven. 
Kerststerren bloeien binnen het mooist bij een temperatuur tussen 15 en 20 C. Ze houden van licht, maar zeker niet van direct zonlicht en warmte. 

* Kevers en torren zijn te vangen in een propje papier of een kluwentje houtwol. Met de hand kunt u het ook proberen.  

* Planten voor kinderen
-  Laat een uienbol uitlopen in een hyacintenglas.   
- Wal. hazel en paranoten kunnen aan de bast worden ingesneden en zo in de grond gestopt.
- Eikels, kastanjes, witte bonen en verse kapucijners worden pas boeiend in de grond.
- Snij van een winterwortel, bietje of selderieknol een kopje met groen af en zet dit in water, de pruik naar boven.
- Ook pitten van citrusvruchten, perziken, pruimen, appels en kersen kunnen het als plant aardig doen. Moet u ze wel even in de grond stoppen.

* Het kindje op moederschoot vraagt weinig onderhoud. Niet in de volle zon, lichte plaats, zomers vrij veel en ‘s winters spaarzaam met water.

* Bonte klimop is gauw tevreden. Wat morgenzon of zonloos venster. In het voorjaar en in de zomer vrij veel water. om de 14 dagen kunstmest. Kan niet tegen koude. Groeit langzaam. In het voorjaar verpotten in goede tuinaarde of bladgrond met tuinaarde vermengd.

Als u klimop mooi vindt tegen de gevel van uw huis kunt u dat gerust laten groeien. Het is een fabeltje dat de muur daardoor vochtig zou worden. Wel hebt u natuurlijk wat meer last van insecten. Maar daardoor hebt u weer meer mezen in uw tuin en dat is ook gezellig.
Een goede mest voor klimop is koffiedik, aangelengd met water. 
Als u een vorm in de pot plaatst, bv een bol van ijzer, dan zal de klimop zich om die vorm heen groeien. 
Klimop groeit zelfs in de winter door. Snoei de klimop in het voorjaar flink terug, de plant zal snel weer uitgroeien en er mooi groen uitzien. Snoei net zoveel als u wenst, klimop loopt altijd weer uit.

* Klimplanten 
Voor in de schaduw:
Kamperfoelie
Klimop
Klimhortensia
Wingerd
Duitse Pijp
Voor in het zonlicht:
Blauweregen
Klimrozen
Clematis
Druif
Lathyra     
Klimplanten hebben mest nodig. In de late winter en het vroege voorjaar dient u ze goede organische mest toe voor klimplanten.
In de zomer zo rond de langste dag willen veel klimmers (vooral rozen) een extra mestgift. 
* Houten klimrekken voor planten zijn kant-en-klaar te koop. De meeste klimrekken bestaan uit een frame en een raster van latten dat groeiende klimplanten houvast geeft.
Zelf een klimrek maken kan ook. Neem een duurzame houtsoort, want uw klimrek wordt elke dag blootgesteld aan de elementen en het gewicht van de plant zal met de jaren alleen maar toenemen. Bevestig het klimrek met schroeven. Plaats het rek op enkele centimeters afstand van de muur, zodat de klimplant ook achterlangs kan groeien. Van ijzerdraad en gaas maakt u een eenvoudiger klimrek.

Neem horizontale stroken ijzerdraad van ongeveer een meter lang. Schroef ze tegen de muur met schroeven die een oog hebben waar u de ijzerdraad doorheen kan halen. Plaats de draden op een afstand van 30 tot 45 cm. onder elkaar. Als u hier gaas aan vastmaakt, hebben uw klimplanten meer houvast.

 

 

 

 

 

 

* Klimrozen zijn prachtig om langs pergola’s te laten groeien, ze worden vaak gecombineerd met een clematis. 

* Knolbegonia’s en dahlia’s moeten voor de winter gerooid en bewaard worden in vochtig zand of turfmolm op een vorstvrije plek. 

* Koffiedik wordt gewaardeerd door zomerbloemen, zoals begonia’s, duizendschonen en afrikaantjes. Voeg koffiedik toe aan de aarde, neem twee of drie handjes per meter balkonbak. Niet alleen kuipplanten, maar ook tuinplanten houden van deze bemesting. 

* Konijnen houden niet van azalea, rozemarijn, iris, aster, blauwklokje en buksboom. Met deze planten kunt u een poging doen de konijnen uit uw tuin te houden. 

* Het koolwitje heeft op kool voorzien. Met een handigheidje kunt u het vlindertje op een dwaalspoor brengen. Normaliter herkent het vanuit de lucht de koolplanten. Door klaver onder de plantjes te zaaien raakt de vlinder het spoor bijster. Het koolwitje ontdekt de kool niet meer.

* De glanzende oranje bolletjes van koraalmosje (Nertera granadensis) maken een vrolijke indruk, vooral als u een aantal ervan in een pot zet. Het is heel belangrijk dat u nooit water bovenop het plantje giet. Het beste kunt u water op het schoteltje gieten, dan zuigt het koraalmos dat zelf op. Zet het plantje niet te licht; de bolletjes worden dan flets. 

* Korstmos op de stam van de boom kan geen kwaad. Korstmos haalt voedsel uit de (schone) lucht en laat de boom met rust Hebt u de boom echter om zijn waardevolle stam gekozen, dan kan korstmos verwijderd worden. Neem hiervoor een harde borstel en een emmer schoon water en borstel de stam schoon.

* Kruiden eens in de drie jaar scheuren en opnieuw planten. Maart en april zijn de beste maanden om dat scheurwerk te doen.
Kruiden in de keuken kunt u kweken door bv een oud aquarium te vullen met een laagje grind van 2,5 cm. Vul het aquarium dan verder met potgrond tot zo’n 12,5 cm. onder de rand. Zet hierin de kruiden.  Zet de bak dan op een zonnige plaats in de keuken.
Kruiden zoals lavendel, salie, en tijm moeten worden gesnoeid om te voorkomen dat er lange houtige slierten ontstaan. De beste tijd voor dit klusje is meteen na de bloei en voor de vorst. 
Kruiden kunnen doorbloeien, ze verliezen daardoor hun smaak. U kunt dit voorkomen door de uitgebloeide bloemen eruit te halen. De bloemen van bieslook en tijm zijn overigens erg lekker in sla. 
Kruiden hoeft u niet perse te bemesten, het komt de smaak niet ten goede. Maar in potten kunnen de kruiden uitgehongerd raken. dus daarom wel zo nu en dan wat bemesten.
Winterharde kruiden kunnen vrijwel het hele jaar worden geoogst. Maar van enkele kruiden die u veel gebruikt, die ondergronds overwinteren en van eenjarige is het raadzaam een voorraadje aan te leggen.
Peterselie, selderij, bieslook en tijm kunnen na het oogsten worden ingevroren. Oogst ze in de morgenuren, als de dauw is opgedroogd, maar de felle zon nog niet schijnt. Was ze, sla ze goed droog, snij ze klein en doe ze in een plastic zakje en vries ze in.
Van basilicum kunt u basilicumolie maken. Pluk in de zomer een grote hoeveelheid blaadjes, doe ze in een pot en giet er olijfolie over tot ze onder staan. Sluit de pot en laat deze minstens een maand onaangeroerd. Giet de olie af in een schone fles. Gebruik de olie in wintersalades en geniet na van de zomerse geuren.  
* Een kruidentuin kan het best worden aangelegd op een niet te zware losse grond. Vrijwel alle kruiden hebben veel zon nodig en moeten beschut worden tegen de wind. (behalve zie schaduw) 

* Door de stekels van de kruisbes (Ribes uva crispa) is dit een struik waarbij handschoenen bij het snoeien goed van pas komen. Snoei alleen de oude vergrijsde takken eruit.   
 

* Zin om groentes te zaaien? Koop dan geen dure kweekbakjes maar gebruik lege druivenbakjes. Dit zijn uitstekende kasjes; het overtollige water loopt eruit en door de deksel die erop zit, blijven de zaadjes goed op temperatuur.

Bloemen en planten l t/m p

L.

* Blijven larven in de herfst vlak onder de aardbodem, dan kunt u een zachte winter verwachten.

* Lathyrus is een klimplant die het altijd goed doet. Zaai de zaden in de volle grond, nadat ze eerst een nacht in het water hebben gelegen. Ze kiemen dan beter. Als u ze op verschillende perioden zaait, heeft u er langer plezier van. Vergeet niet te plukken, dan bloeien de planten mooier.
Nog een manier om lathyrus voor te zaaien, is de volgende: neem een paar wc-rollen, vul de onderste helft van de rollen met potgrond en de bovenste met zaai- en stekgrond. Zet de gevulde rollen stevig tegen elkaar in een platte bak met daarin een laagje water (1 cm.) Laat de aarde het water opzuigen. Druk per rol drie zaden in de aarde (1 cm. diep) en bedek de zaden. Zet de bak op een lichte plaats in een vensterbankkasje, of gebruik een plastic zak. Houd vochtig, maar niet nat. Verwijder de bescherming zodra de zaailingen beginnen te groeien.

* Lavatera is een aanrader voor op het terras. In een pot met doorlatende kalkhoudende grond zal hij uitgroeien tot een grote bos bloemen die de hele zomer doorbloeit. Als u de pot na de bloei binnen bewaart dan kunt u jaren achter elkaar genieten van de tere roze bloemen. 

 

 

 

 

 

* Lavendel en dan meestal Lavandula angustifolia, wordt het meest verkocht en bloeit met mooie blauw-paarse bloemetjes. U kunt het in een haag laten groeien of gewoon in een pot.
Lavendel hout niet van zware (klei)grond. Op lichtere zand)grondsoorten zien ze er vele malen gezonder en mooier uit. Wat 
extra kalk kan wonderen doen, maar geef ze vooral niet teveel mest. Verwennen is in dit geval doodknuffelen. Het is beter de grond aan de schrale kant te houden. Dat is ook de reden waarom de combinatie met rozen lastig kan zijn. Die houden juist van vette, goed bemeste grond.

 

 

 

 

In de eerste twee á drie jaar is het een frisse struik, maar daarna gaat de dwergheester snel verhouten en zult u merken dat de bloei gaat tegenvallen. Eigenlijk moet u lavendel twee keer per jaar snoeien. Snoeit u te weinig of te laat dan groeit de lavendel alleen aan de bovenkant, terwijl de verhouten twijgen aan de onderkant kaal worden.
De eerste keer snoeit u hem in model in het voorjaar en dan niet in het kale hout knippen, het risico is groot dat de plant dan niet meer uitloopt. 

De lavendel moet tot 15 cm. worden teruggesnoeid. Alle scheuten die het jaar daarvoor hebben gebloeid, moeten worden weggeknipt.
Ook kort na de bloei in september kunt u de lavendel snoeien. Niet te diep in verband met de vorstperiode.  Ook als u dit onderhoud pleegt, zal de lavendel naarmate deze ouder wordt minder bloeien. In dat geval gewoon nieuwe exemplaren kopen.
Knip alle uitgebloeide bloemen af met ong. 5 cm. van het grijze blad. De planten blijven zo mooi compact en zullen niet snel uit elkaar vallen. 
U kunt ze ook proberen te stekken. Doe dat dan eind augustus. Knip een niet bloeiend twijgje af van 10 cm. Onderaan de stengel verwijdert u de blaadjes en dompel de stek in stekpoeder. Vul potjes met stekgrond en maak met een pootstokje een gat in de aarde, waarin de stek komt. Dek de potjes af met plasticfolie . Normaal zullen de stekken nog voor de winter geworteld hebben. Zet de stekken dan op en vorstvrije plaats. In maart in een grotere pot en omstreeks mei in de volle grond.  

* Lelies is vooral bekend van witte exemplaren, maar inmiddels telt het geslacht zo’n honderd soorten, in allerlei kleuren en vormen. De bloemgrootte varieert van 7 tot wel 25 cm. de ene lelie geurt wel, de ander niet.
De lelie weet heel goed wat ze wil qua verzorging: het liefst een lichte plek uit de felle zon, wat vochtige potaarde en een temperatuur van 15 tot 20 C. 
De houdbaarheid van lelies is het grootst als ze half open zijn.  
Van lelies het stuifmeel verwijderen, de bloemen blijven dan langer goed en veroorzaken geen lelijke vlekken. 

* Lelietjes-van-dalen in een pakje versturen? Steek de stelen van de lelietjes-van-dalen in een doormidden gesneden aardappel, eventueel de gaatjes er van tevoren met een houtje in prikken. Verpakken en wegsturen. Ze komen beslist fris aan, want de vochtigheid van de aardappel voorkomt voortijdig verwelken. Overigens zijn aardappelen een uitstekend vervangingsmiddel, als u eens een keer uw bloemenprikker niet kunt vinden.

* Lobelia verrast elk jaar weer. Hij begint als piepklein blauw, violet of wit plantje, maar binnen een paar weken is het een grote wolk van kleine bloemetjes. De planten bloeien zowel goed in de zon als in de schaduw. Er zijn laag blijvende en hangende rassen. Kies voor de beplanting van een bak altijd de laatste. Zet er na de eerste bloei een keer de schaar in zodat ze binnen een paar weken weer als nieuw zijn. 

 

 

 

 

* Lieveheersbeestjes eten graag bladluizen en zijn dus fijn om in te tuin te hebben, 

* De geur van lievevrouwebedstro komt pas goed tot zijn recht als het kruid gedroogd is. Droge boeketjes ervan geven de linnenkast een heerlijke geur, hoe droge als geurige. 

* In een zgn. loungetuin overheersen de rustgevende groene planten. Ze worden bij elkaar gezet in grote groepen.
- bodembedekkers en groenblijvende planten: klimop (Hedera), Pachysandra en maagdenpalm (Vinca)
- vaste planten: Hosta en siergassen
- groenblijvende haag: taxus, bladverliezende haag: beuk (Fagus sylvatica) 
- bomen: dakplaataan, dakmoei (Morus), boltrompetboom (catalpa)
- niet woekerende bamboe (Fargesia)
Het groen van bladplanten neemt in de loungetuin een prominente plaats in. Ook de vorm en de kleur van de bladeren zijn heel belangrijk. B.v. het groengele blad van siergras, grijs blad van een hosta en een ooievaarsbek.

* Geen last van bladluizen in uw kamerplanten als u in de aarde lucifers stopt met de kop naar beneden. 
bladluizen in kamerplanten kan men ook verjagen met wat teentjes knoflook.
Nog een manier is de kamerplanten te bespuiten met water waarin een flinke scheut groene zeep en een scheutje spiritus aan toegevoegd is.  
Strooi wat sigaretten- of sigarenas op de aarde van kamerplanten tegen de bladluizen .
80 gr. aluin in 1 l. kokend water oplossen, verdelen over 2 emmers water. Deze oplossing met behulp van een plantenspuit of een gieter over de aangetaste kamerplanten sproeien.

