algemene dingen a t/m e
A.

* Als u een armband niet omkrijgt is het misschien een idee om één helft met een plakbandje op uw pols vast te maken, u heeft dan een hand vrij om de sluiting vast te maken.  

* Om een eigen, frisse geur in de auto te krijgen, vul het autoparfumflesje eens met wasverzachter.  
Tips voor uw auto:
 1. Starthulp: om een lege accu te voorkomen kunt u een paar dingen doen, laat de accu voor elke winter testen door de garage, ook al de auto goed onderhouden wordt (bij beurten gebeurt dit niet altijd). Moderne auto’s zijn altijd erg gevoelig voor een kleine daling van de accuspanning. Als de spanning onder een bepaald punt komt, kan het gebeuren dat de computers niet meer aan gaan. Zorg voor startkabels van goede kwaliteit: met een dikke koperen kern, zeker voor dieselmotoren. Te dunne startkabels kunnen de grote startstroom niet aan en worden alleen maar warm.

2. Band repareren: een bandenplakset werkt slechts zeer beperkt. Vaak is het gat te groot en kan de reparatieset dit niet dichten. Omdat u in Nederland een band op elke straathoek kunt laten repareren is het probleem niet zo groot. In het buitenland hebt u veel minder garages en zijn caravan- of camperbanden bijna niet voorradig. Neem dus altijd een reservewiel mee op reis. Ook zijn wielen vaak voorzien van een wielboutslot, let dus op dat u de ‘sleutel’ daarvan bij u heeft.