 

 

 

 

 

Potplanten onderstboven in voornoemde emmer dompelen, dan bij de pot met de aarde goed vasthouden, is goed tegen luizen.
Om aangetaste planten te bespuiten, kunt u ook 40 gr. zachte zeep in 1 l. kokend water oplossen. Doe er 1/8 l. petroleum eb 2 grote emmers water bij. Let erop, dat ook de onderkanten van de bladeren met de vloeistof worden besproeid.
U kunt ook een bloempot vullen met houtwol. Construeer een haak door het gat en hang de pot in een fruitboom. Al heel gauw nestelen oorwurmen in de bloempot, die de boom gedurende de nacht vrijmaken van luis.   
Honden en katten zijn gebaat met een grondige wasbeurt met water waarin aardappels zijn gekookt tegen luizen. De dieren goed afdrogen, ze vatten gauw kou.
Als preventief middel tegen ongedierte (luizen) kan men in hok of mand gedroogde varens leggen.
Een kippenhok houdt men vrij van luis door het geregeld wit te kalken en er tevens droge varens of elzentakken in te leggen.
Wanneer de kanarie last heeft van luis kan men over de kooi een flanellen lap leggen met de zachte kant naar binnen, het ongedierte zal in de doek kruipen.  

M.

* Meeldauw of ander ongedierte op de planten kunt u besproeien met dit mengsel: 100 gr. keukenzout oplossen in 5 l. water.
Gedroogde tomatenplanten helpen om fruitbomen vrij te houden van meeldauw en andere ziekten. Men kan de planten gewoon aan de takken hangen.

 

 

 

 

* Een mees is gek op vetbollen, pinda’s ,kokosnoten en zonnepitten. 

* Een merel houdt van gewelde krenten en rozijnen, brood, schillen, evenals de lijster en de spreeuw.    

* Het mesten van planten en bloemen kan heel eenvoudig door aan het water fijngemalen eierschalen toe te voegen. Ook een restje koude thee doet wonderen
Van eierschalen die een paar weken in water hebben gelegen is goede plantenmest te maken. Geef de planten geregeld een scheutje van dit vocht.

* Mieren kunnen een grote ergernis zijn zowel in de tuin als in huis. Gelukkig is daar iets op gevonden.
Mieren houden niet van komkommer. Dus als u last heeft van mieren, leg dan op de plek waar ze lopen wat komkommerschillen neer. U zult zien dat de mieren daar wegblijven.

Meestal gaan mieren op de vlucht voor de lucht van petroleum en kamfer.
Ook hebben mieren een hekel aan: alsem, ijslands mos, duizendguldenkruid, bieslook, kruizemunt, goudsbloemen (als ze in bloei staan) en afrikaantjes.

 

 

 

Heeft men reeds een mierenplaag, dan helpen schoteltjes met verschaald bier en een schepje suiker.
Ook met een spons gedrenkt in suikerwater kan men mieren lokken, waarna ze in heet water gedood kunnen worden.
Een schoteltje met twee delen honing en een deel gist trekt mieren aan. als daarvan eten en de nakomelingen ermee voeren verdelgen ze zichzelf en hun nageslacht.
Mieren zijn doodsbenauwd voor koffiekorrels. Wat koffiekorrels langs de keukendrempel en in de keukenkastjes zal alle mieren verjagen.
Ook een doorgesneden halve citroen op het mierenpad is zeer effectief: de mieren slaan ogenblikkelijk op de vlucht.
Nog meer:
- Kervelblaadjes strooien
- Bakpoeder strooien
- Zwavelpoeder strooien
- Potas met suiker mengen en strooien
- De grond met verschaald bier aandweilen
- Tomatenplanten in de keuken op vensterbank zetten
- Dagelijks een krijtstreep trekken op de vensterbank of aan de rand van het terras. (Werkt niet bij alle mierensoorten).        
Onrustige mieren zijn een voorteken van slecht weer. Constateert u in de herfst hoge mierenhopen of een hoge molshoop, dan kunt u rekenen op een koude winter.

* Het mooie is er meestal gauw af bij mimosa. Toch zijn die pluizige bolletjes wel iets langer goed te houden. Door ze in een vaasje met (nauwelijks) vochtig zout te zetten of door ze de hele dag door (minstens 2-3 keer) met regenwater te besproeien. In plaats van regenwater kan ook mineraalwater worden genomen, maar dan wel zonder koolzuur. 
Leg de stelen van mimosa een poosje in warm water voor u het op een vaas zet. Het blijft dan langer vers.  

* Minivijverplanten
- Waterhyacint- bloeit van mei tot september- eenjarig met blauwe bloemetjes
- Moeras-vergeet-me-niet – bloeit van mei tot augustus – fijn lichtblauw bloemetje
- Dubbele dotter – lente, nabloei in de zomer – heldergele bloemen
- Waterdrieblad – bloeit in mei – witte bloemen
- Zwanenbloem – bloeit van juni tot augustus – hoge bloemschermen wit/roze
- Pijlkruid – bloeit van juli tot augustus – mooi witte bloemen       

   * De bedden in een moestuin moeten zo nodig in noord-zuid richting lopen, dan vangen ze zoveel mogelijk zon.  
Een haag van maïs kan een goed windscherm vormen voor de planten in de moestuin. Men moet de maïs dan wel twee rijen dik zaaien. 

* Mollen willen nog wel eens verdwijnen als u een in petroleum gedrenkt lapje in de mollengang stopt en de aarde weer dichtmaakt.
Op plaatsen waar de euphorbia lathyrus staat, zal de mol zich overigens niet laten zien. De geur van deze bloemen kan hem worden gestolen.

Een lege fles met de open flessenhals naar boven schuin in het mollengat geplaatst is een goed middel om alle mollen te verjagen. Door de wind ontstaat namelijk een fluitend geluid waar de gevoelige mollenoren niet tegen kunnen.  
Mollen schijnen ook een hekel te hebben aan de geur van gebruikte kattenkorrels, die kunt u ook in de mollengangen strooien

 

 

 

 

 

 

 

* Ook zo’n last van mos op uw balkon, terras of tuinpad? Zet een bril op -het beste is een skibril- trek rubberhandschoenen en -laarzen aan en schuur de aangetaste plekken met 1 op 10% zoutzuur. Of 500 gr. ijzervitriool oplossen in 10 l. water (een emmer). Goed naspoelen. De stenen worden weer als nieuw.

* Motten houden van

- vette kledingstukken
- vuile kledingstukken
-kleren van wol  
-bont
-veren, kaas, ham en macaroni en spaghetti.

* Motten haten:

-azijndampen
-aluin, daarom aluin n zakdoeken geknoopt in zakken van bontmantels stoppen
-sinaasappelen, vol gestoken met kruidnagelen,
-mosterdzaad, groen van lieve vrouwen bedstro, lavendelbloemetjes, salieblaadjes
-tijm, naftaline, kamfer, nagelolie, vers krantenpapier, koude, gereinigde kleding, motvrij gemaakte kleding.

 

 

 

maar daar houden wij ook niet van.
Om de geur van mottenballen te verwijderen, de kledingstukken in de zon of bij de kachel hangen, de geur wordt namelijk door warmte verdreven.     

* Muggen verdwijnen als u op uw hoofdkussen of tuinstoelkussen een beetje lavendelolie giet.
Ook de lucht van kruidnagelen kan muggen niet bekoren.

* Muizen hebben een hekel aan fijngemaakte oleanderbladen. Stop derhalve muizengaten hiermee dicht.
Ook gedroogde blaadjes van kruizemunt, munt en wilde kamille zijn goede

muizen verdrijvers. Wil men de muizen doden, dan kan een muizenval worden neergezet met als lokaas een stukje brood met pindakaas of een korstje geroosterd brood. De aantrekkingskracht van de val wordt nog vergroot door het aas met rozenhoutolie te besprenkelen.
De koppen van lucifers afkrabben, de kruimels kneden met kaas en ergens neerleggen.
Leg een stukje kamfer of een in terpentine gedrenkte lap in het muizengat. Wel elk gat meenemen. 
Katten blijven natuurlijk de beste muizenverdelgers; ook de geur van katten doet de muizen direct op de vlucht slaan. Bij een acute muizenplaag 

 

 

 

 

 

* Als stenen muren in de winter zweten, is warmer weer te verwachten.

* Mussen lastig voor het vroege zaaisel? Span dan wat zwart draad over de zaaibedden, mussen schrikken daarvan. 
Een mus is gek op bruin brood, strooizaad en zonnepitten. 

* Vogelmuur het bescheiden kruid, dat men in bijna iedere tuin aantreft, is net een barometer. Zijn de bloempjes wijd open, dan komt er voorlopig geen regen; zijn ze half open, dan is er regen op komst en zijn ze dicht, dan kan er ieder moment water uit de lucht vallen.

* Als uw vogel mijten heeft, moet u een stukje oud vilt in de kooi hangen, de parasieten zullen snel verhuizen.  
  
N.

* Narcissen mogen, nadat ze gekocht zijn, alleen maar vor een tweede keer worden afgesneden, als ze alleen, dus zonder andere bloemen in het water worden gezet. Het slijmerige vocht dat ze afscheiden, heeft een vernietigende werking op andere bloemen en veroorzaakt soms een eczeemachtige uitslag bij de mens.

* Plant in de buurt van een notenboom niet teveel andere planten. De meest planten gedijen daar niet goed. Vooral veel groenten, tomaten en aardappelen hebben een hekel aan noot. 

O.

* Onkruid  trekt veel voedingsstoffen uit de grond ten koste van uw planten. Verwijder het onkruid uit uw tuin

in ieder geval voor het gaat bloeien, want dan verspreidt het zich het snelst.

Onkruid tussen tegels van uw terras kunt u bestrijden met kokend water, het is milieuvriendelijker dan chemische bestrijdingsmiddelen.

Het verwijderen van onkruid: als de zon schijnt, want dat is een voorwaarde, onverdunde schoonmaakazijn tussen de voegen gieten. Na een paar uurtjes begint het onkruid al te verdorren waarna het zich praktisch moeiteloos laat verwijderen.

* Oorwormen zijn te lokken door een bakje met vochtige houtwol neer te zetten. daar kruipen ze graag in. 

* Oost-Indische kers houdt witte vlieg en luizen op afstand. 

* Orchideeën mogen geen koud water in de vaas hebben, op lauw water doen ze het erg lang. 

* De bloemen van de osteospermum lijken op die van de margriet. De plant wil graag vochtig staan en bloeit tot diep in de nazomer door.

P.

* Men kan paardenvliegen verjagen door een klontje margarine op de huid te wrijven.
Het sap van verse, groene notenboombladeren heeft hetzelfde effect op paardenvliegen.
Ook thee van peterselie en duizendblad is te proberen.   

* Palmen hebben weinig water nodig, maar ze gedijen wel het beste in vochtige lucht. Staat de palm in een ruimte, waar wordt gestookt, dan moet men niet verzuimen bakjes water neer te zetten of op te hangen aan de verwarmingsradiatoren.  
Een palm heeft verder ruimte nodig. Als men er steeds tegenaan loopt of stoot, worden de punten bruin.
Als een palm te groot wordt, is de enige oplossing de palm te verplaatsen naar een ruimte waar hij wel kan groeien, de palm laat zich namelijk niet snoeien.  

* Het pantoffelplantje is een aantrekkelijk plantje voor luis. Goed opletten bij aankoop en het plantje zo vervolgens zo goed mogelijk tegen luis beschermen door het in een niet te warme kamer en op een tochtvrije plek te zetten.
Wanneer de aarde wordt afgedekt met mos (bij de bloemist verkrijgbaar onder de naam sphagnum) houdt het pantoffelplantje in ieder geval luchtige grond en dus koele voeten. 

* Panty’s zijn handig om bv. een ficus mee op te wrijven. Ze gaan dan mooi glanzen.

* Papavers staan eerst graag even in heet water. Na een poosje kan er koud water bijgegoten worden. 
Papavers moeten alleen maar in knop worden geplukt, anders verwelken ze te snel. 

* Paprika, tomaat en peper doet het prima op een beschutte plek op het balkon. Natuurlijk hebben ze ook zon nodig om rijp te worden. Een balkon op het zuiden of westen is daarom ideaal. Gewone potgrond is goed, maar nog beter is het om door de potgrond wat klei te mengen. Klei is in het tuincentrum te koop als vijveraarde. De klei zorgt ervoor dat de grond het water langer vasthoudt zodat het niet zo snel uitdroogt. 
Vooral als de paprikaplanten vruchten gaan dragen kunnen ze wel wat extra bemesting gebruiken. Hierdoor worden de vruchten heerlijk groot en geurig.
Paprika’s van eigen kweek zijn echt lekker. Om goed te rijpen, moeten ze veel zon krijgen.
Paprika’s hebben uitlopers in de oksels van de bladeren. Die zijscheuten mogen doorgroeien tot ze twee bladeren hebben, daarna knipt u de tak af.
Dan kan alle energie naar de vruchten en worden de paprika’s  heerlijk zoet. 

* Een papyrus die bruine punten aan de bladeren krijgt staat op een verkeerde plaats. De plant heeft veel licht

water en warmte nodig, maar tocht en temperatuurschommelingen zijn funest.  
 Een parapluplant kweken in een accubak kan, maar zet de plant dan wel in een terracottapot, anders krijgt u de parapluplant nooit meer uit de accubak. Met wat aarde en grind werkt u de terracottapot weg. 
De parapluplant wordt ook wel papyrus genoemd. Deze plant moet altijd met wortels in het water staan en heeft regelmatig een flinke slok water nodig.  U maakt er een miniatuurregenwoud van door een groep parapluplanten samen in een zinken teil te zetten. Een lichte standplaats voorkomt dat de stelen, die hol zijn, slap worden en daardoor omknakken.

* Parasieten zijn te verdrijven door wortels, uien en prei door elkaar heen te zaaien. Ze verdrijven elkaars parasieten.  

* Zwarte peper met stroop mengen, dit op een vloeipapier smeren op een nat gemaakt schoteltje leggen en u hebt een gifvrije vliegenvanger.
Zelfs als de Spaanse peper u te heet is, is de plant een aanrader. De glimmende vruchten springen meteen in het oog. U kunt ook voor een zoete peper kiezen als de Turkse peper. Deze is te vergelijken met een paprika en is ook goed te vullen.
Bij peper planten wordt de zijtak afgeknipt na het derde of vierde bad. Dan krijgen de vruchten al het voedsel en worden ze rijp en kleurig.  

* Planten voor een pergola. Clematis: heeft weinig houvast nodig. Draad met om de 25 cm. een knoop tegen het wegglijden is voldoende. Belangrijk is dat de plant niet in de volle zon komt te staan op de bloemen na. De ‘voeten’ mogen zelfs helemaal geen zon hebben. Zet er daarom een laagblijvende struik voor. De clematis moet zo’n 30 cm. van de muur of het hout schuin in de grond worden gestoken. Onder de grond loopt de stengel schuin omhoog. Geleid dat met een stok die schuin tegen de pergola komt te staan. Pas later verwijderen.
Ook kamperfoelie kan tegen een pergola worden geplant. Het liefst een schaduwrijke plek op vruchtbare enigszins vochtige grond. Niet op een plaats met veel wind. Vermeerderen kan door de uitlopers in de grond te drukken en af te dekken met aarde. Er vormen zich dan wortels.

* Petunia geeft de zomer uitbundig kleur. Hij bloeit maandenlang, helemaal als u een keer in de week vloeibare mest bij het gietwater doet.
Petunia heeft een hekel aan regen, dus zet de planten bij voorkeur onder een afdak.

Petunia’s gecombineerd met een kuipplant als de Tibouchina steelt de show op uw terras. 
Met welke planten u ook combineert met de petunia zolang u kleuren in één tint kiest, zal het terras er prachtig uitzien. 

* De Phalaenopsis  is een bekende ochidee. Zet die op een lichte standplaats, voor een raam op het noorden of oosten. Van direct zonlicht houdt deze plant niet. Hij gedijt uitstekend bij een temperatuur van 18-24 C.
De phalaenopsis is een matige drinker, één keer in de 7 tot 10 dagen wat handwarm regenwater of gekookt leidingwater is voldoende. Om rotting van de wortelkluit te voorkomen is het raadzaam de plant met beleid te begieten. Geef hem een scheutje water, laat dan eerst het substraat opdrogen en geef vervolgens opnieuw water. De orchidee heeft geen grond nodig. De plant heeft veel lucht nodig en eigenlijk maar heel weinig voeding, een wekelijks dompelbad en een lichte plek.
Af en toe weigert de phalaenopsis opnieuw te bloeien, zet hem dan op een koele, lichte plek en weinig water, dat wil weleens helpen. 

* Zet een pioenroos bij voorkeur in koud water en ververs het water iedere dag. Hoe kouder en schoner het water, hoe minder bacteriën

het water vervuilen en hoe langer de pioenroos kan blijven staan.
Een pioenroos die te diep is geplant wordt zal weinig of geen bloei vertonen. Plant deze roos nooit dieper dan hij bij de kweker stond en verplant hem nooit meer. Hoe langer hij op dezelfde plek staat des te weliger zal hij bloeien. 
Maar het kan zijn dat de pioen jarenlang niet bloeit. Volhouden maar. 

* Pissebedden zijn dol op vocht en duisternis. Ze verzamelen zich vaak onder stenen en bladeren. Om van ze af te komen kunt u het volgende proberen: zet een schaaltje met een alcoholisch drankje erin in hun buurt. Ze zullen zich bedrinken en tenslotte verdrinken.  
Of neem een restje gekookte aardappelen en leg er wat groentebladeren overheen. De pissebedden zullen zich hierin verzamelen en zijn een gemakkelijke prooi voor u. 
Nog een idee is dat pissebedden alle plaatsen vermijden waar komkommerschillen liggen.
Pissebedden kruipen gegarandeerd in flessen die met een eetl wijngeest zijn gespoeld, onder voorwaarde dat de opening van de fles op de grond ligt. Ze worden door de alcohol verdoofd, zodat ze gemakkelijk kunnen worden vernietigd. 

* Bespuit regelmatig uw planten. Dat spuiten en sponsen is noodzakelijk om te voorkomen, dat de huidmondjes van de planten verstikt raken. Laat ze dus niet stikken. Natuurlijk niet met water overdrijven. Anders worden de bladeren bruin.

Geef een plant nooit te koud water, de wortels van de planten kunnen dit niet opnemen, zodat een plant te midden van veel water nog kan verdrogen. De potgrond verzuurt dan.

Voorkom het telkens anders neerzetten van uw planten in een pot, want ze zijn ook richtinggevoelig, omdat ze zich het liefst naar het licht wenden. Zet een merkteken op de pot of plaats een luciferstokje in de grond.

Zet als u planten wilt verpotten de nieuwe aardewerk potten 24 uur in het water, anders onttrekken zij teveel vocht uit de potaarde.
Zet vorstgevoelige planten pas na Moederdag buiten. 
In plaats van her en der planten neer te zetten is het leuker om ergens een plantengroepje neer te zetten. Kies dan planten die in kleur en vorm goed bij elkaar passen en zet ze op een groot dienblad. Als u dit dienblad in een kleur verft die bij uw interieur past, wordt her effect nog fraaier. 
* Een paar druppels brandspiritus in het gietwater bevorderen de plantengroei. 

* Omgekeerde plantenpotjes zijn ideaal om jonge plantjes tegen felle zon en uitdroging te beschermen.
* Een door kalkaanslag verstopte plantensproeier wordt weer schoon in azijnwater (1 deel azijn op 3 delen water). 

* Stop plantenkaartjes in de grond of apart in een tuinboek, zodat u weet wat waar in geplant is en u na kunt kijken wanneer u ze moet snoeien en wanneer ze bloeien. 
Plantenschades:
Viburnum: sneeuwbalhaan- Symptomen: gaten in de bladeren, de 1e keer begin zomer. Soms blijven alleen de nerven over, en nogmaals eind zomer. Oorzaak: de viburnum-sneeuwbalhaan, de eerste schade, begin zomer wordt veroorzaakt door de creme-witte larven, die tot 7 mm. lang zijn, met zwarte tekening. De tweede schade: eind, zomer, wordt veroorzaakt door volwassen kevers, die grijs-bruin van kleur zijn.
Maatregelen: kevers vangen, bij sterke aantasting behandelen met een pyrethrum-middel.  

* Poezen hebben een hekel aan planten, die een citroenachtige geur verspreiden, zoals ooievaarsbek (Geranium), citroenverbena (Aloysia) en vuurwerkplant (Dicamnus).
Wat ook helpt tegen poezen in uw tuin is wijnruit (Ruta graveolens) of het planten van stekelige mei- en vuurdoorn op strategische plaatsen.
Of leg stekelig snoeisel op de plekken waar poezen de tuin binnenkomen of hun behoefte doen.
Oplossingen doe ook het proberen waard zijn: peper, koffiedik, citroenschillen of mottenballen strooien, bovendien houden poezen helemaal niet van bodembedekkers, want dan kunnen ze geen kuiltje graven.    

* In het najaar kunnen weer de eerste pompoenen en kalebassen worden geoogst . Als u ze ter decoratie gebruikt blijven ze langer mooi wanneer u ze insmeert met slaolie. Zo nemen ze namelijk geen vocht op.  

* Maak uw terracotta potten schoon met een oude spons en wat geel zand (zandbak). Maak de spons vochtig en gebruik het zand als schuurmiddel. De algenaanslag verdwijnt zo zonder veel moeite.
Als u een plant verpot, let er dan op dat u de pot goed schoonmaakt voordat u er een nieuwe plant in zet. De oude plant kan ziek geweest zijn en dan wordt de nieuwe plant dat ook.
Poreuze potten zijn over het algemeen beter voor planten. Als ze na een poosje niet meer poreus zijn door het dichtslibben dan moet de plant verpot worden. De oude pot kan weer gebruiksklaar worden gemaakt door hem uit te koken in zout water met azijn. 
Voor- en nadelen van de verschillende soorten potten:

Terracotta:

voordelen is poreus en de plant blijft niet te lang nat, is te kleuren met latex verf

nadelen: terracotta is meestal niet vorstbestendig, het materiaal is breekbaar

Hout:

voordelen: het materiaal weegt niet veel, hout is vorstbestendig

nadelen: hout heeft vaak geen lange levensduur, geverfd hout vergt vrij veel onderhoud  

Metaal:

voordelen: vorstbestendig, verkrijgbaar in veel uitvoeringen

nadelen: metaal deukt nogal gemakkelijk, sommige metaalsoorten roesten vrij snel

Kunststof:

voordelen: in veel middelen en kleuren te koop, meestal weegt het niet veel

nadelen: door de zon kunnen kleuren wat flets worden, ziet er soms een beetje onnatuurlijk uit.

 

 

 

 

 

 

 

In het algemeen geldt dat potten zo groot mogelijk moeten worden gekocht. Voor zomer bloeiers als petunia, mag de pot niet kleiner zijn dan 15 cm. doorsnede. 
Kuipplanten hebben echt een grote pot nodig; de doorsnede van de pot moet minimaal 24 cm. zijn.   
Water moet kunnen weglopen uit de pot, anders wordt de grond te nat. U kunt daarvoor zorgen door (speel)zand door de potgrond e mengen. Ook potscherven en hydrokorrels onderin de pot zorgen ervoor dat het water afgevoerd wordt. 
Denk eraan om de pot op een schaal te zetten zodat het teveel aan water kan weglopen. Zo heeft de plant altijd een voorraadje.

* Als u prei plant, kunt u wat soda langs de planten strooien. Het zuivert de grond en houdt ongedierte weg.    

* Sommige mensen zijn allergisch voor primula’s. De boosdoener is de primula obconica met haar grote trossen lilakleurige bloemen. Van andere primulasoorten heeft men beslist niets te duchten.

Bloemen en planten q t/m u

R.

* Een mengsel van chloorkalk met azijn is een beproefd middel om ratten te verdrijven. Het mengsel moet in platte schaaltjes worden neergezet op de plaatsen waar de ratten zich vertonen.
Teneinde de aanwezigheid van ratten te voorkomen, kan men er natuurlijk zelf voor zorgen dat er geen voedselresten rondom het huis liggen en dat gaten en spleten in de muren van opslagplaatsen worden gedicht.
Voert men s winters de vogels, dan kan men dit het beste ‘s morgens al doen. Er blijven dan geen restjes liggen waar ratten op afkomen.
Ratten zijn dermate schadelijk en gevaarlijk voor de gezondheid dat men zelfs wettelijk verplicht is de gemeentelijke reinigingsdienst in te schakelen, als ze zich echt veel vertonen.

* Heeft u moeite om in een tuin een rechte hoek te maken voor bv. een bloemperk? Neem een touw  en leg er na 3, 4 en 5 meter een knoop in. In een driehoek op de grond leggen en u heeft een hoek van 90 graden.  

* Regenwormen houden de grond in de tuin los en luchtig. Ze nemen de mens als het ware werk uit handen en men moet de regenworm dan ook beslist niet verdelgen.
Om ze uit zaaibedden te houden, waar ze zich te goed doen aan de jonge plantjes, kan men de bedden bestrooien met houtas. De regenwormen komen boven de grond kunnen worden gevangen en naar een andere plaats (bv. de composthoop) worden gebracht. 
In bloempotten kunt u de regenwormen verwijderen als u de bloempot in warm water zet van ong. 35C. Of koffiedik luichtig door de aarde woelen, of een uitgeholde aardappel boven op de aarde leggen. de regenwormen kruiper erin en u kunt ze dan gemakkelijk verwijderen. 

* Een reuzenberenklauw staat erg decoratief in de tuin. Maar het sap van deze plant geeft lelijke vlekken op de huid, die bij sommige mensen brandende plekken en ontstekingen kunnen veroorzaken.

* Rododendron, heide en azalea kunt u in april planten. Ze willen een zure grond (minder dan 6,5 Ph). Dat wil zeggen, dat de grond nauwelijks kalk bevat. Is de grond niet zuur genoeg, help de grond dan een handje. Vul het plantgat rijkelijk met tuinturf vermengd met bemeste tuingrond (ong. half om half), of met bosgrond met dennennaalden. Voordat de struikjes de grond in gaan, maakt u het plantgat goed nat. Na het poten geeft u nogmaals royaal water.

* Een zgn. romantische tuin kan diverse planten herbergen, zoals:
- rozen
- vaste planten: pioenen, riddersporen, en floxen
- eenjarigen: petunia en vlijtig liesje
- verwilderingbollen: sneeuwklok, krokus en blauw druifje
- bomen en struiken: tulpenboom (magnolia), rododendron en sierkers (Prnus)
- klimplanten: clematis, kamperfoelie (Lonicera) en blauweregen.  

* Rozemarijn kunt u in model snoeien als de kans op nachtvorst voorbij is. (na Ijsheiligen).

* Rozen blijven langer goed als u iedere steel schuin afsnijdt. Hoe langer het snijvlak is, des te meer water kan de bloem opnemen. Gebruik altijd warm water. Rozen blijven het langst goed als u ze plukt zodra het eerste bloemblad zich ontvouwt. 

De rozen moeten na de bloei direct worden ingesnoeid. Snijd de uitgebloeide takken af juist boven het buitenste vijftallig blad.
Slaphangende rozen hebben baat bij de volgende behandeling: neem de slaphangende rozen uit de vaas. Rol het slappe gedeelte zo strak mogelijk in aluminiumfolie en zet de bloemen in vrij diep kokend heet water. Laat dit helemaal afkoelen en verwijder dan de aluminiumfolie. 

Verlepte rozen kunt u tijdelijk oppeppen door een aspirientje in het water op te lossen. 
Botanische rozen mogen niet gesnoeid worden, Oude takken moeten tot op de grond worden weggeknipt en dood hout moet worden verwijderd.   Uitgebloeide bloemen moet men voor de winter afknippen. De achterblijvende proppen gaan anders rotten. (Dit geldt niet voor botanische rozen) De uitgebloeide boemen van botanische rozen mogen niet weggeknipt worden. Uit deze resten groeien immers de rozenbottels die de tuin in de herst en winter nog een fleurig tintje geven.
Bloeiende rozen gaan veel sterker geuren als men tussen de struiken bieslook en andere uiensoorten plant. Bovendien weer een

afweermiddel tegen bladluis.
Wilde scheuten van rozen wegknippen tot in de grond, ze nemen teveel kracht weg en hinderen de bloei. 
Een bos rozen is altijd een feest, alleen die doornen. Doe het eens zo: neem een aspergeschiller en ontdoe de stelen van de doornen. U geniet van uw rozen zonder geprikt te worden. 
Bovendien staan gekochte rozen zonder doornen langer. 
Voor een heerlijke geur in de kamer zorgt een fles met rozenbladeren. De bladeren voorzichtig in een fles doen, een dunne laat zout erop en een scheutje alcohol. De fles gesloten bewaren op een koele plek, open in de kamer plaatsen zodra het nodig is. 
Plant bij rozenstruiken een paar pollen lavendel. De bladluizen zullen de rozen mijden en bovendien kleuren rozen en lavendel uitstekend bij elkaar.
Geef de rozenstruiken af en toe een bananenschil als mest. De bloei wordt erdoor bevorderd.
Rozenstruiken moeten om de vijf jaar helemaal nieuwe grond hebben. Daarmee voorkomt men de rozenmoeheid, die door aaltjes in de grond worden veroorzaakt. Door onder de rozenstruiken afrikaantjes te planten zijn de aaltjes te bestrijden.   
Afval van knoflook en uien kan ook worden gebruikt als rozenmest.

* Rupsen zijn erg vraatzuchtig, maar als we alle rupsen doden, hebben we ook geen vlinders meer. Het beste is de rups alleen daar te bestrijden, waar hij het al te bont maakt.
Van rozen- en bessenstruiken kan men rupsen verwijderen door ze drie avonden achtereen te begieten met een mengsel van 25 l. water, 2 l azijn en 2 1/2 pond keukenzout.
Koolplanten worden door de rups gemeden als er hennep of salie omheen staat.
Ook heeft de rups een enorme hekel aan de lucht van tabak. 
Knoflook planten kan ook werken tegen rupsen op uw planten. 

S.

* Salie (Salvia officinalis) kan het bete na de bloei (eind juni) worden teruggesnoeid. Zo voorkomt u dat deze vaste plant verhout en uit elkaar gaat vallen. Al snel verschijnt het nieuwe, frisse blad. 

* De sansevieria komt het beste tot zijn recht in een eenvoudige, niet te kleine pot. De bladeren bevatten heel veel vocht. Daarom heeft de sansevieria maar weinig water nodig, want er is altijd een voorraadje. Hij voelt zich het lekkerst op een licht, zelf zonnig plekje. De plant vormt zelf nieuwe ‘tongen’ .
Als u een nieuwe sansevieria wilt maken moet u een blad insnijden (in een V-vorm). De stukjes blad zet u rechtop in de aarde, zo vormen ze vanzelf worteltjes.