3. Kapotte dynamo: Laat de multieriem die de dynamo aandrijft regelmatig controleren.
4. Sleutel in de auto: Als mensen in de winter hun ruiten gaan krabben met lopende motor, gebeurt het nogal eens dat de auto spontaan op slot gaat. Denk aan uw reservesleutels, en bewaar hem niet in uw handschoenenkastje.
5. Kapotte startmotor: Moeilijk te voorkomen, ook bij een jonge auto kan de startmotor stuk gaan. Dus, wilt u starten en u hoort alleen eenklik onder de motorkap vandaan komen, dan kan uw accu of startmotor stuk zijn. Weet u zeker dat uw accu in orde is, dan is uw startmotor waarschijnlijk kapot.
6. Lekke band: Kunt u zelf ook verwisselen, kijk bij ‘autorijden’ tip 22.
7. Verkeerd getankt: De Wegenwacht verwerkt jaarlijks 1 miljoen liter verkeerd getankte brandstof. Voor dieselrijders is er een speciale klep te koop, zodat u geen benzine kunt tanken.  
8. Kapotte brandstofpomp: Dit komt vooral voor bij auto’s op LPG. De pomp werkt ook als de auto op LPG werkt en bij een bijna lege benzinetank raakt hij oververhit. Zorg er dus voor dat uw benzinetank altijd minimaal halfvol is, door regelmatig te tanken.
9.  Kapotte verlichting: Zorg voor een setje reservelampen. Verlichting is vaak lastig te verwisselen. Kijk op de nieuwe Wegenwacht-app voor een handige instructie.
10. Motor oververhit: Een tip om oververhitting te voorkomen ; rijdt bij zware belasting in een lage versnelling waardoor de motor meer toeren maakt. Vergeet op vakantie het ‘Nieuwe Rijden’ ; uw auto wordt in het buitenland zwaarder belast dan in het vlakke Nederland.
Dashboard:
11. Rood stuurtje: Brandt: storing elektrische stuurbekrachtiging. Doorrijden tot garage mogelijk. Knippert: stoppen op veilige plaats, motor af en deskundige hulp inschakelen. Doorrijden kan schade veroorzaken.
12.  Oranje lampje abs: Brandt: storing in antiblokkeersysteem (ABS). Doorrijden toegestaan, ABS uitgeschakeld. Hydraulische remmen blijven werken, elektrische handrem niet.
13. Uitroepteken: Auto staat nog op de handrem.
14.  Rood deurtje: Die is eenvoudig, maar wel belangrijk. Brandt het lampje dan staat een van de deuren of de achterklep nog open.
15. Benzine lampje:  Als het lampje brandt is uw tank bijna leeg. Meestal kunt u dan nog zo’n 30-50 km. rijden op de reserveliters.
16. Rode acculampje: Storing in laadsysteem. Als de motortemperatuur in orde blijft, zet alle stroomverbruikers uit die u kunt missen en zoek een veilige stopplaats.
17. Temperatuur lampje: Te hoge motortemperatuur/koelvloeistofpeil te laag. Direct stoppen en de motor af, bel de Wegenwacht/vul de koelvloeistof bij.
18. Motoroliedruk te laag: Direct stoppen en motor af, bel de Wegenwacht (bij FIAT betekent dit knipperende lampje een onderhoudsbeurt).
19. Motor lampje: Storing in motormanagement/wettelijke norm uitlaatgas overschreden. Controleer olie- en waterpeil. U kunt vaak gewoon doorrijden, maar ga wel naar de garage.
20. Rode airbaglampje:  Airbag of gordelspansysteem buiten werking. Doorrijden toegestaan. Geen kans op spontaan ontploffen van airbag, gordelblokkering blijft werken.
21. Kinderzitje op de voorstoel: Als dit lampje brandt, is de airbag van de voorpassagier uitgeschakeld. Belangrijk wanneer u een kinderzitje op de voorstoel heeft.
22. Hoe vervang ik een band? -Zet uw auto op een veilige plek, – draai de wielmoeren een paar slagen los, – zet de krik bij het krikpunt (twee inkepingen in de rand onder de auto) dat het dichtst bij het wiel zit dat u moet vervangen, – zorg dat de auto niet kan wegrollen, ga dus op een plat stuk staan, trek de handrem aan en zet de auto in een versnelling (of bij een automaat: in de P-stand), -doorkrikken tot u lekker de ruimte heeft, – het monteren van her reservewiel gaat in omgekeerde volgorde, -draai de wielmoeren alvast met de hand aan. Als de auto weer op vier wielen staat draait u de wielmoeren kruiselings aan (dus niet met de klok mee de ene moer na de andere, maar de moeren die tegenover elkaar liggen).
23. Moet mijn kind in een kinderzitje? Zie onderstaande tabel.
Er zijn wel uitzonderingen: zo hoeft een derde kind niet in een kinderzitje als er al twee zitjes in gebruik zijn en er geen ruimte is voor een derde zitje. Een zitje is ook niet verplicht als een kind een kort stukje met iemand anders meerijdt.
Leeftijd: kinderen tot 3 jaar -voorin de auto- gordel aanwezig: Verplicht gebruik van een geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem.
Vanaf 3 jr. tot 1.35 m.- voorin de auto- gordel aanwezig: Verplicht gebruik van een geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem.
Langer dan 1.35 m.- voorin de auto- gordel aanwezig: Verplicht gebruik van beschikbare gordel.   
Indien gordel niet aanwezig mogen kinderen voorin niet vervoerd worden. 
Leeftijd: kinderen tot 3 jaar- achterin de auto- gordel aanwezig: Verplicht gebruik van een geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem.
Vanaf 3 jr. tot 1.35 m. - achterin de auto- Verplicht gebruik van een geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem .
Langer dan 1,35 m.-  achterin de auto- Verplicht gebruik van beschikbare gordel.
Indien gordel niet aanwezig is in de auto mogen kinderen tot 3 jaar niet achterin vervoerd worden, en anderen hoeven geen gordel te dragen.
24. Hoe koopt u geen kat in de zak? Als u een occasion koopt neem dan iemand mee met verstand van auto’s. Zorg dat u meer te weten komt over de historie van de auto. Kan de verkoper het onderhoud aantonen met onderhoudsboekjes en garagerekeningen? Controleer de carrosserie op roestvorming, butsen en deuken. Kleurverschil en afwijkingen in de naden tussen de carrosseriedelen duiden op slecht herstelde schade. Ga niet af op een geldige APK alleen. Een APK zegt alleen iets over de keuringspunten, niet over de staat van de gehele auto. U kunt ook een auto laten keuren bij de ANWB.
25. Pech op de vluchtstrook, do’s en dont’s. Steek nooit de weg over; levensgevaarlijk. Ga achter de vangrail staan (ook alle passagiers) om de Wegenwacht af te wachten. Trek een veiligheidshesje aan.
26. Kan ik de nieuwe brandstof E10 tanken?. Dat hangt van uw auto af; brandstofleidingen van oudere auto’s kunnen uitdrogen bij gebruik van E10. Controleer of uw auto geschikt is overleg met uw dealer.
27. Mag ik mijn TomTom instellen tijdens het rijden?  Het is niet verboden maar niet echt verstandig. Volgens de politie gebeuren er ongelukken door bediening van apparatuur in de auto.  
28. Hoe rij ik zuinig? Check uw bandenspanning, schakel vroeg op en anticipeer zodat u zoveel mogelijk met constante snelheid kan rijden en de auto kan laten uitrollen. Uw verbruik ligt hoger als u de airco aanzet, u onnodige bagage meeneemt en u sneller rijdt. Hoe harder u rijdt, hoe meer het scheelt: met 100 km./h rijdt u zuiniger dan met 120 km/h. 
29. Is een automaat altijd minder zuinig? Dat hangt af van het type automaat. De conventionele automaat is minder zuinig dan een handgeschakelde auto. Automaten die gebaseerd zijn op een normale versnellingsbak maar automatisch r aangestuurd zijn meestal wél zuiniger dan handgeschakelde.
30. Mijn TomTom geeft een andere snelheid aan dan mijn snelheids meter. Hoe kan dat? De afwijking van de snelheidsmeter op uw TomTom is minimaal – bij constante snelheid en voldoende gps signaal is die zelfs heel nauwkeurig. De snelheidsmeter van uw auto wijkt meer af. 4% tot 8 % naar boven is normaal.
31.  Wanneer kan ik beter overstappen van volledig cascoverzekering (allrisk dus) naar WA+?  Dat hangt af van de vervangingswaarde van uw auto (de dagwaarde dus) en uw eigen financiële situatie. Als u bij totaalverlies geen andere auto kunt betalen, kunt u de auto beter casco verzekeren.
32. Hoe haal ik mijn auto uit de slip? Hou uw ogen gericht op de plek waar u naar toe wilt, en stuur altijd in die richting. Trap de koppeling in (bij een automaat: gas los). Vooral niet remmen en geen gas geven.
33. Wat kost een auto van de zaak?  U betaalt anno 2011 een fiscale bijtelling en eventueel een vergoeding aan de werkgever voor privégebruik van de auto. De bijtelling hangt af van de CO2-uitstoot: 14%, 20% of 25% van de catalogusprijs van de auto. Is de auto van de zaak 15 jaar of ouder, dan is de bijtelling 35% van de dagwaarde.
34. Hoe geef ik een sleephulpje? Weet waar uw sleepoog ligt en waar u ‘m moet indraaien. Gebruik een elastische sleepkabel. Rij voorzichtig weg als u iemand sleept. Als u gesleept wordt, zet uw alarmlichten aan, rem mee en zet de versnelling in vrij. Automaat: lees instructieboekje ter voorkoming van schade.
35.  Mag ik met rijbewijs B een caravan trekken? Zie onderstaand diagram:
* Is de toegestane maximummassa (eigen gewicht + laadvermogen) van de caravan meer dan 750 kg.- nee- rijbewijs B./ ja- rijbewijs B + E
* Is de toegestane maximummassa van de caravan groter dan de lege massa van de trekauto-ja- rijbewijs B + E
* Is de toegestane maximummassa van de auto-caravancombinatie eer dan 350 kg.- ja- rijbewijs B + E   / nee- rijbewijs B.
36. Hoe vaak moet ik mijn oliepeil controleren? Minstens één keer per maand.
37. Hoe kan ik mijn auto het beste wassen?  Met veel water, ter voorkoming van krassen. Een wasbox of wasstraat is beter voor het milieu dan wassen op straat; schadelijk vuil dat van de auto afspoelt, en het wasmiddel, stromen niet zomaar in het riool.
38. Ben ik verplicht om naar de dealer te gaan voor onderhoud? Verplicht niet. Voor storingen en bepaalde reparaties bent u vaak aangewezen op uw merkdealer, omdat hij speciaal gereedschap en diagnoseapparatuur heeft. Let bij een reguliere garage op de garantievoorwaarden van een uitgevoerde reparatie.   
39. Ik rijd 7000  km. per jaar.  Is een jaarlijkse (grote) beurt dan echt nodig? Dat hangt af hoe u die 7000 km. rijdt. Bij telkens korte stukjes kan de toestand van de motorolie sterk verslechterd zijn. Verder kunt u met de dealer/garage overleggen het serviceprogramma aan te passen aan uw gebruiksomstandigheden.
40.  Hoe vaak moet ik mijn bandenspanning controleren? Iedere maand. Een auto met een te lage bandenspanning heeft een hoger verbruik, een hogere bandenslijtage (samen goed voor zo’n € 100,– ‘schade’ per jaar) is slechter voor het milieu en maakt meer lawaai. Uw auto heeft slechtere rijeigenschappen. Desondanks bleek uit een steekproef dat 60% van de automobilisten de bandenspanning te weinig controleert.
41.  Waarom kan ik niet zelf een lampje vervangen?  Dat is in vele gevallen inderdaad een lastige klus, bleek ook uit onderzoek van de ANWB. Meestal doordat de ruimte onder de motorkap erg krap is. Bij ruim 30% van de onderzochte auto’s kunt u de koplamp niet zelf vervangen. De ANWB vindt dit een slechte zaak; omdat het veiliger is en u beboet wordt als uw licht het niet doet, zou u een lampje zelf moeten kunnen vervangen.
42. Hoeveel CO2 stoot mijn auto uit? Dat wordt aangegeven in gram per kilometer. De hoeveelheid staat op uw kentekenbewijs. De voertuiggegevens van uw auto kunt u ook opzoeken op www.rdw.nl.
43. Is diesel of lpg interessant?  Dat hangt af van hoeveel km u per jaar maakt, maar ook van andere factoren als gewicht, verbruik, aanschafprijs, onderhoudskosten en verzekeringspremie van de auto. Dat is een flinke rekensom. De ANWB Autoadvieslijn rekent het graag voor u uit. 088-2695000.
44. Welke dingen kan ik zelf doen/controleren? Een beginnetje: olie peilen, koelvloeistofniveau controleren, verlichting controleren.
45. Waarom is het vervangen van mijn distributieriem zo duur? Het vervangen van de distributieriem is een omvangrijke en nauwkeurige klus. Een monteur is daar toch al snel een paar uurtjes mee zoet. Daarom is het arbeidsloon de grootste kostenpost bij deze ingreep.
46. Hoe diep moet het profiel van mijn banden zijn? Voor de APK is 1.6 mm. de minimale profieldiepte. De ANWB adviseert min. 2 mm. De profieldiepte kunt u makkelijk meten met een schuifmaatje dat u in de winkel koopt.
47. Welke olie moet er in mijn auto? Neem altijd een liter reserve-olie mee. Het is belangrijk dat dit exact de olie is die in demotor zit. In uw instructieboekje staat de code van uw olie. Makkelijker is om uw garage te vragen na een beurt een extra litertje olie in uw kofferbak te leggen. 
48. Krijg ik garantie op een reparatie? Bij een BOVAG bedrijf hebt u 3 maanden garantie, vanaf het moment dat de auto bij de dealer is afgeleverd. De garantie is voor de onderdelen en het verrichte werk.
49.  Klein van stuk:  Kleinere auto’s zijn de laatste jaren razend populair. Ze zijn niet duur in aanschaf, sommige uitvoeringen zijn wegenbelastingvrij en modellen in het A- en B-segment schrijven verhoudingsgewijs het minste af.
50. Grijze muis: Een auto in onopvallend grijs, zwart of blauw levert bij inruil meer op dan eentje in schreeuwerig geel of de laatste modekleur. Metallic lak is een pré, veel mensen vinden dat mooi.
51.  Mooie spullen: Stuurbekrachtiging, airconditioning, electrische ramen. Het kost wat, maar zulke extra’s maken het verblijf in uw auto er een stuk aangenamer op. Bovendien draagt het bij aan een hoger inruil.
52. Ideale schoonzoon: Auto’s die u op elke straathoek tegenkomt, zijn misschien niet origineel maar wel geliefd en vertrouwd. En courante modellebn blijven gewild, ook al is de straathoek waar u ze ooit zag allang gerenoveerd.
53. Met stokjes: Van oudsher voeren Japanse automerken de lijst aan van modellen waarmee u onderweg de minste autopech krijgt. En vlak ook de Koreanen niet uit. Kia geeft tegenwoordig zelfs 7 jaar garantie op zijn complete modellenlijn.
54.  Komt mijn accu de winter wel door? Een accu verliest ook spanning als hij niet wordt gebruikt: naarmate de temperatuur lager is, verloopt dat sneller. Bovendien moet een accu meet vermogen leveren in de winter, bv. om koude motorolie op te warmen. U kunt uw accu voor de winter laten doormeten bij de garage.
55. Hoe ontdooi ik mijn slot?  Met slotontdooier ( niet in de auto bewaren). Alternatief is een plastic tas, gevuld met warm water. Het slot blijft dan droog en ontdooit vanzelf. Heeft u dat allemaal niet bij de hand, dan kunt u uw billen tegen het slot duwen.
56.  Kan ik met ESP harder over sneeuw rijden?  ESP is een susteem dat een slip in een vroeg stadium kan herkennen en de koers van uw auto kan corrigeren door gecontroleerde remingrepen. Bij gladheid komt het dus goed van pas. Zet het dus niet uit. Maar de werking valt of staat met de grip op de weg. Als u die niet heeft, dan helpt de ESP ook niet. ESP is een prachtig systeem dat levens kan redden, maar geen reden om harder te rijden.
57. Wanneer winterbanden onder mijn auto? De stelregel van de ANWB is: van november t/m april. Als Koning Winter plots toeslaat komt er een run op winterbanden. Beter, ook voor de prijs, is om deze grote vraag voor te zijn. Winterbanden werken het best bij een temp. onder de  7 gr. Celsius.
58. Welke verlichting bij welk weer? Daar zijn regels voor.
Het is verplicht om dimlicht te voeren in het donker, en overdag, als het zich slecht is door mist of neerslag.
Mistlampen aan de voorzijde mag u (als aanvulling op uw dimlicht, niet ter vervanging) gebruiken bij slecht zicht door mist en neerslag.
Uw mistachterlicht mag u pas gebruiken wanneer het zich minder is dan 50 m. Dat is dus echt serieus dichte mist.  
59. Bestuurders met winterbanden maken evenveel brokken: Niet waar; auto’s op winterbanden hebben minder ongelukken dan auto’s die in de winter op zomerbanden rijden. Dat blijkt uit onderzoek van een verzekeraar. Die analyseerde duizenden ongelukken en schades aan de hand van verzekeringsdossiers. Bij auto’s die op zomerbanden rijden neemt in de winter het aantal gevallen met schade aan de eigen auto met 32% toe. Bij auto’s op winterbanden is de stijging slechts 12%. Schade veroorzaakt aan een andere auto stijgt in de winter bij auto’s op zomerbanden met 22% en voor rijders op winterbanden maar met 7%.
60.  Winterbanden zijn niet overal verplicht.  Waar; Er is veel verschil in het rijden met winterbanden. Raadpleeg de ANWB site.