* Schaduwplanten zijn bijvoorbeeld varens, schoenlappersplant, bosanemoon, klokjesbloem, zilverkaars, vingerhoedkruid, voorjaarslathyrus, fuchsia, maagdenpalm en kerstroos.
In de maand april planten of delen en verplanten. Eens in de drie á vijf jaar de vaste planten scheuren.
Plant de jonge, buitenste delen van de plant opnieuw uit. Oude planten gaan in groeikracht achteruit.
Ook de Nicotiana alata (een witte siertabak)  houdt van schaduw.
Kruiden die in de schaduw gedijen: bieslook, pepermunt, kruizemunt, mierikswortel en lavas. 
Schaduwplanten
in het voorjaar zijn: 
Longkruid (Pulmonaria)
- Vaste judaspenning (Lunaria rediviva)
- Gebroken hartje (Dicentra)
- Alle bloembollen tussen bladverliezende struiken.
In de zomer:
- Hosta
- Zeeuws knoopje
- Hortensia (Hydrangea)
- Monnikskap (Aconitum)
- Campanula
- Begonia
In de herfst:
- Japanse anemonen
- Wasbloem (Kirengeshoma)
- Duizendknoop (Persicaria)
- Krentenboom (ook in de lente en zomer)
In de winter:
- Groenblijvende varens (bv. Polystichum)
- Elfenbloem (epimedium) (bloeit voorjaar)
- Schoenlappersplant (Bergenia) (bloeit voorjaar)
- Kerstrozen (Helleborus)  
 

Oudere vaste planten kan men vermeerderen door ze in stukken te scheuren, de stukken hebben afzonderlijk evenveel ruimte nodig als de oude plant. 

* Schildluizen soms niet meer dan een stip op de bladeren van de kamerplanten, kunnen worden bestreden met zeepspiritus.
Op palmen, varens en cacteeën komen vaak grotere schildluizen voor, die gemakkelijk zijn af te borstelen met een tandenborstel en zeepspiritus.
Ook met een wattenstaafje gedoopt in spiritus gaan de schildluizen er vandoor.

* Schuim- of spuugbeestjes (cicaden) omgeven zich op de plant met een beschermende schuimlaag. Met water afspuiten.  

* Sedum is ideaal als u in de zomer weinig tijd hebt om uw terrasplanten bij te houden. Dit sierlijke vetkruid heeft weinig verzorging nodig, houdt het in de zon of halfschaduw bijzonder lang uit en geeft mooie gele, oranje of witte bloemen.

* Seringen moeten al uitgelopen zijn als men ze in een vaas zet, eenmaal afgesneden komen ze niet meer uit. Klop de onderkant van de takken vezelig anders nemen ze niet genoeg water op.  
Wil een sering niet bloeien? Dan kunt u in juni de wortels afsteken. Steek in een cirkel rond de stam met een spa ong. 20 cm. van de wortels af. Dit geeft de sering een extra impuls om knoppen te vormen.
Een sering hoeft niet elk jaar te worden gesnoeid. Als u hem klein wilt houden, snoeit u de sering om het jaar in het voorjaar tot vlak boven de stam. De bloei slaat dan een jaar over.  

* U kunt gedeeltelijk kapot aardewerken serviesgoed mooi gebruiken om als kweekbak te dienen.  

* Knip siergras liever niet af, pluk liever het dode materiaal uit; pluizen. Zo blijft het groen intact en de pol sierlijker.   

* Om langer plezier te hebben van uw sierkalebassen kunt u ze met een breipen in de lengte doorboren en vervolgens enige tijd op de CV leggen.
Ook inspuiten met een (haar)lak is een idee.  

* Siernetel (Coleu blumei-hybride) is zeer de moeite waard, vooral door het felgekleurde blad, dat in allerlei variaties voorkomt. In een mooie pot komt dit kleurenspel nog beter tot zijn recht. Stekken is heel eenvoudig: u knipt een top uit de plant en plaats deze in een vaasje met water. Al na een paar dagen onstaan er worteltjes. 

* Slaapkamergeluk (Soleirolia) is niet eenvoudig goed te houden. Het is dan  ook heel belangrijk dat er altijd water in de schoten of onderin de pot staat. Felle zon is funest voor deze plant. Als uw Soleirolia het begeeft, knip dan alle groene blaadjes eraf en zet de plant buiten. Na verloop van tijd begint hij dan weer opnieuw.

* Wilt u voorkomen dat er slakken in uw mooie potplanten op het terras of in de tuin komen? Smeer de rand van de pot dan in met

vaseline. Slakken hebben er een hekel aan.
Wie slakken wil vangen, moet natte planken of rabarberbladeren neerleggen. De slakken zullen zich er ‘s nachts onder verzamelen en kunnen dan naar een plaats gebracht worden, waar ze niet zo schadelijk zijn, een composthoop bv.
Ook zal een slak zich niet vertonen op plaatsen waar salie, hysop en tijm groeien.
Kikkers en padden in de tuin, rustig laten zitten, ze zijn dol op slakken.

Veel jonge aanplant in de tuin wordt weggevreten door slakken. Als men op de bedreigde plekken fijn grind of eierschalen strooit, blijven slakken uit de buurt omdat ze een hekel hebben aan scherpe randen en punten.
Maak rond planten die veel slakken aantrekken een geul met een schepje en vul dat op met koffieprut. Zo heeft u voorlopig geen last meer van slakken
Dakpannen zijn ook geschikt om slakken te vangen. Ze kruipen er graag onder en zijn dan makkelijk te vangen.
Banen ijzersulfaat, strooizout, zand, gerstekaf, roet of droge dennennaalden vormen voor slakken een in overkomelijke hindernis.  
Zet kommetjes bier neer. Het helpt gegarandeerd. 

* Veel uitgebloeide bloemen van vaste planten leveren vooral met een laagje rijp of sneeuw in de herfst en winter een mooi plaatje op. Wacht daarom met het terugsnoeien van de planten tot aan het eind van de winter. Ook kunnen de zaden in de uitgebloeide bloemen als voedsel voor vogels dienen. Sommige vaste planten zoals hosta en schildblad hebben in de herfst zelf mooi gekleurd blad.
Vaste planten die in de lente en in de voorzomer bloeien (voor 21 juni) kunt snoeien. Soms, zoals bij longkruid, krijgt u daarmee een hergroei van mooi fris blad. In andere gevallen wordt u beloond met een bescheiden herbloei, zoals bij ooievaarsbek en zeeuws knoopje. Of u voorkomt heftige uitzaai, zoals van akelei ruit en vrouwenmantel.
Vaste planten die in de nazomer en in de herfst bloeien, kunt u voor de langste dag -21 juni- snoeien. Notoire omvallers  snoeit u soms al half mei terug. Doordat ze vertakken, krijgen ze meer stevigheid,. U kunt ook de bloei verlengen door een pol gedeeltelijk terug te snoeien zoals bij floxen en hoge ereprijs.
Net als bij rozen stimuleert het simpel wegknippen van de uitgebloeide bloemen vaak een tweede bloei.
Knip in de herfst het dorre blad van pioenen af en voer het af. Breng het afval niet naar de composthoop om het doorgeven van ziektekiemen te voorkomen.   
Heesters en bomen die nooit bloeien kan men beter niet snoeien.  
Net als bij vaste planten is er bij struiken onderscheid te maken tussen lente- en zomer bloeiers. De truc is om te onthouden dat de vroege bloeiers hun knoppen al in het voorafgaande jaar aanleggen. Ze bloeien dus op de takken die het vorige seizoen gevormd zijn. Zou u overijverig uw forsythia in februari snoeien, dan knipt u al het bloeihout weg. Stel deze snoeiklus dus tot na de bloei uit. Dit geldt voor alle struiken die voor de langste dag bloeien, zoals ribes, boerenjasmijn, sering of boerenjasmijn.
Snoei ze zo snel mogelijk na de bloei, dan vormen ze na de langste dag nog voldoende nieuwe takken barstensvol knoppen voor het volgende jaar.
Struiken die na de langste dag bloeien op takken die in datzelfde jaar gegroeid zijn, oftewel ‘nieuw hout’ kunt u ongemoeid laten, maar dan bloeien ze alleen aan de toppen van steeds hoger wordende struiken. Om voor voldoende nieuw hout te zorgen, snoeit u ze in het voorjaar. Bekende struiken die op het nieuwe hout bloeien zijn, vlinderstruiken, zomerspirea en hortensia ‘Annabelle’ .
De boerenhortensia (Hydrangea macrophylla) snoeit u niet, want de bloemknoppen zitten al in het voorjaar aan de struik. Wel kunt u de struik verjongen door ieder jaar een of twee van de oudste takken tot op de grond weg te halen.   
Leibomen zijn bekende gesnoeide bomen en struiken. De bekendste is de linde. Snoei in januari als het niet vriest- de takken die op de zijtakken groeien helemaal af.
Ook de haagbeuk (Carpinus) leent zich bijzonder goed als leiboom. Snoei alle takken die de verkeerde kant op groeien weg en bind de overige aan een raamwerk. Snoei haagbeuken niet later dan de kortste dag om ‘bloeden’ te voorkomen.  
Groenblijvende hagen zoals coniferen, buxus en hulst kunnen het beste de eerste keer van het seizoen na half mei worden gesnoeid. In augustus of september wordt de haag voor de laatste keer gesnoeid en zo gaat hij mooi strak de winter in. Bij deze hagen wordt de onderkant wat breder dan de bovenkant gesnoeid, in een taps toelopende vorm net een rechte of een afgeronde bovenkant. Op deze manier krijgt de haag overal evenveel zonlicht, waardoor de onderkant niet kaal wordt.
Het blad van de beukenhaag (Fagus sylvatica) krijgt in het najaar mooie herfstkleuren. In de winter blijft het dorre blad aan de struik hangen. Snoei deze haag voor de eerste keer in juni en voor de tweede keer eind augustus of begin september.
Liguster is een snelle groeier en wordt daarom wat vaker per seizoen gesnoeid. Knip deze haag het eerste jaar  ook aan de bovenkant om hem goed aan de basis uit te laten groeien.
Wordt de ligusterhaag gebruikt als achtergrond voor een border? Zorg dan dat de ortels van de haag niet helemaak in de border kunnen doordringen. Steek een keer per jaar met een scherpe spa de wortels van de haag af. 
Wilt u een haag van bloemen of vruchten, kies dan gele kornoelje, vuurdoorn, forsythia, of dwergkwee. Deze struiken vormen hun  bloemen op zijscheuten of op het oude hout in plaats van op de scheuten die bij het snoeien worden afgeknipt. Zo’n informele haag kunt u gedurende de zomer waar nodig terugsnoeien.  
Klimplanten, zoals blauweregen snoeit u midden in de winter en in de zomer nog een keer, ong. twee maanden na de bloei. Knip in de winter de zijscheuten van de hoofdtakken terug op niet meer dan twee à drie knoppen. In de zomer kunt u lange zijscheuten nog eens inkorten door ze tot op ong. 15 cm. van de hoofdtak af te knippen.
Snoei kamperfoelie vroeg in het voorjaar. Knip gerust vrij drastisch tot op de muur of de steun terug. Halverwege de zomer mag u hem gerust nog wat inkorten.
De voorjaarsbloeiende clematis, zoals clematis montana, snoeit u alleen als hij te groot wordt en wel direct na de bloei.
De zomerbloeiende soorten bloeien op jong hout. Snoei ze begin maart, zo laag mogelijk bij de grond, vlak boven een knoppenpaar. Zo voorkomt u dat ze alleen hoog bovenop wat bloemetjes produceren.
Klimhortensia begint traag, maar geduld wordt zeker beloond. Bind jonge scheuten aan tot ze hechtwortels vormen. Snoei alleen na de bloei als ze te groot worden. Kort te lange scheuten in. Haal zijscheuten die van de muur af groeien weg tot op een gezonde knop. Doe dit regelmatig; klimhortensia’s vormen anders dikke bossen met veel dood hout onderin.
Snoei de druif tussen kerst en Nieuwjaar als het niet vriest om ‘bloeden’ te voorkomen. Haal alle zijscheuten weg tot twee à drie ogen van de hoofdtakken. In de zomer haalt u de lange sliertige scheuten weg tot bij de beginnende trosjes.  
Moderne rozen, grootbloemige en trosrozen snoeit u terug tot ong. 25 cm. boven de grond.
Oude en Engelse rozen snoeit u jaarlijks met de helft of eenderde terug.
Bij botanische of wilde rozen haalt u alleen af en toe een oudere hoofdtak weg en dat gaat het makkelijkst met een takkenschaar. Dit is om nieuwe groei te bevorderen.
Bij klimrozen haalt u om te verjongen om de paar jaar een oude hoofdtak weg. Van de overgebleven hoofdtakken snoeit u alle zijtakjes weg tot op twee of drie cm.
Stamrozen worden kort op de stam teruggesnoeid, let daarbij op een evenwichtige vorm van de kroon.
In de zomer worden uitgebloeide bloemen weggeknipt tot vlak boven een volwassen blad dat weer uit vijf kleine blaadjes bestaat, dit is om herbloei van de rozen te bevorderen.
De zomerbloeiende klimrozen, kunnen als ze te groot worden, direct na de bloei worden gesnoeid.     
In het voorjaar wordt het blad van de siergrassen kort gesnoeid. Deze planten lopen al vroeg weer uit. Let op dat u geen nieuwe, groene groeipunten afknipt. 
Welke plant wanneer  snoeien:
Maart: struikrozen 
April: winterbloeiende heide, fuchsia, bladhoudende heesters (zoals liguster en laurier)
Mei: viburnums (zoals de Gelderse roos)
Juni:  wilde uitlopers van rozen, seringen
Augustus:  stam- en treurrozen, clematis, lavendel.
Bomen kunt u het best in de zomer snoeien .  
* Een snoeischaar op een lange stok is een handig hulpmiddel voor al die plekken waar u moet snoeien maar waar u niet goed bij kunt. 

* Snijbloemen kunt u langer goed houden door in het water een aspirine bruistablet te laten oplossen.
Stengels van snijbloemen altijd bladvrij maken om verrotten te voorkomen.

Bij houtachtige stengels van snijbloemen een flink stuk van de bast er afhalen.  
Altijd een stuk van de onderkant van de snijbloemen halen.
Na een week wederom een stukje van de onderkant van de snijbloem afsnijden.
Suiker in het snijbloemwater doen.
1 eetl. bleekwater bij het water doen, bij een kleine vaas voor snijbloemen iets minder.
Snijbloemen houden niet van tocht. U krijgt dan hangende kopjes. 

Snijbloemen houden niet van te warme temperaturen, dus niet te dicht bij de verwarming,.
En al houden snijbloemen van licht,  de volle zon is ze te veel.
Schoon water voor de snijbloemen en de vaas blijft ook langer mooi. Reinig de vaas bij elke schoon waterbeurt. Wat chloor helpt hierbij.
Het meegeleverde zakje snijbloemenvoedsel is noodzakelijk voor een mooi bosje snijbloemen.
De snijbloemen niet vlak bij een schaal fruit zetten. Het fruit verkort de levensduur van uw snijbloemen.
Meeroken is funest voor uw snijbloemen.   
De beste tijd om snijbloemen te plukken is de ochtend, echter, snijbloemen in knop, als fresia’s, gladiolen, pioenen, rozen, anjers of irissen, kunnen daarentegen beter ‘s avonds kort voor zonsondergang worden geplukt. 
Snijbloemen kunnen in de koelkast bewaard worden, dat geldt vooral voor corsages. 

* Een specht is te lokken met spekzwoerd, kaas zonder korst en vetbollen, dit geldt ook voor een boomklever.   

* Spinnen kunt u verdrijven door een schoteltje azijn neer te zetten. Maar ze zijn nuttig als opruimers van insecten.  

* In maart kan de zaai buiten van spinazie starten. Alleen als de grond nog erg koud is, is het beter even te wachten. Opwarmen door er eerst een week tot tien dagen plasticfolie op te keggen kan ook. Voor deze vroege teelt zijn snelgroeiende rassen nodig als Breedblad, Scherpzaad, Vroeg Reuzenblad en Amsterdams Reuzenblad. org voor een vruchtbare grond en geef vooraf wat stikstofrijke mengmeststof mee. Het zaaien kan breed vormig of op rijen met 10 cm. tussenafstand. Er is ong. 5 gr. zaad per vierkante meter nodig.  
 

* De spint, een nauwelijks zichtbaar rood spinnetje, doet zich te goed aan het sap van een plant, die daarvan behoorlijk heeft te lijden. Planten zullen niet zo gauw last hebben van spint als de bladeren geregeld worden afgesponsd en besproeid.
Spint
kan worden bestreden met zeepspiritus: 1 l. water, een eetlepel. spiritus en een theelepel. groene zeep. De plant de volgende dag goed naspoelen met schoon water. De behandeling na een week herhalen. 

* Sproei de tuin niet zolang de zon schijnt, de druppels werken dan als brandglazen.
Net geplaatste planten niet met en harde straal besproeien, liever meerdere keren om de planten heen gieten.
Besproei sterk uitgedroogde vlakken langzaam meerdere keren met korte tussenpozen.
Sproeien met water uit de regenton is veel beter dan het gebruik van koud water.

* Vetplanten zijn te vermeerderen door scheutstekken. Eerst even een dag laten drogen en daarna direct in de aarde zetten. Ze zullen op water ook wortelen, maar daarin mogen de wortels niet te lang doorgroeien, omdat ze niet voldoende voedsel uit het water kunnen halen.

De beste tijd om planten te stekken is het voorjaar (maart/april). De stekken mogen nooit langer zijn dan 10 cm., terwijl dat deel dat in het water staat bladloos moet zijn.
Verschillende stekjes wortelen overigens net zo goed in aarde als in water. (Het snijvlak eerst even laten indrogen). Men moet dan wel een ‘broeikasje’ maken met behulp van een plastic zakje en een elastiekje.
Pas opgepotte stekken en verpotte planten mogen de eerste paar dagen beslist niet in de zon.

Uit een mooi blad van de Kaapse viool kan men een nieuwe plant kweken, door het blad met de steel in een potje zandige, vochtige turfmolm te zetten.
geraniums zijn makkelijk te stekken. Tien cm. lange scheuten een halve dag laten drogen, de onderste bladeren eraf halen en de stekken in een pot met potgrond zetten. Afdekken met schoon zand en koel en licht laten overwinteren.   

* In mei beginnen de  meeste planten flink te groeien. Sommige planten kunnen wel een steuntje gebruiken. Daarvoor zijn verschillende steunen te koop, maar met zo handig en minstens zo mooi is snoeihout. Zet naast de overhellende planten een rechte tak en de plant zal fier omhoog groeien.   

* Gedroogde bloemen worden soms stoffig. Met een stofdoek afnemen gaat niet, maar eens in de zoveel tijd de bloemen voor een open raam zetten en dan met een föhn het stof naar buiten blazen.

T.

* Teken bijten zich vooral bij honden vast in de huid. Als men zo’n beest gewoon wegtrekt, blijft de kop in de huid achter en is de kans op ontsteking erg groot. Voor het verwijderen moet de teek worden gedood met een watje met benzine, olie of ether. Daarna is het ongedierte gemakkelijk uit de huid te trekken.
U kunt teken ook afdekken met nivea. Hij zal dan spoedig loslaten. 
Nog een tip is: breng een klodder vloeibare zeep op een prop watten aan en bedek daarmee de teken. Dep ca. 20 sec. en de teken zullen zich spontaan losmaken en zichzelf vasthouden aan de watten wanneer u de prop weggooit. 

* Tien termen uitgelegd die staan op zaaizakjes van een tuincentrum.
- onder glas: beschut zaaien of planten in een platte bak of kas, dat mag echter ook een bak met folie zijn
- volle grond: buiten in de tuin, dus zonder beschutting
- breedwerpig zaaien: het zaad gelijkmatig verdeeld uitstrooien over de geheel oppervlakte
- op rijen zaaien: het zaad in rijtjes zaaien met een bepaalde tussenafstand tussen de rijen
- ter plaatse zaaien: direct op de definitieve plaats van bestemming zaaien, zodat overplanten niet nodig is
- zaai-/plantafstand 25 x 5: de rijafstand is 25 cm, de plant- of zaaiafstand op de rij 5 cm.
- poten: een andere term voor uitplanten
verspenen: jonge, pas gekiemde plantjes overplanten van zaaibak naar pot
- voorzaaien: in een zaaibak of plantbed zaaien om later elders uit te planten
- op pot zaaien: zaaien in een opkweekpot om later uit te planten.

* Gaat u een nieuw terras aanleggen, strooi dan wat cement over het zand en leg daarna de tegels. Die liggen op deze manier steviger en de kans op onkruid vermindert meteen.
Anti-onkruiddoek onder de terrastegels heeft hetzelfde effect.  
Terrasbloemen en planten:
1. Ijzerhard (Verbena) is er in de prachtigste kleuren. Dit eenjarige plantje wil graag in de zon staan. Ook mooi in combinatie met andere planten in een hanging basket.
2. Passiebloem is een prachtige klimmer die in de volle zon wil staan. Er zijn verschillende soorten in de mooiste kleuren blauw, rood en wit.
3. Fuchsia’s zijn ideaal voor een terras met minder zon. Deze kuipplant bloeit onvermoeibaar door. Elke dag water stellen ze erg op prijs.
4. Het Vlijtig Liesje is een makkelijke plant die zelfs in de schaduw nog goed groeit. Mooi in wit en rosé, maar ook in andere tinten een topper.
5. Spaanse Margriet (Osteospermum) is een rijke bloeier met een leuke bossige groeiwijze. De plant wil graag in de zon staan en is er in veel tinten.
6. Dilpadenia is een slingerplant die lichte schaduw kan verdragen en bloeit de hele zomer.
7. Lobelia is er in wit, lila en blauw. De plant is prachtig in een hanging basket en wil graag in de zon staan.
8. Geranium (Pelargonium) wil graag lekker zonnig staan. De plant is niet erg moeilijk en kan goed tegen een dagje zonder water.  
  * Met kamillethee  kunt u schimmels op zaad en pootgoed bestrijden. Een theelepel kamille laat u 24 uur trekken op 1 liter water en klaar is uw middeltje. Voeg een lepeltje groene zeep toe voor een betere hechting.
Met thee van heermoes kunt u de planten weerstand geven tegen de schimmels. Voor 1 liter heeft u 30 gr. nodig. Een kwartiertje koken, een dag laten staan, verdunnen met 4 liter water en u kunt preventief spuiten,. Elke drie weken herhalen.
Uit alsemthee brouwt u een middeltje tegen slakken en insecten. U heeft een onsje alsem nodig dat u ruim een kwartier in 1 liter water kookt. Opnieuw een dag laten staan. Zeven en het water kan zo over de planten.

* Tibouchina is een kuipplant waarvan u langdurig plezier heeft. Na de bloei moet hij net als alle andere kuipplanten overwinteren. Zet hem vorstvrij op een lichte plaats en hij zal elk jaar mooier worden. (Zie petunia)  

Heeft u in februari binnen tomaten gezaaid, dan moet u halverwege april de plantjes uitzetten in de koude bak of potten. Ze mogen nog niet naar buiten, omdat de plantjes anders bevriezen. Wachten tot half mei. Met een beetje goed weer heeft u dan kans dat u al vanaf juli

 

 

 

 

kunt oogsten. Geen plantjes gezaaid? Koop dan plantjes die u in de koude bak of potten zet.
In tomaten moet u flink knippen voor een goede oogst. Allereerst is ‘dieven’ belangrijk. Dat is het verwijderen van de nieuwe zijtakken die in de oksels van de bladeren groeien. U kunt de plant, telkens als u hem water geeft, even op die uitlopers controleren.
Voordat een tomaat vruchten geeft, bloeit hij. Laat de plant zeven bloemtrossen maken en haal dan de top van de plant eruit. Dat moet in augustus sowieso gebeuren. De tomaten worden dan veel groter en als de kop eruit is, kunnen de nog groeiende en rijpende tomaten lekker sappig worden.  

* Torren kunt u verwijderen met een mengsel van gelijke delen borax en suiker.
Torren gaan op de vlucht voor de geur van ammoniawater. 

* Heeft u een donkere hoek in uw tuin, met veel bomen of andere soorten van schaduw, kijk dan eens in de zgn. heemtuinen. U zult dan ontdekken dat er vele wilde planten bestaan die in de schaduw prachtig bloeien.
- Een heel kleurige tuin lijkt vaak veel kleiner. 
- Met wit en grijs krijgt een tuin een moderne uitstraling.
- Een tuin met alleen bladgroen fleurt op met hier en daar rood of bont blad.
- Wees wel voorzichtig met bont blad in uw tuin, want dat kan snel onrustig werken.
- In een donker hoekje van uw tuin heeft een bontbladige klimop veel meer effect dan een donkergroene.
Kleine tuin. kies dan een donkere schutting achter in de tuin, dat geeft diepte, terwijl een lichte schutting de breedte accentueert. 
De tuin is een heerlijke plek voor kinderen om te spelen. Met een eigen hoekje voor de kleintjes en wat voorzorgsmaatregelen, voor tuin en kinderen, maakt u van uw tuin een kinderparadijs:
- neem voor het gazon een sterk soort graszaad dat bestand is tegen rondrennende en spelende kinderen
- plaats een zandbak waar de kinderen in kunnen spelen. Neem daarvoor zand met een korrelgrootte van max. 2 mm. en maak de zandlaag niet dikker dan 50 cm.
- geef kinderen een eigen tuintje waar ze hun groenten, bloemen en fruit kunnen kweken. Aardbeien, tuinkers, sla, radijs, zonnebloem en goudsbloem zijn makkelijk te kweken
- alle waterpartijen zijn voor de allerkleinsten gevaarlijk. In een paar cm. water kunnen ze al verdrinken. Als u kinderen heeft is het beter om pas later een vijver aan te leggen. Een waterornament is een mooi alternatief.

* Tuingereedschap zoals zeisen, hooivorken, e.d. niet afdoende beschermd mogen niet op de openbare weg worden vervoerd.

* Tuinpaden blijven vrij van onkruid als u ze bij droog weer begiet met zout water. 

* Vaste tuinplanten mag men voor de winter niet afknippen. In de holle stengel zou het regenwater blijven staan en bij vorst wordt de plant dan ernstig beschadigd doordat hij tot in het hart bevriest. 

* Aan het einde van het seizoen kan uw houten tuinset zwart verkleuren. Die zwarte laag laat zich echter verwijderen door een metalen schuursponsje te gebruiken. Maak de tuinset wel nat, niet alleen voor maar ook tijdens het schuren. 
Is de tuinset groen uitgeslagen, dan helpt een sodasopje het best. Even laten weken, dan flink schrobben en het mooie hout is weer te zien. 

* Van een lekke tuinslang maakt u in een handomdraai een milieuvriendelijk en efficiënt irrigatiesysteem voor in de tuin. Prik in de oude tuinslang een rij extra gaten met een diameter van 2 mm, twee à drie cm. uit elkaar. Sluit het ene uiteinde waterdicht af en koppel het andere einde aan uw goede tuinslang. Leg de geperforeerde slang langs de planten in uw border. Licht ingraven kan ook, maar dan met de gaten naar boven. Draai de kraan een slag open en uw low-tech-irrigatiesysteem bewatert in dunne straaltjes uw border, zonder waterverlies door verdamping.

Als men het uiteinde van de plastic tuinslang even in heet water houdt, past hij veel gemakkelijker op de kraan. Bovendien blijft hij goed strak zitten omdat het plastic bij afkoeling weer krimpt. 
Laat de tuinslang leeglopen en berg hem op, het liefst in een vorstvrije of droge ruimte. Zo voorkomt u dat hij kapotvriest. Sluit ook de buitenkraan af als er nachtvorst wordt verwacht.

* Is uw tuinsproeier vaak verstopt? Haal het kraan aansluitstuk eraf en stop er een knikker in, zodanig dat het precies past. Maak het aansluitstuk weer vast en zet de kraan open. Door de waterdruk gaat de knikker langzaam door de slang en duwt alle aanslag en als voor zich uit. Wanneer de knikker er aan de andere kant weer uitrolt, is uw tuinsproeier weer brandschoon. 

* Een tafelkleed op uw tuintafel blijft beter zitten, als u onder die tafel een paar wasknijpers plakt en het kleed daaraan vastmaakt. 

* Houten tuintegels brengen veel sfeer in de tuin, maar ze kunnen soms erg glad worden. Als u de tegels lakt met jachtlak waardoor een handje fijn zand wordt vermengd,  worden de tegels stroef.

* Tuintips januari:
-Deze maand is ideaal voor het snoeien van uw appel- en/ of perenboom (mits de temperatuur niet onder de -5C komt). Ook de druif kan nu gesnoeid worden. knip de zijtakken weg tot op twee/drie ogen totdat de hoofdstam en hoofdtakken overblijven.
- Vergeet uw kuipplanten in de garage of schuur niet. Zet bij vorstvrij weer het raam of de deur open en geef ze regelmatig water.
- Mocht het glad worden op de tuinpaden, strooi dan eens zand in plaats van zout. Een stuk milieuvriendelijker.
- Appel of peer over? Voer het aan de vogels. Deze hebben in de koude wintermaanden echt behoefte aan extra vitaminen.
- Zoek nu alvast uw zaden en zomerbollen in de catalogi.
- Zelf zaaien, onder glas. Allerlei perkplanten en vroege groenten kunnen nu binnen gezaaid worden, zoals bloemkool, sla en prei.
- Maak nu uw tuingereedschap schoon, repareer ze eventueel en smeer ze in met olie.
- Repareer uw schuttingen en schuurtje indien nodig.
- Scheur de sneeuwklokjes als ze uitgebloeid zijn voorzichtig van elkaar en plant ze opnieuw in kleine groepjes. Uw hele tuin komt vol te staan met deze vroege bloeier.
- Haal de vroege winter bloeier, zoals Forsythia, winterjasmijn en Hamamelis alvast naar binnen.  
- Maak nestkastjes voor de vogels schoon, ze zoeken al vroeg hun nestplaats uit.
- Sneeuw laten liggen op de planten, het dient als isolatie.  
- Vorstgevoelige planten moeten worden beschermd met een flink dek van blad, stro of turfmolm
- Bij vorst en sneeuw laat u het gazon voor wat het is, niet op lopen.
 - Rozen moeten tegen vorst en wind worden beschermd rond het verdelingspunt. Bind bij stamrozen een bos stro om de vertakking.
- Voorkom dat het water in de vijver tot de bodem bevriest. Hak een bijt, schep er water uit en zet er een bos stro of riet in.  
- Bloeitijd: januari februari: winterakoniet, sneeuwklokje.  