61.  Winterbanden hebben alleen nut op sneeuw Niet waar; bij lage temperaturen presteren winterbanden beter dan zomerbanden. Rij in Nederland daarom vanaf ong. half november tot half april op winterbanden.  
62. De remweg van winterbanden is de helft korter. Waar; bij een noodstop vanaf 50 km/h op een besneeuwd wegdek scheelt het meer dan de helft. Op zomerbanden is de remweg in die situatie ong. 62 m., op winterbanden 30 m. Vierseizoenen banden hebben gem. 35 m. nodig.
Autobanden

63. Een winterband heeft alleen een ander profiel dan een (zomer)band. Niet waar; Het verschil tussen gewone (zomer)banden en winterbanden zit ‘m in de rubbersamenstelling en het profiel. Zomerbanden worden te hard in de winter. Het rubber van winterbanden blijft zacht. Bovendien hebben winterbanden kleine lamellen in de profielblokken, die zich vastgrijpen in de sneeuw, en de sneeuw ook weer naar buiten duwen. Zomerbanden hebben die lamellen niet – daar blijft de sneeuw tussen de profielblokken zitten.
64. Winterbanden worden in Nederland niet verplicht. Waar; Naar een verplichting ziet het niet uit. De ANWB adviseert winterbanden als u bij sneeuw of gladheid de auto echt niet kan laten staan. Wij vinden ook dat taxi’s en personenbusjes winterbanden moeten hebben; als u een taxi neemt vanwege de gladheid, mag u verwachten dat die is aangepast is aan de winter.
65. Een vierseizoenenband is een compromis. Waar; Maar een vierseizoenenband is wel veilig. De remweg in de winter is veel korter dan van een zomerband en in de zomer is de remweg iets langer dan met een zomerband. Een compromis dus. 
66. Motor oververhit… wat nu? Let op de temperatuurmeter. Loopt de motor warm? Schakel dan terug en draai meer toeren. Zet de airco uit, warme kachel en blower vol aan, dan kan de motor zijn overtollige warmte kwijt. Loopt de auto nu nog warm? Dan toch stoppen en motor laten afkoelen.
67.  Hoe hou ik mijn auto koel?  In de schaduw parkeren scheelt een hoop, maar kan niet overal en altijd. Een zonnescherm werkt ook heel effectief. Laat voordat u wegrijdt de ergste warmte uit de auto ontsnappen door alle ramen te openen.
68.  Rijden in de bergen, hoe doet u dat? 70 of 80 rijden in z’n vijf? Prima en lekker zuinig in vlak Nederland, met een lege auto, maar niet op vakantie. Zelfs een helling op de Péage of Autobahn kan met een volbeladen auto al teveel zijn: demotor loopt warm of begeeft het. Heel veel Nederlanders komen zo met pech te staan. Laat de auto dus niet in z’n vijf omhoog zwoegen, maar schakel terug naar de vierde of derde versnelling en draai meer toeren. Rij omlaag in dezelfde versnelling als omhoog. Bent u op een berg in zijn twee omhoog gekomen, ga dan ook in zijn twee naar beneden. De auto remt dan op de motor en dat voorkomt oververhitte remmen. 
69. Volgeladen, welke bandenspanning? De fabrikant van uw auto geeft op welke bandenspanning u moet hebben voor welke belading. Die informatie staat op een sticker, die vaak aan de binnenkant van de dorpel of uw tankdop klep zit. (staat trouwens ook in het instructieboekje). Vooral de spanning van de achterbanden moet worden aangepast, omdat die het meest afhangt van de zwaarte van de belading.
70. Hoe kan mijn airco vies worden? Doordat er bacteriën in groeien. De verdamper wordt vochtig en daar gedijen de organismen goed. Bacteriegroei is af te remmen door de airco ‘droog weg te zetten’ . Zet daarvoor ong. 5 min. voordat u op de plaats van bestemming bent de airco uit. De verdamper kan dan drogen. Een vervuilde aico kunt u laten schoonmaken bij een garage, dealer of specialist.
71. Wat kost een auto?  Bereken gratis uw autokosten per maand of per kilometer. U krijgt een overzicht van alle autokosten, zoals afschrijving, verzekering, brandstof, onderhoud en belastingen. De ANWB adviseert u graag. Kijk voor meer info op anwb.nl/autokosten.
72. Wat is hij waard? Op basis van uw kenteken geeft de ANWB Koerslijst meteen een indicatie van de verkoopprijs van uw auto. Kijk op anwb.nl/autokoerslijst of download de gratis Auto-waarde-app. Hij staat klaar in de iTunes Store.  
73. Moet ik mijn gebruikte auto allrisk verzekeren? Wwn WA-verzekering is in Nederland verplicht. een allrisk of zfb. cascoverzekering is een keuze. U verzekert u daarmee tegen de kosetn van schade aan uw eigen auto, die u niet op een ander kan verhalen. Uiteindelijk moet u zelf beslissen of de waarde van uw auto een allrisk verzekering waard is.
74. Heeft afdingen op een autokoop nog zin? Het is bij gebruikte auto’s nog altijd gebruikelijk om te onderhandelen over de prijs met en zonder inruil. De onderhandelingsruimte is afhankelijk van de prijsklasse, de voorraad, de populariteit van het type auto dat u wilt inruilen en de statijd van de uto die u op het oog heeft. Kortingen kunnen ook op een andere manier worden verrekend, bv. gratis onderhoud, uitgebreide garantie, e.d.
75. Welke garantievorm kies ik? Kijk goed naar de voorwaarden, hoe minder uitsluitingen, hoe beter de garantie. Naast garantie heeft u ook wettelijke rechten.  
8 tips om een miskoop van een gebruikte auto te voorkomen.
1. Historie: informeer naar de historie van de auto. Kan de verkoper het goede onderhoud aantonen met een ingevuld onderhoudsboekje en/of garagerekeningen.
2. Werkt het: check of alles naar behoren werkt, van de ruitenwisser tot de electrische raambediening. Vergeet ook niet de banden goed te bekijken (zit er no voldoende profiel in).
3. Proefrit: maak een complete proefrit van snelweg tot inparkeren om een indruk te krijgen van het rijgedrag.
4. KM-stand: Controleer de kilometerstand met behulp van de Nationale Autopas. Heeft de auto voor zijn leeftijd een lage kilometerstand, maar zijn stuur, pookknop en pedaalrubbers kaalgesleten, dan kan er sprake zijn van tellerfraude.
5. Roest: controleer de complete auto op roest, butsen en deuken. Kleurverschil in de lak en afwijkingen in de naden tussen carrosseriedelen kunnen duiden op matig herstelde schade.  
6. Vochtigheid: haal de mat uit de kofferbak en controleer het laagste punt op vochtigheid. Doe hetzelfde in de voetenbak voorin. Vocht duidt op waterlekkage.
7. APK: ga niet af op een geldige APK alleen, een APK-keuring is een controle op een beperkt aantal veiligheids- en milieupunten en zeggen verder niets over de algehele staat waarin de auto verkeert.  
8.Nuchter: wordt nooit ‘verliefd’ op een auto er zijn er zoveel meer. Breng iemand mee die nuchter staat tegenover een eventuele aanschaf. En bedenk altijd: als iets te mooi is om waar te zijn dan is het dat waarschijnlijk ook. 