Tuintips februari:

- Snoei uiterlijk deze maand heesters en blauwe regen, zodat ze er deze zomer mooi bij staan.
- Alle bessen, appel- en perenbomen kunnen worden gesnoeid, zorg voor een schone, scherpe snoeischaar.
- Er komt weer meer licht, tijd om de kamerplanten te verpotten, bemesten en weer in model te knippen.
- De grasmat wordt behandeld met een verticuteerhark en voorzien van een laagje aarde.
- Grof kluiterige grond of onkruid onder struiken en bomen vergroot de kans op nachtvorstschade aan uw vroeg bloeiende fruitbomen.
- Verwijder de grote ronde knoppen uit de zwarte bessenplant. Als de knoppen uitlopen verspreiden de rondknopmijten zich over de hele plant.
- Boerenkool kan de kou goed doorstaan en wordt zelf lekkerder naarmate ze langer op het veld staat. Tegen maart moet ze wel geoogst zijn, anders wordt ze bitter.   
- Februari is een geschikte maand om kuipplanten te verpotten. Gebruik bij voorkeur potgrond met klei om het water beter vast te houden.
- Bent u dit jaar vergeten sneeuwklokjes en krokussen te planten? Schaf de bollen dan bloeiend aan en zet ze in potten op de tuintafel. Zodra ze zijn uitgebloeid kunnen ze in de volle grond.
- Vanaf deze maand kunt u een jarigen in een kasje voorzaaien.
- Laat in een vergeten hoekje in de tuin een bos brandnetels staan. Hier komen veel vlinderrupsen op af, zodat u deze zomer veel vlinders in uw tuin heeft. 
- Als het niet vriest, is het een goede tijd om compost in de tuin onder te spitten. Kies voor goed verteerbare compost, dit is een prima bodemverbeteraar. 
- Planten kunnen nu prima worden gepoot. Houd de nieuwe planten wel in de gaten en vergeet ze geen water te geven in het begin en tijdens droge periodes. 
- Bloeitijd: februari maart: krokus, mini-iris. 

Tuintips  maart:

- Zolang het blad nog niet is uitgelopen kunt u uw planten, heesters en bomen nog verplanten.
- Start eind deze maand met het planten van zomerbloeiende bollen.
- Snoei de zijtakken van uw klimrozen flink terug (ong. tot boven het vijfde oog).
 - De prunus, appelbloesem en wilgenkatjes staan meestal al vroeg in bloei. Snijd -voor een vleugje voorjaar in huis- een paar takken af en zet ze in een mooie vaas.
- Kuipplanten die binnen overwinterd hebben, beginnen vanaf nu weer te groeien. Snoei deze planten vrij diep in, dit levert uiteindelijk een mooi volle plant op.
- Dit is het moment om keukenkruiden zoals peterselie, bieslook, dille, kervel, dragon en salie te zaaien. Kies hiervoor een zonnige en warme plek.
- U kunt alvast beginnen met het onderhoud van uw tuinmeubelen. Schuur houten tuinmeubels alvast en koop de juiste beits, lak of olie. Als het weer het toelaat, kunt u direct aan de slag.   
- Heesters als de vlinderstruik, pluimhortensia en strikrozen zijn gebaat bij een forse snoei. Snoei ze op 20-40 cm. boven de grond.
- Teel niet elk jaar groentegewassen van dezelfde familie op dezelfde plaats.
- Als het voorjaar doorzet is het tijd voor de grote schoonmaak van uw tuin. Verwijder oud blad en onkruid, afgestorven bloemstengels worden afgeknipt.
- Op de meeste gronden moet nu worden bij gemest met natuur- of kunstmest.
- Als de primula’s in de kamer zijn uitgebloeid, worden ze in de tuin op een beschaduwde plaats geplant. Dan kunnen ze nog jaren mee.
- Denk aan de mosbestrijding van uw gazon. Voorzie het gazon ook van voldoende lang werkende voedingsstoffen.
- Snoei verwaarloosde hagen sterk in. Door een vroege snoei hergroeien ze snel. Verwen ze na de snoei met een laagje compost onder de haag en geef een hagenbemesting. Vooral liguster, laurierkers en spirea herstellen snel. Taxus duurt wat langer. 
- Bloeitijd: maart april: anemoon blanda, sneeuwroem, kievitsbloem, sterhyacint, narcis. 

Tuintips april

 - Een hele reeks gewassen kunt u in april aan de grond toevertrouwen. Buiten  zaaien en poten kan met aardappelen, bietjes, bloemkool, boerenkool, erwten, kapucijners, koolraap, komkommer, peulen, sla, uien, prei, raapstelen, rode- witte- spits- en savooienkool, schorseneren, snijbiet, spinazie, spruitjes, tuinbonen en wortelen.
- Strooi bij regenachtig weer mest langs bomen, hagen en ook bij planten in potten.

- Zonnebloemen, korenbloemen, lathyrus en andere eenjarige zomer bloeier kunnen ter plekke in uw tuin gezaaid worden.
- Ook zomerbollen – denk aan dahlia’s, lelie’s, oxalis – kunnen deze maand in de volle grond of in potten worden geplant.
 - Zodra de temperatuur boven de 10C komt, kunt u gras gaan inzaaien.
- Er kan nog nachtvorst komen, leg daarom ‘s avonds een stuk vliesdoek over sommige planten, zoals de hortensia’s. Zo kunnen de bloemknoppen niet bevriezen. 
- Tot ong. half april kunt u nog hagen, zoals beuk en liguster planten, Vergeet niet om pas geplante bomen en hagen bij warm weer extra water te geven.
- Nu de peren volop bloeien is het de gevaarlijste tijd voor bacterievuur. Behalve peren kunnen ook appels, meidoorns, vuurdoorn, lijsterbessen en kweeperen worden aangetast. Aangetaste bomen moeten direct worden verwijderd en afgevoerd.
- Door natuurlijke rangschikking van planten rond uw moerasbak of vijver zal vanzelf dierenleven ontstaan, zoals kikkers, padden en kokerjuffers.
- In april worden kruiden gezaaid die iets meer warmte nodig hebben: venkel, hyssop, marjolein en wijnruit.
- Berken en magnolia’s kunnen het best in het voorjaar worden geplant.
- Het gazon voor de eerste keer maaien en daarbij de machine hoog instellen. Afgemaaid gras afvoeren.
- Bloeitijd: april: hyacint, blauwe druif, tulp, narcis. 

Tuintips mei:

- Kuipplanten en eenjarige zomer bloeiers kunnen na 15 mei (IJsheiligen) weer
naar buiten.
- Geef uw planten in de borders wat extra mest.
- Vaste planten en zaden van een- en tweejarigen kunnen direct in de volle
grond worden geplant. Denk aan: campanula’s, vergeet-mij-nietjes, etc.
- Het gras mag, afhankelijk van de groei, 1 à 2 keer per maand worden gemaaid.
- Snoei alle voorjaarbloeiende heesters direct na de bloei. Snoei ook de groene takken weg bij bontbladige heesters of bomen, ze gaan anders overheersen.
- In mei worden basilicum, tijm en citroenmelisse  gezaaid. Munt kan alleen worden vermeerderd door uitlopers af te snijden en uit te planten.
- Wees bij kersen attent op gomziekte. Takken waaruit een glimmend soort hars komt moeten worden verwijderd.
- Bij droogte snakken jonge bomen die de afgelopen winter zijn geplant naar water.
- Om een geschoren haag mooi dit te houden is het verstandig twee keer per groeiseizoen te snoeien, in mei/juni en in de nazomer.   
- Bloeitijd: mei-juni: tulp, sierui.   

Tuintips juni:

- Maai het gras, afhankelijk van de groei 1 à 2 keer per week. Het beste is om
‘s avonds te maaien om uitdroging te voorkomen.
 - Alle een- en tweejarigen kunnen nu uitgezaaid worden in de tuin of border.
- Bij langdurig mooi weer werkt eenmaal per week enkele uren sproeien beter
dan dagelijks een kwartier.
- Pluk de aardbeien met kroontjes en al. Op die manier blijft de vrucht langer
goed en ontstaat er geen schimmel op de planten.
- Geef jonge groeischeuten in fruitbomen geen kans zich te ontwikkelen. Ze nemen teveel voedingsstoffen weg.
In juni kunnen de eerste peulvruchten worden geoogst. Eerst de peulen, later de erwten.
- Bescherm uw kamerplanten tegen al te fel zonlicht. Veel kamerplanten kunnen ook naar buiten.
- Afgestorven bollen kunnen worden gerooid en bewaard op een koele en droge plaats.

Tuintips juli:
- Knip vaste planten en eenjarige na de bloei flink terug. Grote kans dat ze voor
de tweede keer uitlopen en opbloeien.
- Tweejarige planten kunnen nu gezaaid worden.
- Veel kruiden, zoals dille, peterselie en tijm, kunnen nu geoogst en eventueel
ingevroren worden.
 - Verspreid wat overgebleven grasmaaisel over uw border. Zo krijgt onkruid
minder kans.
 - Appels en peren worden uitgedund. Per cluster vruchten mogen er maar één of twee vruchten uitgroeien.
- Fruitbomen kunnen enigszins worden gesnoeid, zodat er meer licht bij de vruchten kan komen. 
- Planten die slap zijn moeten tijdig van steunmateriaal worden voorzien.
- De uitgebloeide bloemen van de Rhododendron moeten voorzichtig worden uitgebroken.
- Bij alle heesters en bomen die op een onderstam groeien moeten grondscheuten direct en zo diep mogelijk worden weggeknipt.
- Uiterlijk eind juli is het tijd voor het zaaien van zomerpeen.
- Vaste planten in de borders kunnen na de bloei worden teruggesnoeid, dit is goed voor de tweede bloei van de planten.
- Bind de lange scheuten en ranken van klimplanten tijdig omhoog om ze in goede banen te leiden.     

Tuintips augustus:
- Deze maand kunt u beginnen met het stekken van kuipplanten.
- Gras zaaien of nieuwe zoden aanleggen? Vanaf half augustus worden de
nachten vochtiger en is er langer ochtenddauw waardoor het gras beter
kiemt.
- De lavendel en de roos mogen worden teruggesnoeid. De afgeknipte
takken van de lavendel kunt u meteen drogen.
- De maand augustus is ook de maand bij uitstek om een nieuwe haag
te planten.
- Bewortelde scheuten en wortelschot van populieren, de braam, framboos, aardbei en fluweelboom kunnen worden afgestoken en elders worden uitgeplant.
- De luchtstroom van een ventilator houdt wespen, vliegen en muggen tijdens de barbecue of buiten eten op afstand.
- De vroegste appels (o.a. Benoni en Discovery) kunnen worden geplukt.
- Tegen het eind van de maand gaan kamerplanten die buiten hebben over zomerd weer naar buiten.
- Zaai de herfstteelt van radijs, postelein, spinazie, sla en Chinese kool. Bij droogte regelmatig water geven.
- Knip oude uitgebloeide bloemen van borderplanten wekelijks weg om zo doorbloei te bevorderen.
- Houd hinderlijke vliegen in huis op afstand door her en der blaadjes van de vlierstruik neer te leggen.
- Bij droog en warm weer mag het gras langer blijven. De messen van de grasmaaier kunnen dus hoger worden afgesteld.
- Ververs dagelijks het water in het vogelbadje. Niet alleen vogels, maar ook egels drinken ervan tijdens droge perioden. 
- Haal het teveel aan blad bij de druiven weg, zodat ook de druiventrossen van de late zon kunnen genieten.- Verzamel zaden en doe ze in zakjes of enveloppen, schrijf de naam erop en bewaar ze op een droge plaats.
- Knip mooi groen uit uw tuin en combineer een paar echte bloemen met mooie zijden bloemen. Zo vallen die neppers niet op.
-  Zinnia’s en duizendschoon zijn sterk en goed te combineren met bv. de gele guldenroede. Dat worden boeketjes die heel lang staan en beeldig ogen.      

Tuintips september:
- Vanwege de hoge temperatuur van de grond en de lage verdamping is dit een goede maand om coniferen aan te planten.
- Als u deze maand het gazon maait, laat dan geen gemaaid gras liggen. Dit gaat snel rotten en kan schimmelvlekken opleveren.
- Heeft u een fruitboom in uw tuin, raap dan elke dag de afgevallen vruchten op. Ook deze kunnen namelijk lelijke plekken in uw gazon veroorzaken, bovendien komen er veel wespen op af.
 -Vanaf deze maand kunt u bloembollen zoals krokussen., narcissen en tulpen planten.
- Om de tuin netjes te houden kunnen uitgebloeide bloemen en stengels worden teruggeknipt.
- Uitgebloeide rozen kunnen tot de helft worden teruggesnoeid.
- Verwijder zoveel mogelijk lastig onkruid (winde, hanenpoot of zevenblad) zeker als ze nog zaden kunnen maken.
- Op overblijvende planten, zoals margrieten, waarvan de wortelstokken aan de oppervlakte komen kan een laagje compost worden aangebracht.
- De winterteelt van spitskool moet nu worden geplant. Bij strenge vorst het gewas afdekken met folie of kranten.
- Het gazon wordt langzaamaan steeds hoger gemaaid., het gras wordt verwijderd en gaat op de composthoop.
- Knoflook naast de rozen verjaagt luizen. Plant nu alvast knoflookbolletjes zodat u volgend jaar kunt profiteren van de luiswerende werking.
- Zorg voor etiketten op bollen, knollen en wortelstokken die worden opgeslagen tijdens de winter. Zo weet u volgend voorjaar precies wat u poot.
- Veel eenjarige planten zijn nu bijna uitgebloeid en kunnen op de composthoop.
- September is een goede tijd om coniferen te planten, voor de winter zijn ze goed geworteld.
   
 Tuintips oktober:
- Vul voor een mooie najaars/wintertuin u lege bloembakken nu met wintergroene planten. Denk hierbij aan: skimmia, miniconiferen, winterheide, rozemarijn, varen, etc.
 - Verwijder een jarigen alvast uit de grond voordat ze in de winter doodvriezen.
- Deze maand is bij uitstek geschikt om uw groenblijvende struiken te verplaatsen.
 - De meeste hortensia’s zijn nu aan het einde van hun bloei en kunnen mooi worden ingedroogd.
- Het overwinteren van zomer bloeier als geraniums en potmargrieten gaat makkelijker als we bewortelde stekken hebben. Die nemen in een potje veel minder plaats in.
- De kleur van uw tuin wordt gedomineerd door de herfst. Laatbloeiers zijn de Japanse- of herfstanemoon, diverse asters, zilverkaars en tuinfuchsia.
- Als bij frambozen het blad gevallen is, kunt u alle stengels die dit jaar vruchten gedragen hebben, bij de grond afknippen.
- Bolgewassen voor verwilderen, zoals het blauwe druifje en sneeuwklokje, moeten nu worden geplant.
- De beste tijd om te planten breekt aan zodra bomen en struiken hun bladeren kwijt zijn.
- In de winter gebruiken vogels uw nestkast als slaapplaats. Maar dan moet de kast wel schoon zijn.
- Knip de takken van de vlinderstruik (Buddleia) met een derde terug en in het voorjaar bijna helemaal. 
- Vanaf half oktober worden de rozen vanuit de volle grond geleverd met kale wortels. Verbeter de grond van het plantgat.
- Breng afgevallen blad naar de composthoop of gebruik het als afdekmateriaal.     