Steeds meer Duitse steden weren vervuilende auto’s uit het centrum. Alleen meteen milieusticker op uw voorruit mag u de stad in. Ook toeristen moeten een milieusticker op de auto hebben. Deze sticker (Umweltplakette)   kunt u in de ANWB-winkel aanvragen. Sticker wordt dan binnen 5 werkdagen thuisgeleverd. Vergeet niet het kentekenbewijs van de bewuste auto mee te nemen, een kopie hiervan is nodig voor de aanvraag.    
Termen in een autoverzekering:
Bonus/malus: een tabel die aangeeft hoevel kortin u krijgt bij een bepaald aantal schadevrije jaren. Door middel van het bomus/malussysteem worden goede rijders beloond en slechte rijders gestraft. Als u in een verzekeringsjaar geen schade door eigen schuld claimt, dat stijgt u een trede op de ladder. Als u wel schade claimt, valt u terug op de ladder, tenzij uw verzekeraar de schade kan verhalen op een schuldige wederpartij. De term ‘bonus/malus komt uit het Latijn. Bonus is het Latijnse woord voor ‘goed’ en malus voor ‘slecht’ .  
Casco: aanvulling op de verplichte WA-verzekering. Er is onder meer Beperkt Casco (ook wel Gedeeltelijk of Mini Casco genoemd), waarbij schade aan de eigen auto vergoed wordt, voor zover deze niet is ontstaan door eigen toedoen zoals aanrijding, botsen en van de weg raken. Bij Volledig Casco wordt ook schade vergoed die is ontstaan door bv. diefstal, botsen of natuurgeweld. 
Dagwaarde: de waarde van  de auto voor de aanrijding. Dit wordt door een expert vastgesteld. Bij nieuwe auto’s wordt een afschrijving toegepast om de dagwaarde te berekenen, bij oudere auto’s wordt gekeken wat een soortgelijke auto in de markt waard is.
Eigen risico: het deel van de schade dat de verzekerde zelf moet betalen. Of er een eigen risico betaald moet worden, verschilt per verzekeraar en polis, en hangt ook af van de schadesoort (ruit/blikschade) Soms wordt het eigen risico kwijtgescholden als u naar een schadehersteller gaat die is uitgekozen door de verzekeraar.
 Haal- en brengservice: sommige verzekeraard bieden deze service waarbij uw beschadigde auto wordtopgehaald en gerepareerd. Van de reparateur ontvangt u dan een vervangende auto. Voor welke schades deze service geldt, is beschreven in de voorwaarden van de verzekering.
No-claimkorting: een korting die u krijgt als u schadevrij rijdt. Het kortingspercentage is afhankelijk van het aantal jaren dat u schadevrij hebt gereden. De korting verschilt per verzekeraar. Het huidige bonus-malussysteem dat is ingevoerd in 1982, geldt eigenlijk als vervanging van het no/claimsysteem. Vaak spreekt men nog van no-claim als bonus-maluskorting wordt bedoeld.
Schadehulp: dit is een aanvullende service doe enkele verzekeraard aanbieden. De schadehulpservice verschilt per verzekeraar. Het kan bv. gaan om telefonische hulp bij het invullen van het schadeformulier of het uitvoeren van een noodreparatie. Ook het regelen van vervangend vervoer kan onderdeel zijn van de schadehulpservice.
Schadevrije jaren: ieder jaar waarin u geen schade claimt bij de verzekeraar geldt als een schadevrij jaar. Een schadevrij jaar zorgt voor korting op de premie van uw verzekering. Het aantal schadevrije jaren staat meestal op het polisblad van uw autoverzekering, indien u de schadevrije jaren hier niet kunt vinden, kunt u altijd uw verzekering bellen.
WA-verzekering : Wettelijke Aansprakelijkheid: wie in Nederland een voertuig bezit, is volgens de wet verplicht om een WA verzekering af te sluiten. Deze verzekering dekt schade veroorzaakt aan derden. Schade aan de eigen auto wordt niet vergoed, hiervoor kunt u een aanvullende (casco)dekking afsluiten.   
Verkooppraatjes als u een auto wilt kopen: Mooie beginnersauto. altijd binnen gestaan, ik heb hem zelf ook, zo goed als nieuw, de beller is sneller, voor liefhebbers, altijd dealeronderhouden, met gebruikssporen, hier kunt u jaren mee vooruit, van een oud vrouwtje geweest, auto met ervaring, van de eerste eigenaar gekocht, optisch in prima staat, nooit in gerookt. Met dergelijke verkooppraatjes, nit kopen alvorens grondige inspectie.

* Uw autoruit ijsvrij maken gebeurt meestal met lauw, niet heet, water. Direct weer afvegen met een zachte borstel of doek. Let dan op krassen.
Om krassen te voorkomen gebruik dan een vloeibare de-icer uit een sprayflacon.
Een messing krabbertje veroorzaakt sowieso geen krassen u moet het krabbertje dan wel naar u toe halen.
   

B

 * Naar bed gaan ritueel van kinderen geeft soms moeilijkheden. De volgende tips kunnen misschien werken±
 1. Maak een boekje met foto´s van de knuffel en uw kind en fantaseer daar een verhaaltje omheen. De foto´s kunt u uploaden bij een fotoservice en tekstjes tikken, fotoalbum bestellen en lezen maar.
2. Koop altijd twee exemplaren van een favoriete knuffel, dan kan er één in de was en één in bed
3. De knuffelbeer gaat standaard altijd een half uurtje eerder naar bed. Dat betekent onder de dekens, verhaaltje voorlezen en een slaapliedje zingen. Waarom, omdat een beer zijn slaap nodig heeft. En omdat je zo subtiel aangeeft dat het ook voor jouw kleine spruit bijna bedtijd is.
4. Twee min. tandenpoetsen met kleuterpasta met laag fluorgehalte.
5. Als uw kind ´s avonds in bad gaat: lekker de dag afspoelen met een zelfgemaakt bootje van een shampoo fles.
6. Een high five voor het slapengaan en samen afvinken of alles gebeurd is:
* duim= plassen
* wijsvinger= wassen
* middelvinger= tandenpoetsen
* ringvinger= pyjama aandoen
* pink= in bed liggen,
alle vijf gedaan? Geef elkaar dan een high five.
7. kinderen die al zelf kunnen lezen, geeft u een klein lampje boven hun bed met een timer erop. Dan kunt u dat instellen op een kwartiertje en is iedereen tevreden.
8. Ritme is belangrijk voor een kind; vaste rituelen zijn dat ook. Vraag uw kind elke dag voor het slapengaan wat het allerleukst was die dag. Van die hoge glijbaan? De verjaardag van de juf? Goed om nog even stil te staan bij wat er ook alweer allemaal gebeurd is die dag. Fijn: je kind gaat altijd naar bed met een mooie herinnering. Dat slaapt toch het lekkerst.   

* We hebben het aan Napoleon te danken dat er een bevolkingsregister bestaat. Hij zorgde er begin 19e eeuw voor dat iedereen werd  geregistreerd. Zodoende kan er makkelijker onderzoek naar stambomen worden gedaan. Ook erfelijke ziekten konden worden teruggevoerd naar bekende voorouders.  

 

 

* Als u buitenshuis door onweer wordt verrast, blijf dan uit de buurt van hoge punten. Zorg vooral dat u zelf niet het hoogste punt bent.
In een woestijn zal de bliksem daarentegen juist het laagste punt opzoeken. Het zand is namelijk een zeer goede isolator en de bliksem zal dus het punt opzoeken waar zo min mogelijk zand hoeft te worden doorkruist om bij het grondwater te komen.
Een auto met dak, een gesloten caravan en zelfs een (metalen) boot zijn eveneens plekken om te vluchten.
In een open veld kan men het beste gehurkt en ineengedoken gaan zitten, met de voeten tegen elkaar aan.
Schuilen onder bomen is zeer gevaarlijk aangezien ze bliksem aantrekken.
* Brillenglazen gaan weer glanzen door ze met eau de cologne schoon te wrijven.

Brildragers kunnen hun bril het beste in hun schoen opbergen, als zij gaan zwemmen. Daar gaat u niet zo makkelijk op zitten

C.

* Een origineel cadeau voor taartenbakkers is: een mooie fles met ingrediënten voor een taart in laagjes, laagjes bloem, suiker en rozijnen. De overige ingrediënten zoals boter en eieren, en het recept worden apart gegeven. 
Bewaar mooie vierkante doosjes van bv. een parfumpakket, een electrisch apparaat als een ipad of telefoon om cadeautjes met lastige vormen te verpakken.

D.

Oostindisch doof.
Krijgt uw kind een standje en reageert die daar met een schouderophalen op? Tel dan tot tien, houdt uw reactie onder controle en probeer op een rustige toon uw boodschap  over te brengen. Hoe heftiger uw reactie, hoe meer uw kind merkt dat u de controle kwijt bent. Maak een paar duidelijke afspraken over wat wel of niet kan en vergeet vooral niet positieve aandacht (een compliment, een knuffel) te geven als hij wel luistert. Dat werkt vaak nog het beste. 