Tuintips november:
 - Ook in deze tijd van het jaar hebben planten in potten – voor zover u ze nog niet binnen heeft gezet – regelmatig water nodig.
 - Zolang het nog niet vriest kunnen heesters en bomen gesnoeid worden.
- Verwijder regelmatig de bladeren van uw gazon, zo voorkomt u dat het gras eronder verstikt, maar verspreidt het over tussen de vaste planten in de border. De wortelkluit wordt zo beter beschermd.
 - Winterjasmijn en herfstasters kunnen nu geplant worden en geven tot februari kleur aan uw tuin.
- Geef wat extra kleur aan uw terras of balkon met winterviooltjes.
- Pompoenen en kalebassen blijven langer mooi als u ze regelmatig keert. Hiermee voorkomt u zachte, lelijke plekken die kunnen onstaan door het liggen. Haal de vruchten binnen als het gaat vriezen. 
- Haal nu alvast vliesdoek en noppenfolie bij een tuincentrum. Hiermee kunt u uw klim en kuipplanten beschermen tegen de vorst. 
- Het planten van bolgewassen die in het voorjaar bloeien moet klaar zijn voor de vorst invalt. Plant deze zoveel mogelijk in groepen bij elkaar.
- De meest vruchtheesters dragen het rijkst als er een stuk of drie bij elkaar worden geplant.
- Groenten zoals andijvie, groenlof of Chinese kool moeten worden geoogst voor het matig gaat vriezen.
- Voorkom wildschade; omwikkel uw jonge bomen met een stevig karton (50 cm. hoog) of maak rond de stam een fijnmazig kippengaas.
- Kleigrond wordt gespit en blijft in grove kluiten liggen. Zandgrond bedekken met organisch materiaal.
- De composthoop wordt omgezet: bruikbare compost kan worden uitgereden in de tuin.   

Tuintips december:

- In deze periode van het jaar zijn er in uw tuin prachtige kerstmaterialen te vinden. Denk aan de rode besjes van de heesters, hulst, hederablad, takken van de skimmia en niet te vergeten de maretak.
- Controleer regelmatig uw buitenbakken en -potten. Soms raken de gaatjes onderin de pot verstopt waardoor er water in blijft staan en de pot kapotvriest.
- Wilt u na de kerst uw kerstboom met kluit in de tuin planten? Knip dan, wanneer u de boom versiert, nooit de top eruit. De kerstboom raakt dan te erg verzwakt. Laat hem na de kerst eerst een tijdje (een week of twee weken) in uw schuur of garage wennen aan het koelere klimaat. Zodra het vorstvrij is kunt u de kerstboom planten: vergeet hem niet regelmatig water te geven.
- Help de vogels de winter door met pindaslingers, vetbollen en appels.
Een ruimte met een temperatuur tussen 4 en 10 C. is  ideaal om uw planten vorstvrij te laten overwinteren.
- Geef de takken van appel- en perenbomen een flinke borstelbeurt tegen overwinterende insecten.
- Allerlei spruitgroenten worden in de vensterbank te kiemen gelegd op een schaaltje met vochtig keukenpapier.
- De kerstboom uit de tuin uitgraven en bij vorstvrij weer enkele dagen laten acclimatiseren.
- Geef de kerstster nooit koud water; dan worden de bladeren geel en vallen ze af.
- Geniet van bomen en heesters die nu bloeien, toverhazelaar, sierkers en winterjasmijn.
- Versier een mooie boom of struik in uw (voor)tuin met kerstlampjes of een lichtslang voor een gezellige sfeer.
- Zorg dat u alvast voldoende strooizout in huis heeft. Zo kunt u stoep en tuinpad begaanbaar maken en houden, zelfs als vorst of een sneeuwbui u overvalt.
- Schud dikke lagen sneeuw van coniferen, groenblijvende bomen en struiken om te voorkomen dat de takken beschadigen of afbreken.   
- Hulsttakken gebruiken voor uw kerststukje, haal de mooiste takken dan alvast naar binnen, anders vallend e besjes ten prooi aan de vogels.    
* Tulpen en narcissen kunt u wel bij elkaar in een vaas zetten, als u een scheutje chloor in het water doet.

Tulpen kunt u wat korter afsnijden omdat deze in de vaas nog groeien.
Zet tulpen in koud water en voeg geen bloemenvoedsel toe. Snijd de stelen recht af, omdat de tulpen sneller groeien en ook sneller weer uitgebloeid zijn als u ze schuin afsnijdt. 
Zet de tulpen nadat u ze gekocht heeft eerst met papier en al in het water zodat ze zich goed vol kunnen zuigen en niet slap gaan hangen.
Tulpen moeten, nadat de steel schuin is afgesneden, zo diep mogelijk in het water staan. Ze mogen als ze eenmaal in de vaas staan er niet meer worden uitgehaald.
Het water in een vaas met tulpen mag alleen worden bijgevuld en nooit helemaal ververst worden.

 

 

 

 

 

 

U.

* Als u uien in de tuin plant, blijven de muizen eruit.

Gebruik bij de teelt van uien geen stalmest. Dit lokt de uienvlieg aan.
Veel bemesting, dan zijn uien veel minder goed te bewaren. Maar een kleine hoeveelheid kunstmest of een beetje compost tijdens de groei zijn niet verkeerd.
Zaai of plant beslist geen uien op een plek
waar vorig jaar uien hebben gestaan.

 

 

 

 

* Als u meteen vanaf het begin uitgebloeide bloemen uit de planten haalt,  dan blijft uw tuin veel langer mooi. De plant krijgt dan geen tijd om zaden te maken en alle groeikracht gaat naar de nieuwe bloemen.

Bloemen en planten t/m z

V.

* Komt u terug van vakantie en zijn de planten uitgedroogd? Geen paniek, misschien zijn ze nog te redden. Dompel de aarde even helemaal onder in handwarm water en laat het overtollige water goed uitlekken.

* Gedroogde of verse kamillebloemen of gedroogde varens in de honden- of kattenmand houden de vlooien op een afstand. 
Varens hebben veel water en niet teveel licht nodig. Met een scheutje melk eens per week groeien ze nog beter. 
Varens groeien gelijkmatiger als de pot op gezette tijden in de richting van de wijzers van de klok worden gedraaid. 

 

 

 

 

* Vaste planten in de tuin (de wortels) moet u als er vorst op komst is, afdekken met een laag bladeren of compost. Hierdoor zullen ze minder snel beschadigen door de vorst.

* Koperen vazen zijn ideaal voor bloemen, ze blijven daarin extra lang mooi. 
Omvallende vazen zijn een ergernis, doe, al naar de soort van de vaas een beetje zand,wat kiezelsteentjes of knikkers op de bodem. 
Om bloemen en takken in zeer grote vooral ondoorzichtige vazen, een goed houvast te geven stop een in elkaar gedrukt stuk kippengaas in de vaas. 
Is uw vaas poreus? Aardwerk vazen van binnen met boenwas inwrijven of met hete paraffine spoelen. Glazen en aardewerk vazen kunnen ook met waterglas dus kalium- of natriumsilicaat) of met kleurloze nagellak worden gespoeld. Het is wel een vereiste, dat de vaas volkomen droog is en u het na de behandeling minstens wwn week laat drogen.

* Veldbloemen zijn erg kwetsbaar. Ze gaan gauw slap hangen en kunnen daarom het beste van berm naar huis worden vervoerd in een vochtige (dicht geknoopte) plastic zak. Als ze daarna nog een paar uur tot aan hun nek in het water staan, zal men er langer plezier van hebben.
Veldbloemen hebben erg veel water nodig. De vaas in ieder geval eenmaal daags bijvullen .
De meeste veldbloemen verwelken snel, maar fluitenkruid, boterbloemen en dotters zijn wat sterker.   
Veldbloemen, als klaprozen verwelken minder snel als de uiteinden van de stelen worden dichtgeschroeid voor men de bloemen in de vaas zet.

* Venushaar (Adianthum tenerum scutum roseus) moet op een lichte plek staan, maar absoluut niet in de zon. De potkluit moet altijd nat zijn. Als de kluit uitdroogt, verdort de plant namelijk onmiddellijk. Ook mag u niet sproeien omdat er dan bruine blaadjes komen. De fijne blaadjes op hun dunn steeltjes gaan bij de minste of geringste luchtverplaatsing bewegen. 

* Wanneer een plant uit zijn pot groeit, wordt het tijd hem te verpotten.  Het beste kan men nieuwe, aardewerk pot nemen die zo lang onder water moet worden gehouden tot er geen luchtbelletjes meer ontstaan. De nieuwe pot moet ong. 1 maat groter zijn dan de oude.
Onderin de pot wordt een potscherf gelegd (bolle kant naar boven) om te voorkomen dat het afvoergat verstopt raakt. Daarop wordt een laagje potgrond gestrooid en vervolgens kan de plant met aardkluit en al worden overgeplant. De aarde nog even losjes aandrukken en het karwei is geklaard.
Heeft men alleen een oude bloempot dan verdient het aanbeveling deze eerst 24 uur te weken in sodawater. Daarna de pot goed afborstelen en naspoelen met schoon water. Schimmels en bacteriën zijn hardnekkig en alleen met een grondige schoonmaakbeurt te bestrijden.   
Gebruik voor het verpotten van de planten nooit oude grond aangezien deze minder voeding en meer ziektekiemen kan bevatten. Ook voor stekken altijd nieuwe potgrond gebruiken. Zet de nieuwe of in ieder geval schone bloempotten een dag voor het verpotten in een bak met water. Het poreuze aardewerk heeft zich dan volgezogen met water en zal geen water aan de potgrond onttrekken.  
  
* Verspenen van jonge plantjes kan vanaf eind april als er geen nachtvorst dreigt.
Verspenen kan als de kiemblaadjes volledig open zijn en horizontaal liggen. De avond van tevoren regent u de grond buiten in met een gieter of sproeier.
Verspenen kan doet u het best aan het eind van de middag, eind april. Maak met een stokje of potlood een gaatje in de grond in een V-vorm. Maak de grond rondom los. Vervolgens trekt u het plantje uit de grond, met behulp van een houten stokje. De grond laat u aan de worteltjes zitten. Laat het plantje tot bijna aan de blaadjes in het gaatje. Grond voorzichtig aandrukken en water geven, met een fijne broes.

* Vetplanten zijn dol op de koelte van de winter; ze gaan namelijk pas bloeien als ze hun winterslaap achter de rug hebben. Zet vetplanten daarom zo’n twee maanden op een koele plek, tussen de 10 en 15 C en geef ze nauwelijks water. 

* Violieren scheiden een melkachtig vocht af en bloeden leeg. Om dat te voorkomen, moet men de stelen korte tijd in kokend water zetten of boven een brandende kaars houden.

* Viooltjes blijven langer vers nadat ze enkele uren in ijskoud water ondergedompeld zijn geweest. Ook blijven ze mooier als ze ‘s nachts omgekeerd in koud water worden gezet.  
Viooltjes zorgen voor een heerlijke geur in de kamer. Men heeft er lange tijd wat aan als de bloemen zonder steel met zout – laag om laag – in een schone en droge weckpot worden gelegd. De pot luchtdicht afsluiten en zo veertien dagen laten staan. Daarna hoeft men de fles maar open te doen en de kamer zal zicht met de vioolgeur vullen. De fles wel afgesloten opbergen tot de volgende keer. 

 

 

 

 

 

* Vliegen houden niet van lavendel en laurier. Hang enkele takken in de keuken en u heeft weinig tot geen last van deze insecten.
Ook lavendelbloemetjes naast uw hoofdkussen is een probaat middel tegen de vliegen in uw slaapkamer. 
Plakjes ui op het vlees houden de vliegen weg als u bv. aan het barbecueën bent.
Vliegen houden niet van blauwe verf. Daarom zijn ouderwetse provisiekasten en keukens blauw geverfd.
U kunt ook een kobaltblauwe fles in de vensterbank zetten tegen de vliegen.
 Vliegen houden ook niet van keukens waarin zo af en toe een druppeltje azijn op de kookplaat verdampt. 
Doe wat schuim van toiletzeep op een schotel en zet het ’s avonds op een goed verlichte plek. Muggen en vliegen bent u dan vliegensvlug kwijt.

Vliegen hebben een hekel aan tocht. Zet dus ramen en deuren open.   
Brandnetelstruiken zal niemand graag voor zijn deur zetten, maar ze zijn wel een prima afweermiddel tegen vliegen.
De vlieg wordt van spiegels en ruiten geweerd door ze af te nemen met afgekoeld kookwater van in stukken gesneden uien.
Als vliegen snoepen van suikerwater, dat gemengd is met saccharine, gaan ze dood. Mits het sacharinegehalte hoog genoeg is, ong. 20 tabletten op 1/10 . water. 

 

 

 

 

Tenslotte hebben vliegen een hekel aan ezels, muildieren, paarden en koeien, wier huid is ingesmeerd met een in carbolwater gedoopte spons is afgewreven. 
De grote blauwzwarte vleesvliegen en de wat kleinere aasvliegen (met een met een groene metaalglans) zijn net als de gewone vliegen overbrengers van bepaalde ziektes. Men kan in de zomer vlees dan ook beter niet open en bloot op het aanrecht laten liggen. 

* Vlier nooit kopen in knop, want de knoppen gaan niet poen. Helaas laat vlier de kopjes vaak hangen. De stelen opnieuw afsnijden, de bast tot 2 á 3 cm. hoog afschillen. Dan de bloemen ong. 30 min. in warm water (35C) zetten.  

* Bij vlinders geliefde planten en struiken zijn het vlinderboompje (Buddleia), sedum, herfstasters en phloxen. 
Ook goed in vlinders te lokken zijn enkelbloemige Afrikaantjes (Tagetes),, ijzerhard, (Verbena bopnariensis) en lavendel. 
Leg takken en boomschors neer als schuilplaats voor kevers, padden en vlinders.
Hang een nestkastje voor vogels eof vleermuizen of zaai bloemen waar vlinders van houden. 
* Snoei de vlinderstruik (Buddleja davidii) in april tot ca. 80 cm. boven de grond. De snoeihoogte is afhankelijk van de leeftijd van de struik. Knip boven een paar nieuwe blaadjes en niet in het oude hout. De vlinderstruik bloeit vanaf de zomer op de takken die na de snoei gegroeid zijn. 

Dagpauwoog

 

 

 

 

* Poezen en honden hebben (vooral met warm weer) nogal eens last van vlooien. Een probaat middel hiertegen is een sterk aftreksel van alsem. De dieren er grondig mee wassen, naspoelen met schoon water en goed kammen om de (inmiddels dode) diertjes te verwijderen.
De vrouwtjesvlo deponeert haar eitjes niet op de prooi (zoals de luis) maar laat ze gewoon ergens vallen. Het gevolg is dat de grond bezaaid kan liggen met eitjes, larven en pas uitgekomen vlooien. Het is daarom zaak de vloeren goed te dweilen met water, waaraan aluin of creoline is toegevoegd, kleden en kussens te zuigen en te kloppen, de mand van hond of poes zorgvuldig schoon te maken.
Droge varens in mand of kussen houden vlooien op afstand.     

* Vlijtig liesje is sterk, heeft bijzondere rustgevende krachten (veel gebruikt in lotions en geneeskrachtige

middelen) en is bovendien een lust voor het oog.
Van begin juni tot eind september geeft het vlijtig liesje prachtige bloemen in de kleuren roze, wit, rood, oranje of lila.
Zet een vlijtig liesje bij voorkeur op een schaduwrijke plek. Als de bloemen zijn uitgebloeid vormt zich een smal peultje van waaruit weer nieuwe zaadjes gelanceerd worden.

Voederbakken van uw dieren kunnen vaak wegglijden. Plak er eens een rubberen ring van een weckpot onder., of een stukje schuimrubber.
Zitten er af en toe mieren in de voederbak, zet die bak dan eens in een schotel gevuld met water. De mieren komen dan niet meer in de voederbak.   

* Als u graag vogels op uw erf ziet, is een voedertafel een idee. Maak van een duurzame houtsoort een rechthoekig blad van 30 bij 45 cm. Behandel het hout met een beschermingsmiddel dat niet giftig is. Met latjes maakt u een opstaande rand van 2,5 cm. hoog. Zorg voor een uitsparing voor de afvoer van water. Spijker het blad met gegalvaniseerde spijkers vast op een stevige paal of tak. Zet de paal in een gat dat drie keer zo diep is als de diameter van de paal. Leg op de bodem een laag stenen en vul het gat met betonspecie. Druk het goed aan en schuin het beton rondom de paal af zodat regenwater makkelijk kan weglopen.

* Wie graag vogels in zijn tuin heeft, moet besdragende struiken planten, zoals hulst, berberis en cotoneaster.
Dichte struiken, waarin het goed nestelen is, zijn meidoorn, vuurdoorn, duindoorn en klimop. 
Het drinkwater voor de vogels in de tuin zal niet bevriezen als er een schepje suiker in wordt gedaan. De vogels moeten overigens alleen worden gevoerd bij strenge vorst. Anders worden ze lui en zullen hun taak, het opruimen van insecten, verwaarlozen.   
Welke vogel eet wat?
Merel, zanglijster, koperwiek, kramsvogel en spreeuw eten: broodkruimels, gewelde krenten en rozijnen, fruit, schillen en klokhuizen, alle soorten bessen, etensresten (rijst en aardappelen, zonder zout. Voederplaats: een sneeuwvrije plaats op de grond met beschutting vlakbij.
Mezen eten: vetbollen, ongezouten (dop)pinda’s, kokosnoot, vogelzaad en zonnepitten, voedertafel, voederhuisje of opgehangen in een boom.
Winterkoning, heggenmus en roodborst eten: universeel voer, broodkruimels, meelwormen, ongekookte havermout. Voederplaats: op een zeer beschutte sneeuwvrije plaats.
Mussen, vink en groenling eten: bruine broodkruimels, onkruidzaden, gemengd strooizaad, zonnepitten en etensresten zonder zout. Voederplaats: op de grond, eventueel voedertafel.
Specht, boomklever en boomkruiper eten: spekzwoerd, ongezouten (dop)pinda’s, vetbollen, zonnepitten. Voederplaats: vastgemaakt aan een boomstam op een rustige plaats.

* Vogelhuisjes ophangen kan in het najaar, met de opening naar het noordoosten, zodat er geen volle zon op staat en weinig kans op inregenen. Bovendien spreekt het vanzelf dat het vogelhuisje hoog genoeg hangt om geen katten te lokken. De hoogte dient zeker twee meter te zijn. 

* Laat de grond onder fruitbomen ongemoeid tot de tweede helft van mei. Als u de grond openwerkt of omspit heeft nachtvorst een grotere kans om toe te slaan. Onbedekte grond koelt sneller af. Dat komt omdat de vorstuitstraling op deze grond groter is. Door de bodem af te dekken met compost houdt u de uitstraling tegen.
Planten in de tuin worden goed tegen vorst beschermd door ze te bedekken met een laag bladeren (heel geschikt is eikenloof), dennentakken en turfmolm.
Ook de bakken met overblijvende planten op het balkon moeten tegen de vorst worden beschermd. Bv. met behulp van een rietmat of stro.  

* Legt u een vijver aan, wacht dan even met beplanten. Ongetwijfeld vult u de vijver met kraanwater. Daar zit meestal een vleugje chloor of een ander middeltje doorheen waar waterplanten niet zo goed tegen kunnen. Binnen een dag of tien is dat uit het water verdwenen.
Als u plant, prop de vijver dan niet te vol. De meeste waterplanten groeien snel.
Uw vijver kunt u helder houden door:
- de vijver aan te leggen op een plek waar een goede verhouding zon/schaduw is 
- een biologisch evenwicht in de vijver te creëren door bv. goede vijveraarde te gebruiken
- zuurstofplanten en bv. waterlelies aan te brengen in het water
- de hardheid en zuur te graad van het water regelmatig te controleren
- regelmatig bladeren te verwijderen
- te zorgen voor beweging van het water, bv. door het aanbrengen van een pomp  

W.

* Wandluizen (bedwantsen)kan men op veilige afstand houden door gewoon hier en daar saliebladeren neer te leggen. 

* Een wasbak die u nooit gebruikt, kunt u benutten als plantenbak. Bekleedt de binnenkant met plastic folie en richt hem in als een weelderige plantenbak. Watertoevoer is geregeld en u kunt de buitenkant van de wasbak nog een vrolijke kleur geven. 

* Water dat in beweging is, bevriest heel moeilijk. Laat ‘s winters dus tijdens vorst continu het pompje in uw vijver aan. Is de vijver diep genoeg dan is dat natuurlijk minder nodig. Als de vissen maar genoeg ruimte hebben om een goed heenkomen te zoeken, overleven ze het wel.
* Water geef tips:
1.  Zorg dat water altijd in fijne straaltjes wordt verspreid; zo raken planten niet beschadigd en ontstaan er ook geen modderpoelen.
2. Geef zachtjes en gelijkmatig water , dan komt het water bij alle wortels.
3. Gebruik tuinsproeiers voor borders, gras en groenten bedden; ze geven een groot gebied gelijkmatig en op een zachte manier water.
4. Wilt u dat planten diep wortelen, kies dan voor een sijpelende tuinslang of een druppelinstallatie. Hiermee gaat u meteen veel efficiënter om met water en worden geen enorme hoeveelheden water verspild.
5. Planten houden niet van ijskoud water. Geef liever regenwater of vul ‘s morgens emmers met water, zodat het in de loop van de dat op temperatuur kan komen. Dit betekent wel dat u water moet geven met een gieter.
6. Gebruik lichte gieters voor planten die hoog hangen. Een gieter van verzinkt staal weegt leeg al snel twee kilo, terwijl gieter van plastic slechts 200 gr. weegt.    
Het beste moment om uw planten water te geven, is in de ochtend. Als u dit ‘s avonds doet, blijft de aarde de hele nacht nat en de plant is daardoor gevoeliger voor schimmel. Sproeit u ’s middags bij (felle) zon, dan verdampt een groot deel van het water en bestaat de kans dat de bladeren verbranden.  

* Een goedkope wespenvanger is een bekertje snoeptomaatjes (met een gat in de deksel). Eet de tomaatjes op en vul dan het bekertje met een laagje limonade en plaats de deksel er op de kop op. Is het bekertje vol met wespen dan koop je gewoon weer een nieuwe, nog gezond ook.

Ook een fles van bv cola is een goede wespenvanger. Snijd het bovenstukje eraf en zet die omgekeerd op de fles. Doe limonadesiroop onverdund in de fles en de wespen kunnen er niet meer uitvliegen.

Nog een idee is om alle glazen op tafel af te dekken met huishoudfolie en daardoorheen een rietje te steken. De wespen kunnen dan niet bij de limonade.
Wespen vertonen zich niet op plaatsen, waar de lucht van ammonia hangt. Men kan het beste schotels met water, waaraan een scheut ammonia is toegevoegd neerzetten. of deze biologische wespen val haken ncs-leeuwarden wepenbestrijding

 

 

 

 

 

* Uw tuin wieden in het vroege voorjaar heeft zo zijn voordelen. De planten zijn nog klein en niet zo diep geworteld.
Als u uw tuin vroeg in het voorjaar goed heeft opgeruimd, profiteert u daar de hele zomer lang van.  

* Een winters tafereel op tafel is heel makkelijk te realiseren: verzamel verschillende soorten vaasjes in diverse tinten wit en grijs en zet ze op een dienblad. Leg in het dienblad wat rendiermos als ondergrond en vul de vaasjes met witte rozen, witte lelies, asparagus en eucalyptus. Zet er een (wit) kaarsje bij voor wat extra sfeer ‘s avonds en u heeft een prachtig verstild winterlandschap.

* Een winterkoning is gek op meelwormen, droge havermout en brood, evenals het roodborstje. 

* Deze witte bloeiers nemen genoegen met een plek met wat schaduw:
- Hortensia (Hydrangea arborescens ‘Annabelle’), heester, bloeit van juli tot augustus  
- Tabaksplanten (Nicotiana), eenjarige zomerbloem, bloeit van mei tot oktober
- Hosta, diverse soorten, vaste plant, bloeit in juli en augustus
- Geitenbaard (Aruncus) vaste plant, bloeit in juni en juli
- Valse salomonszegel (Smilancina racemosa) vaste plant, bloeit in mei en juni
- Roos (Rosa ‘New dawn’) doorbloeiende klimroos, bloeit van junu tot oktober.    
Typische witte planten voor een witte tuin:
- rozen
- vaste planten: met grijs blad  : artemisia en salie (salvia)
- bomen: grijsbladige sierpeer (Pyrus salicifolia) en sierkerssoorten (Prunus)
- tweejarigen: vingerhoedskruid (Digitalis) en damastbloem (Hesperis)
- struiken: boerenjasmijn en sering
- klimplanten: klimhortensia, clematis en Toscaanse jasmijn     

* Wolluizen dan is alcohol of brandspiritus hier de remedie.  

* Aangezien wijnranken langs de muren veel water gebruiken, mogen in de omgeving van deze ranken geen planten gezet worden die ook veel water nodig hebben.

Z.

* Legt u zaadjes 1 à 2 uur in melk dan bevordert dit de kiemkracht, deze methode is alleen geschikt voor grote zaden.

Om kiemkracht van zaad te testen legt u enkele zaadjes op een bord tussen nat gemaakte watten.
Vogels zijn gek op zaadjes, span daarom een vogelnet over het pasgezaaide plantgoed.  
Omgekeerde jampotjes zijn ideaal om jonge plantjes tegen zon, wind en uitdroging te beschermen, de zaadjes worden dan ook niet opgepikt door vogels. 

* Eind april kunt u de eenjarige zomer bloeiers zaaien. Het kan direct op de plaats waar ze moeten groeien. Grond fijn harken, broezen, zaad ruim uitstrooien en licht in harken of er wat losse aarde over strooien. Zet er een label bij, zodat u weet waar de bloemen verschijnen.
Als u zaait in rijtjes, weet u gelijk waar onkruid groeit en waar de gezaaide planten. 

Bij het zaaien moet u op het weer letten. Gaat het vriezen, laat het zaaien dan achterwege. Wacht op een periode met zacht weer. Mocht er na het zaaien nog een periode met nachtvorst aanbreken, bescherm het prille zaaigoed dan tegen de kou. Dek het af met bv. zwart plastic, vuilniszakken, stro of dennentakken.
Als u gezaaid heeft, houd de grond dan goed vochtig. 
Als u een stukje tuin over heeft, zaai daar dan extra bloemen in voor een pluktuin. Met een paar zakjes zaad kunt u de hele zomer armen vol boeketten plukken. 

* Zacht water voor het begieten van planten verkrijgt u door de volgende manieren:
- regenwater opvangen
- kraanwater koken en af laten koelen 
- restjes gekookt water bewaren van de fluitketel bv.
- een zakje turf gedurende 12 uur in een liter water laten hangen (30 gr. turf is voldoende).     

* Een vaste plant die zeker niet in de romantische tuin mag ontbreken is het 50 tot 75 cm. hoge Zeeuws knoopje (astrantia). De plant kan zowel in de volle zon als in de halfschaduw staan en bloeit van juni tot augustus.   

Zilvervisjes kan men overal tegenkomen, maar vooral op vochtige plekken. U kunt ze lokken met bananenschil of rauwe aardappel. 

* Zomerbloeiers : Het voorjaar is de tijd om eenjarigen te kopen. Ze kunnen worden geplant in potten op het terras of tussen de vaste planten in de tuin. Zet ze wel binnen als het vriest. Planten die namelijk de hele winter warm in een kas hebben gestaan, kunnen niet tegen zelfs maar één graadje vorst. Tegen half mei (na Ijsheiligen) is het warm genoeg en groeien ze in verbazingwekkend snel tempo uit tot prachtige planten waar u maandenlang van kunt genieten.
 Zomerbloeiers kunnen in een paar maanden tijd van een klein zaadje uitgroeien tot een grote plant vol bloemen. Water is daarvoor onmisbaar. Vooral bij droog en zonnig weer en als de plant in een kleine aardewerken pot staat is twee keer per dag watergeven nodig. Aardewerk is poreus zodat water snel verdampt. In een plastic pot gaat dat minder snel en is een keer water geven per dag voldoende.
Vul de pot voor zomerbloeiers niet helemaal tot de rand als u de planten erin zet, maar houd een gietrand over van een paar cm.
Een plant kan natuurlijk niet zonder water maar teveel is ook niet goed. Het moet kunnen weglopen uit het gat onderin de pot.
Als u de pot op een onderzetter plaatst, blijven de planten altijd vochtig en worden ze nooit te nat. De manier om prachtige zomer bloeiers te krijgen.   
Heerlijk dat zomerzonnetje, maar bloemen in de vaas worden er iets minder blij van. Straling van de zon versnelt het verouderingsproces en het vaaswater wordt warm. Zet een vaas met bloemen dus niet in de zon, maar in de schaduw.  

* Een vaas met zonnebloemen is prachtig, maar er moet wel zoveel mogelijk blad weggehaald worden om de bloemen genoeg kracht te geven, De vaas geregeld bijvullen, want zonnebloemen zijn erg dorstig.  

* Kruidachtige vaste planten, zoals rode zonnehoed (Echinacea), trekken veel vlinders aan en die passen in een romantische tuin.  

* Zout is een probaat middel om onkruid tussen stenen of tegels te verwijderen. Strooi zout op het onkruid, een buitje regen en na enkele dagen ziet u resultaat.