E.

algemene dingen f t/m k
F.

* Een feest organiseren? Hieronder een feestplanner:
3 weken ervoor Uitnodigingen versturen: Verstuur de uitnodigingen (met routebeschrijving) en inventariseer hoeveel gasten u ongeveer kunt verwachten. Vraag eventueel om een bevestiging of afmelding.
Hapjes en drankjes kiezen: Bedenk welke hapjes en drankjes u gaat serveren. Combineer zelfgemaakte met kant-en-klare borrelhapjes.Alleen borrelhapje, reken dan op 5-6 hapjes p.p. Is het buffet tevens de maaltijd reken dan op 8-12 hapjes p.p.of maak 5-8 verschillende gerechten, van salades tot warme gerechten. Een gerecht voor 4 pers. is dan ruim voldoende voor 12-16 pers.
Inventaris checken:  Heeft u genoeg stoelen, tafels, glazen en servies. Is er voldoende ruimte om dingen te koelen. Wilt nu spullen lenen bij vrienden. Vraag dat nu al, zodat ze er rekening mee kunnen houden.
2 weken ervoor:  Boodschappenlijst maken: Kijk wat u in huis heeft en wat u op de datum van uw feest nog kunt gebruiken. Hoe gedetailleerder de boodschappenlijst, hoe beter. Verdeel de boodschappen in verse producten die u op het laatste moment pas kunt inkopen en alles wat u al eerder kunt inslaan, eventueel verdeeld over diverse boodschappentrips.
Voorraad checken: Is er voldoende aluminiumfolie, plastic folie, keuken- en toiletpapier. Heeft u vuilniszakken en vaatdoekjes in huis. Neem het mee in uw boodschappenlijst.
Slaapplaatsen regelen Komen er gasten van ver. Informeer dan of u een slaapplaats moet regelen of reik mogelijkheden aan voor een betaalde overnachting.
1,5 week ervoor: Eerste inkopen doen: Houdbare producten, zware en grote spullen kunt u nu alvast inkopen. Maak ook een lijst van de spullen die niet voorradig zijn, dan kunt u die bij de volgende boodschappen meenemen, of bij uw laatste, als u de verse producten haalt.
Drank inslaan: Reken voor een avondvullend feest voor 16-20 mensen op ongeveer
- 3 flessen mousserende wijn
- 4 flessen witte wijn
- 5 flessen rode wijn
- 5 flessen mineraalwater en/of frisdrank
Meer bierdrinkers, reken op min. 2 glazen p.p. en laat eventueel wat wijn vervallen. Haal voor de zekerheid 2 kratten, of leen, koop of huur een thuistap.
Overweeg om de zware boodschappen thuis te laten bezorgen.
4 dagen ervoor:   Materialen verzamelen: Verzamel alvast alle materialen die u nodig heeft tijdens het feest, zoals servies, decoratie, tafellinnen en muziek.
Partijen nabellen: Het is verstandig om eventuele externe partijen, zoals het verhuurbedrijf, de cateraar of de band, nog even na te bellen of mailen om zeker te weten dat ze zich aan de afspraak houden.
Maak een checklist voor de laatste dagen, zodat u geen belangrijke dingen vergeet. Wat moet u nog regelen. Welke spullen moet u nog aanschaffen, e.d.
2 dagen ervoor: Hapjes maken :  Zijn er hapjes die u vooraf kunt bereiden en dan kunt invriezen. Doe dat dan 2 dagen van tevoren. Koop voor deze hapjes voor het feest de spullen in.
Heeft u ook aan mogelijke dieetwensen van uw gasten gedacht?  De meeste mensen stellen dat erg op prijs.
Voor kinderen: zie kinderfeestje.
1 dag ervoor: Verse spullen kopen. U kunt nu de verse ingrediënten kopen en de verse hapjes maken. Haal de ingevroren gerechten uit de vriezer om ze te ontdooien.
Schoonmaakspullen: Stop een lege vuilniszak in de afvalbak,zorg voor genoeg theedoeken en een lege afwasmachine. Afsluitbare plastic zakjes en eventueel bewaardoosjes voor de restjes zijn ook erg handig. Verzamel kratten of lege dozen om vuile vaat in te verzamelen.
De avond ervoor: Locatie optuigen De avond voorafgaand aan het feest kunt u de feestlocatie optuigen. Zet de tafels en de stoelen neer en versier de ruimte. Een wirwar van kleine lampjes, een slinger, (kerst)lichtjes of theelichtjes in gekleurde glaasjes vormen eenvoudige, maar doeltreffende sfeerverlichting. Een groot boeket bloemen is vaak onhandig. Kleine boeketjes of losse bloemen zijn subtieler. Vermijd bloemen met een sterke geur, deze geur kan de ruimte teveel domineren.
Heeft u een groot tafelkleed nodig, koop dan een lange lap voeringzijde of katoen op de markt.
Bier, fris en rosé moeten koud staan. Dat kan buiten als het tussen de 3 en 7 C is. Gebruik anders een (camping)koelbox of vul een bad/teil met koud water en ijs.
De feestdag. Laatste voorbereidingen. Op de dag zelf kunt u de laatste hapjes voorbereiden en 2 uur vantevoren de welkomstdrankjes en -hapjes maken. Zorg ervoor dat alles een halfuur voordat de eerste gasten komen (afgedekt) op tafel staat.Plan vooral ook genoeg tijd om jezelf klaar te maken voor het feest.
De juiste muziek Muziek is een belangrijke sfeermaker. Hoe krijgt u uw gasten aan het dansen. De gouden formule is: goede muziek, veel mensen en weinig stoelen.
Tips voor een echt sjiek feest:
1. Stop altijd een paar ballerina’s in uw handtas voor later op de avond.
2. Pas op met transparante stoffen op de rode loper: de flitsers van de camera’s zijn ongenadig.
3. Zorg voor goede ondersteundende lingerie onder uw avondjurk
4. Zorg dat uw arm candy er mooi uitziet, oftewel: regel een goede man voor aan uw zijde.
5. Wees voorzichtig met de hoeveelheid sieraden. Kies voor oorbelllen en armbanden of voor een mooi collier, maar niet alles tegelijk, het wordt snel ordinair.
6. Kies voor een mooie, klassieke make-up. De rode loper is er niet om een make-upstatement te maken, behalve als u  Lady Gaga heet..

De beste tips tegen fietsendiefstal staan hieronder:
1. Zet uw fiets goed op slot.
2. Gebruik altijd twee sloten  : een vast slot en een apart kabelslot. Maak het kabelslot vast aan de fiets en een fietsbeugel. Het is nog beter om uw fiets te stallen in een fietsenstalling.
3. Registreer uw fiets.
4. Noteer de kenmerken van uw fiets en bewaar deze goed. Denk bv. aan soort, merk, type, kleur, framenummer, tagnummer of gravceercode. Bij politie, gemeente en AFAC kunt u daarvoor een handig registratiekaartje halen. Aan de hand van deze kenmerken is uw fiets gemakkelijker te vinden na diefstal. Als het framenummer niet meer zichtbaar is, kunt u uw fiets vaak gratis laten graveren.
5. Doe altijd aangifte. U kunt digitaal aangifte doen of bellen voor een afspraak via 0900-8844. De kans dat de gestolen fiets daardoor teruggevonden wordt is groter. Ook krijgt de politie hierdoor een goed beeld van het aantal fietsendiefstallen.
6. Koop geen gestolen fiets, neem niet het risico aangehouden te worden voor heling, want dat is strafbaar. De boete voor heling kan al snel in de honderden euros lopen. Koop dus nooit een fiets die te goedkoop is, zoals een fiets met 21 versnellingen voor € 30. Met het originele framenummer kunt u controleren of de fiets gestolen is via het fietsendiefstalregister op internet. Let ook op beschadigingen aan het frame. Dit kan een teken zijn dat het originele slot vervangen is door een ander slot.

* De regels voor de fietsverlichting zijn:
- witgeel licht voor, rood licht achter,
- losse lampjes mag u alleen op het bovenlichaam bevestigen, niet op het hoofd, aan armen of benen,
- bevestigen aan kleding of op een tas mag, mits goed zichtbaar,
- losse lampjes moeten recht vooruit en recht achteruit schijnen, en mogen niet knipperen of teveel bewegen.
Houdt u zich hier niet aan, dan riskeert u een boete, maar nog belangrijker u zet uw eigen veiligheid op het spel.

* Hoeveel fooi wordt u geacht te geven?
- Amerika: 15 tot 20 procent
- Argentinië: 10 procent
- Egypte: 10 tot 15 procent
- India: 10 procent
- Maleisië: niets (10 procent zit in de rekenening verwerkt
- Nederland: 5 tot 10 procent
- Oman: 10 tot 15 procent
- Panama: 10 tot 15 procent
- Zuid-Korea: niets (kan zelfs worden geweigerd)
- Zweden 7 tot 10 procent.


G.

Hoewel het ook bij speciale gelegenheden tegenwoordig minder officieel toegaat dan vroeger, zijn er toch nog bepaalde evenementen (sommige recepties en audíënties, een galabal of een banket), waarbij gelegenheidskleding wordt gedragen. De heren dragen dan een smoking, rokkostuum of jacquet, de dames een middagtoilet, klein- of groot avondtoilet.
Een jacquet wordt gedragen bij officiële gelegenheden, die overdag plaatsvinden. Dit kostuum bestaat uit een zwarte jas met lange panden, die tot de knieholte reiken en met revers van dezelfde stof. Bij de jas wordt een zwart met grijs gestreepte broek gedragen zonder omslagen aan de pijpen. Het jacquet wordt gecompleteerd met een witlinnen pochet; een speciaal jacquethemd; een zwart of een grijs vest; een zwarte of een grijze das; zwarte of donkergrijze sokken; zwarte schoenen en zwarte of grijze handschoenen. Wil men het helemaal goed doen, dan heeft men een witte zakdoek op zak. Voor buitenshuis horen bij het jacquet nog: een zwarte overjas, een witzijden sjaal, een zwarte hoge hoed of deukhoed.

Een rokkostuum is de avonddracht bij galafeesten en promoties. De onderdelen van dit kostuum zijn: een jas met uitgesneden voorpanden, lange achterpanden tot in de knieholte en zijden revers. De broek heeft zijden biezen op de zijnaden. Bij het rokkostuum worden een wit vest en een witte strik gedragen. Verder een gesteven, wit piqué overhemd met enkele staande boord (of een niet gesteven, piqué overhemt met liggende boord), dunne, zwarte sokken, zwarte schoenen en een wit linnen pochet. Voor buiten  wordt het rokkostuum gecompleteerd met een zwarte overjas, een wit zijden sjaal, witte handschoenen en een hoge hoed.
Een smoking, eveneens een avonddracht, is geschikt voor formele gelegenheden, die niet zo officieel zijn dat rokkostuum verplicht is. Een smoking bestaat uit een zwart kostuum met een jasje met zijden revers en twee rijden knopen, waarvan de knoop rechtsonder voor de sluiting dient. De pantalon heeft biezen op de zijnaden, (het mag wel), terwijl de pijpen zonder omslag achter bijna tot op de grond reiken.

Bij de smoking wordt een zwart vest gedragen. Verder een wit, niet gesteven piqué overhemd met vaste, liggende piquéboord en dubbele manchetten, zwarte, dunne sokken, zwarte schoenen, een wit linnen pochet en een zwart strikje. Buiten draagt men bij de smoking een zwarte overjas met wit zijden sjaal en een zwarte deukhoed.
Op een smoking mogen nooit decoraties worden gedragen, op een rokkostuum daarentegen wel.
Worden de dames in avondtoilet verwacht, dan bestaat dit bij galagelegenheden uit een lange, gedecolleteerde japon, met lange handschoenen, avondschoentjes en een speciaal avondtasje. Is de gelegenheid iets minder formeel en kan men volstaan met klein avondtoilet, dan kan men ook een korte avondjapon of (tegenwoordig) een feestelijke pantalon met bijpassende accessoires dragen.

 Bij officiële middagkleding (meestal een geklede japon of mantelpak) dragen de dames een hoed.
De aanduiding cravate blanche (of white tie) op een uitnodiging betekent dat de heren in rokkostuum en de dames in groot avondtoilet moeten verschijnen.
De vermelding cravate noire (of black tie) duidt op smoking en klein avondtoilet.
Ook de term tenue de ville wordt wel eens gebruikt, maar dat zegt alleen maar dat de heren in een net pak en de dames in een nette jurk dienen te verschijnen.Blote benen zijn dan taboe.
De officiële kleding voor begrafenissen is voor de dames donkere, bij voorkeur zwarte kleding met zwarte accessoires. De heren dragen een jacquet met zwart vest, zwarte das, zwarte handschoenen en hoge hoed, eventueel gecompleteerd met een zwarte overjas met witzijden sjaal. Er wordt geen pochet gedragen, terwijl een paraplu te prefereren is boven het gebruik van een regenjas.

* Een donker kostuum wordt vrijwel alleen gedragen bij gelegenheden. Meestal als u het aan wilt doen, zit het onder de stof en de pluisjes. Voor een snelle opknapper pakt u de plantenverstuiver en een schone kleerborstel. Bestuif het kostuum met de fijnste waternevel en borstel het daarna meteen grondig af.

* Geluksmomenten zijn voor iedereen een persoonlijk iets, maar velen zijn voor de meesten onder u wel herkenbaar zoals:
1. Een boswandeling in de herfst,
2. Een schoon bed met knisperende lakens,
3. Slapende kinderen,
4. Lief spelende kinderen,
5. Schrijven met een nieuwe pen in een nieuw kladblok of opschrijfboekje
6. Luisteren naar uw favoriete muziek
7. Lezen in een goed boek in een rustige omgeving.
8. De zonneschijn op uw huid,
9. Horen dat u ergens van genezen bent,
10. Een to-do lijstje maken en dat punt voor punt afwerken. U voelt dat u wat gedaan heeft. etc., etc.

H.

* Leg een horloge, dat overdag uw lichaamstemperatuur aanneemt, ‘s nachts niet op een marmeren wastafel of andere koude plaatsen. temperatuurverschillen doen het uurwerk onzuiver lopen.
Leg een horloge nooit op een TV toestel of ander electrisch apparaat. De kans bestaat dat het hierdoor wordt gedemagnetiseerd.

Als u een horloge altijd om wilt houden in bed en bij het handenwassen, kies dan een waterdicht exemplaar, dit is tevens stofdicht.

* Maak eens een huis- en tuinboek. Noteer daarin eens hoeveel rollen behang benodigd zijn voor de huiskamer bv, hoeveel stof u voor de gordijnen heeft gebruikt, de afmetingen van uw huis.

* Hybride bij een auto: wat betekent dat? Een hybride auto heeft twee motoren, een brandstofmotor (benzine of diesel) en een electromotor. De electromotor gaat (mee)werken op momenten dat de brandstofmotor niet efficiënt genoeg kan werken. Hybride auto’s rijden door deze techniek stiller, schoner en zuiniger.

I.

* Tips tegen inbraken:
1,. Zorg dat aan de buitenzijde van uw woning niet duidelijk is dat u op vakantie bent. Niet doen: een briefje ophagen, een leesmap aan de deur laten hangen of en sleutel onder een bloempot leggen.
2. Plak tijdens of rondom de vakantie een ‘nee-nee’ sticker op de brievenbus, verkrijgbaar bij elke gemeente. Ongeadresseerde post (folder en huis-aan-huisbladen) worden dan niet bezorgd.
3. Als u normaal gesproken een auto op de oprit hebt staat; vraag of anderen hun auto tijdens de vakantie op de oprit willen plaatsen.
4. Als u een draadloze deurbel heeft, laat dan de buren deze beantwoorden.
5. Zorg voor voldoende binnen- en buitenverlichting, die bij voorkeur met een tijdschakelaar in- en uitgeschakeld kan worden.
6. Spreek niet op uw antwoordapparaat in dat u (voor een langere) periode weg bent.
7. Vermeld uw afwezigheid niet op een van de sociale media.
8. Zorg tijdens langere afwezigheid dat uw brievenbus wordt geleegd of dat uw post regelmatig door een sleutelhouder van de deurmat wordt verwijderd.
9. Zorg dat een sleutelhouder de post neerlegt op een plaats die niet van buitenaf zichtbaar is.
10. Vestig geen onnodige aandacht op waardevolle spullen door deze op een van buitenaf zichtbare plaats te zetten.

K.

* Tips voor een kinderfeestje:.
1. Maak er een thema van, bv. piraten- en prinsessenfeest.
2. De voorpret, d.m.v. een persoonlijk afgegeven uitnodiging. Niet op het schoolplein geven, dan voelt niemand zich uitgesloten.
3. Iedere gast gaat apart met de jarige op de foto. Maak daartoe een lijst van karton en versier deze. Laat de jarige en een gast binnen in de lijst staan en maak de foto. Een leuke herinnering.
4. Kinderen kunnen vol energie zitten, de cadeautjes krijgen dan geen aandacht, doe het eens zo:
- als de kinderen binnenkomen, doe de presentjes dan in een mand, bij het taart eten uit laten pakken, zo krijgt ieder presentje de aandacht die het verdient.

- partijtjes moeten niet te lang duren, drie uur is ruim voldoende.
- een klein groepje is het handigst, vuistregel: de leeftijd van de jarige plus één
- zorg voor hulptroepen, bv. de oppas.
5. Geef in plaats van grote stukken taart eens klein gebak, bv. een soesjestoren, of zebrazakjes (cake met chocopasta)
6. Maak eens hoedjes van papier, niet voor op het hoofd, maar om snoep of popcorn in te doen. Ook voor een spelletje vangbal met een pingpongballetje is zo’n hoedje ideaal.
7. Omdat het feest is eet eens met je handen, stort de friet op de tafel (die bedekt is met tafellaken en papier) en smul lekker met de handen. Doe de sauzen en de appelmoes op schoteltjes om te dopen.
8. Doe eens gek, doe het feestje omgekeerd
- Je wordt thuisgebracht? Nee, juist opgehaald,
- Starten met cadeautjes, nee, juist als de grote finale,
- ‘s middags feest? nee, juist ‘s avonds.
- Niet eindigen, maar beginnen met pannenkoeken, daarna speurtocht in het donker, zaklamp mee.
- Stoelendans ook achterstevoren; iedereen schuifelt op de muziek achteruit op zoek naar de lege stoel.
9. Geef de gasten na afloop van het feestje eens iets kleins mee, als dank, bv. roltongen, armbandjes, bellenblaas, schuif puzzeltjes, stuiterballen, stickervellen, etc.
Nog meer ideeën voor een kinderfeestje:
1. Turbotekenen: met opdrachten en een stopwatch of een keukenwekker. potloden en/of stiften in de aanslag, papier klaar. Opdracht: kleur je lievelingsdier. Drie min de tijd. Stop.
Volgende opdracht: een zelfportret, binnen 5 min.
Laatste opdracht: wat is echt griezelig, drie min. en na afloop de tekeningen ophangen en een expositie in eigen huis.
2. Een voorleesfeest: maar dan een heel boek, bv. Floddertje, boeken van van Dolfje Weerwolfje o.i.d. Doe de gordijnen dicht, ale kussens in het huis bij elkaar op de grond, warme chocomel en lekkere koekjes, en als het in de zomer is, lekkere frisse limonade en ijsjes.
3. De huiskamer wordt omgetoverd in een bioscoop. Gordijnen dicht, stoelen in bioscoop opstelling, popcorn erbij en limonade. Film, Toy Story.
4. Een knutselbuffet: zet alle knutselspullen op een tafel en bekleed die tafel eerst met behangselpapier als een reuzengroot tekenvel. Uw heeft alle verf, glitters, knipsels, crepepapier, lint en plakband uitgestald. U kunt er een thema aan verbinden, zoals sprookjes, onderwater Spongebob!, of een andere kinderfavoriet.

5. Laat de kinderen een taartje of koekje bakken. Het wordt een puinhoop, maar dan kan wel voor een keer. U kunt de kinderen na afloop hun eigen baksels laten proeven en het overschot mee naar huis laten nemen. (u kunt natuurlijk ook pizza’s bakken of zoiets).
Knip eens een snor van zwart karton en maak met een perforator een gaatje in het midden. Schuif de snor om de bovenkant van het rietje tot aan het buigzame deel. Succes verzekerd op een kinderfeestje.

Een snoepketting maken voor een kinderfeestje? Neem een stuk draad en rijg daar een rietje, spekje, rietje, etc. aan met een stompe naald. Zorg er wel voor dat de draad lang genoeg is om er ook nog een knoop in te leggen.
Om ieder kind op een kinderfeestje uit zijn/haar eigen glas laten drinken, merk die glazen met een kleurtje nagellak hun naam erop. Na afloop van het feest is die naam er zo weer af met aceton of remover.

* Klagen over telecom bedrijven, kabelaars, energieleveranciers en zorgverzekeringen kan goedkoper via Facebook, Twitter of een speciale chatfunctie op de website. Op twitterberichten wordt gemiddeld binnen drie uur gereageerd. Meestal sturen telecom- en kabelaanbieders binnen zes uur een antwoord op een binnengekomen tweet.

* Staan uw koffers ook leeg op zolder? Vul ze eens met zaken die u niet zo vaak nodig heeft. De vorm van de koffers blijft beter behouden en uw zaken vallen niet meer op. En het bespaart kastruimte.

* U bent koning klant. U heeft bv. een DVD speler die het twee jaar heeft gedaan maar dan gaat het display kapot en u kunt niets meer afspelen. Uiteraard is de garantie verstreken, maar ook daarna unt u bij de fabrikant terecht om te claimen. Zó’n apparaat moet namelijk meer dan twee jaar naar voldoening werken. Schijf dan de fabrikant aan om uw recht te halen.
Ook bij bv. een appel die u net in de supermarkt heeft gekocht en nu al verrot is na een paar dagen, ga proberen om uw recht te halen. Appels horen niet na een paar dagen verrot te zijn.

* Uw krant waait niet meer weg als u de krant in de vouw vastniet.

* Hoe worden kijkcijfers gemeten? Een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking worden gekozen door een onderzoeksbureau, Stichting KijkOnderzoek , zij doen vrijwillig mee. Ieder gezinslid krijgt een kastje en als bv. moeder naar GTST kijkt en dat doet gedurende meer dan de helft van de duur van het programma, dan wordt dat gemeten en de kastjes registreren de zender, het tijdstip en waneer er wordt gezapt. Iedereen heeft een eigen inlogcode, zodat SKO een overzicht van welke programma’s door hoeveel mensen worden bekeken.

algemene dingen l t/m p
L.

 

* Wordt per auto veruitstekende lading vervoerd, dan moet dit duidelijk zichtbaar worden aangegeven, overdag door een rode vlag en tijdens de duisternis door een naar alle zijden rood licht uitstralende lantaarn.
* Moet u gebruik maken van een luchtbed, blaas dit dan niet op met de mond maar gebruik een pomp. Opblazen door de mond veroorzaakt vocht, dat uiteindelijk begint te kleven. Dit kleven is vervelend en hieraan is niets meer te doen.

Het plastic luchtbed is ook geschikt om er op te zonnebaden.
Er zijn strandmatjes in de handel die u onder het luchtbed kunt schuiven. Op deze manier bestaat er niet zo vlug kans op een lek.

M.

Uw voicemail afluisteren in het buitenland kost geld. Vaak betaalt u zelf als iemand bij u inspreekt. Goed idee dus om de mobiele telefoon uit te zetten voor vertrek naar het vakantieadres.
Een lokale prepaidkaart is voordelig voor het bellen binnen uw vakantieland. U belt dan tegen lokaal tarief. Let op: uw mobiele telefoon moet simlockvrij zijn.
Sms’jes ontvangen is ook in het buitenland gratis. Aan het versturen ervan via uw mobiele telefoon zijn wel kosten verbonden.

Het is slim, om als u mobiel wilt internetten in uw vakantieland, vooraf de kosten per MB bij uw provider op te vragen. Zo voorkomt u verrassingen achteraf.
Gebruik van een buitenlands netwerk is niet overal gelijk. Kijk op de site van uw provider van de mobiele telefoon welke in uw vakantieland het voordeligst is. Op uw mobiele telefoon kunt u dit handmatig instellen.

In het buitenland is gebeld worden niet altijd gratis. Daar betaalt de ontvangen van een mobiele telefoon ook een deel. Bij uw provider kunt u checken wat de kosten zijn.
Een onverwacht hoge rekening krijgen door het internetten via uw mobiele telefoon lukt niet, omdat u bij een abonnement een sms krijgt als u de limiet van € 59,50 overschrijdt.
Er zijn in Europees verband wel ideeën om mobiel bellen en internetten goedkoper te maken, maar houd altijd in de gaten wat de werkelijke kosten zijn.

N.
De laatste tijd is er veel geschreven over het nieuwe rijden. Wat is dat?
1. De rijstijl: Slim schakelen, de techniek van de auto’s is in de loop der jaren sterk veranderd. En dat vraagt om een andere manier van autorijden. Zo heeft bijna iedere auto tegenwoordig een motor met brandstofinspuiting. En al voldoende trekkracht bij lagere toerentallen. Dit betekent dat u prima kunt doorschakelen bij lagere toerentallen dan u gewend bent. En dat uw auto daar sloom van wordt, is een fabeltje. Wel wordt u er zelf een stuk meer relaxed van. Ook kunt u in de bebouwde kom vaak al doorschakelen naar de vierde of vijfde versnelling. Dit is enigszins afhankelijk van van de auto waarin u rijdt. En uiteraard hangt het ook af van de verkeersomstandigheden, het weer en de belading van de auto.
2. De bandenspanning: Voel het verschil, ongeveer de helft van de automobilisten rijdt met te zachte banden. En dat is zonde. Want als u met de juiste bandenspanning rijdt, kunt u aanzienlijk besparen op de brandstof. Bovendien slijten uw banden minder bij de juiste spanning. Er zijn nog meer redenen om te zorgen dat uw banden de juiste spanning hebben. U rijdt een stuk comfortabeler. U hebt een betere grip op de weg en uw remweg is korter. Uw eigen veiligheid en die van anderen gaat erop vooruit. Controleer de bandenspanning maandelijks, maar niet als de banden heet zijn. De juiste spanning staat meestal op de deurpost van het bestuurdersportier of aan de binnenkant van de tankklep.
3. De keus van de auto: Let op het energielabel bij de aanschaf van een nieuwe auto. Op alle nieuwe personenauto’s in de showroom zit tegenwoordig een label. Daarop staan onder andere gegevens over het bradnstofverbruik en de CO2-uitstoot vermeld. Aan de kleur en de letter van het label kunt u meteen zien of de auto qua brandstofverbruik beter scoort dan auto’s van ong. dezelfde grootte of niet.
4 .Brandstofbesparende accessoires: veel nieuwe auto’s zijn uitgerust met een boordcomputer en/of cruise-control. Deze accessoires kunnen u helpen bij het nieuwe rijden. Zo laat de boordcomputer u tijdens het rijden zien hoeveel brandstof u verbruikt. Daardoor kunt u uw rijstijl direct aanpassen, met direct zichtbaar resultaat. Ook kunt u na een rit het gemiddelde brandstofverbruik aflezen. Gebruikt u de cruise-control, dan rijdt u automatisch gelijkmatiger en verkleint u de kans op snelheidsovertredingen. En dat bespaart brandstof en natuurlijk ook bekeuringen. Terwijl u tergelijkertijd veiliger en meer ontspannen rijdt.
Tip 1. Schakel zo vroeg mogelijk op naar een hogere versnelling, tussen 2000 en 2500 toeren.
Tip 2. Ziet u dat u snelheid moet minderen of stoppen voor een verkeerslicht laat dan tijdig het gas los en laat de auto in de versnelling van dat moment uitrollen.
Tip 3: Rij 80 in z’n 5.
Tip 4: Controleer maandelijks de bandenspanning.
Tip 5. Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer op het overige verkeer.
Tip 6: Zet de motor uit bij kort stops, zoals bij een openstaande brug, bij een spoorwegovergang, in de file, wanneer u iemand afhaalt, etc. Start u weer, doe dit dan zomder gas te geven.
Tip 7: Maak, indien mogelijk, gebruik van in-car apparatuur zoals een toerenteller, cruise control en boordomputer.
Tip 8: Let bij aanschaf van een nieuwe auto op het energielabel.
Tip 9. Maak zo weinig mogelijk gebruik van energievreters, zoals airconditioning en dakkoffers.


P.

* Uw papieren kwijt tijdens uw reis door zakkenrollers. Bereid u voortaan beter voor.  Kopieer op een USB-stick (met een wachtwoord beveiligen) uw paspoort, id-kaart, rijbewijs, bankpassen, creditkaarten, verzekeringsbewijzen en andere belangrijke documenten, desnoods uw tickets! Bewaar de geheugenstick altijd apart van uw pas en bankkaarten. Stuur de gescande bestanden ook per e-mail aan uzelf, als bijlage bv., aan een mailadres dat alleen door u kan worden geopend.

Bewaar dus de USB stick niet in uw handtas, maar op een verborgen plek.
Ook kunt u op de USB stick het PUK nummer van uw mobieltje en het serienummer van uw notebook of laptop zetten, zodat bij diefstal de goederen makkelijker kunnen worden opgespoord, danwel geblokkeerd.

* Een party plannen kan als volgt:
De eerste stap: Wie helpt mee organiseren? Prik samen een datum en spreek een tijd af. Om vier uur starten werkt goed als er veel kinderen zijn en om 10 uur eindigen is het best om geluidsoverlast te voorkomen, behalve als iedereen in de buurt meedoet natuurlijk. De organisatie is simpelweg in te delen in buurt, fun, styling, eten en drinken. Buurt .

* Een vergunning van de gemeente is vaak nodig om de straat af te zetten. Bel op tijd, het duurt meestal wel een paar weken.
* Alle parkeerplaatsen op tijd vrijgemaakt geeft genoeg ruimte. Met een briefje onder de ruitenwisser kunt u ‘wildparkeerders’ een week voor het feest vragen een straat verderop te parkeren.* Helaas komt aan al het goede een eind…. er moet na het feest opgeruimd worden. Tip: met kleine opruimronden tussendoor voorkomt u een grote klus als het feest is afgelopen.
Fun.
* Een zelfgemaakte uitnodiging verhoogt de opkomst. Een extra remider (kaartje door de bus, dag of vier voor het feest) werkt ook goed.
* Vooraf een playlist met een rits hits op iPod of gebrand op CD: gegarandeerd uren dansplezier.
* Twee buren met camera’s (1foto, 1 video) leggen het feest vast. Leuk voor de napret.
Styling .
* De kinderen kunnen met een bolderkar langs de deuren om versierspullen op te halen.
* Tafels verzamelen uit alle tuinen? Een mooi wit tafelkleed tovert verweerde tuintafels binnen tien seconden om in echte feesttafels.
* Bont gekleurde bordjes, bestek en placemats geven een lekker sfeertje aan het feest.
Eten.
* Wel zo makkelijk als ieder één gerechtje maakt, hoeft het voor iemand veel werk te zijn.
* Waar staan de salades? En waar is de fruitsalade gebleven? Zoeken voorkomt u door al het eten in één keuken te bewaren. Goed idee om de koelkast in de keuken vooraf leeg te maken. Al het eigen eten naar de buren dus.
* Barbequeën tijdens het feest? Slim om dat met z’n tweeën te doen. Zo kunt u tussendoor wisselen, en voorkomt u dat één iemand de hele tijd achter de grill staat.
Drinken.
* Ook drank kan ieder zelf meenemen. Liever gezamenlijk inkopen? U kunt de zware flessen ook laten bezorgen.
* Fris, wijn en bier hebben een paar uurtjes nodig om koud te worden. Handig dus om die een dag van tevoren te kopen en vast koud te leggen.
* Ijs- en ijskoud tip:  grote club mensen? Alle kinderbadjes uit de buurt verzamelen. Tuinslang met ijskoud water en koelelementen erin … en frits bier en witte wijn blijven de hele avond koud.

* Pensioenen:  u hoort en leest er de laatste tijd veel over. Wilt u weten hoe u er later voorstaat? Kijk dan op ww.mijnpensioenoverzicht.nl voor de stand van het pensioen via uw werk en uw AOW. Het enige wat u nodig heeft is uw DIGID-code. De rest wijst zich vanzelf. Na het invullen van enkele persoonlijke vragen ziet u wat u straks per jaar te besteden heeft. Handig om nu al te weten.

* Eerste hulp bij pesten:
1. Als u erachter komt dat uw kind wordt gepest, schrik dan niet, maar blijf kalm. Uw kind hoeft niet te weten dat u in paniek raakt of er emotioneel door wordt geraakt.
2. Vraag aan uw kind wie het doen, wat ze doen en waar ze het doen.
3. Als uw kind dat niet durft te vertellen uit angst dat bekend wordt dat het ‘geklikt’ heeft, stel het dan gerust en zeg dat niemand op school erachter zal komen dat hij het heeft verteld.
4. Maak een afspraak met de leerkracht, vertel wat u heeft gehoord en vraag een ‘heterdaadje’ te organiseren. Dit houdt in dat de leerkracht andere volwassenen op de hoogte stelt van het wie, wat en waar, met de vraag om goed op te letten. Wanneer iemand ziet dat er opnieuw wordt gepest, vertelt deze aan de betreffende leerling dat het pesten is gezien en meldt het vervolgens aan de leerkracht. Die kan dan hulp inzetten.
5. Als blijkt dat de school deze hulp niet in het beleidsplan van de school heeft opgenomen, is de volgende stap om een brief aan het bestuur te schrijven en een beroep te doen op art. 3 van de ARBO wet. Op www.pesten.net vindt u onder de kopjes ´ouders´ en ´conceptbrief´ een voorbeeldbrief.
6. Onderneemt het bestuur geen actie, meld de pestsituatie en de reactie van het bestuur dan bij de Inspecteur van de school. Het adres van de inspecteur is in de Schoolgids te vinden.
7. Ga op zoek naar een andere ouder van wie het kind ook wordt gepest, neem contact op met een van de leden van de Medezeggenschapsraad (MR) en vraag om goed beleid. Een MR komt namelijk niet in actie bij een individueel geval, maar wel wanneer er sprake is van een gemeenschappelijk probleem.
8. Als niets helpt, hou uw kind van thuis. Onder het kopje ´calamiteiten´ op www.pesten.net is een gevalsbeschrijving hierover opgenomen.
9. Als ook dat niet helpt, ga dan op zoek naar een andere school.
10. Maak aan uw kind duidelijk dat het niet zelf de oorzaak is geweest van het pestgedrag, maar dat de volwassenen op sommige scholen niet tegen pestkoppen durven te zeggen dat ze onmiddellijk met het foute gedrag moeten ophouden. De school zou leerlingen verantwoordelijk moeten maken voor elkaars veiligheid, maar dat lukt blijkbaar vaak niet.

* Harder rijden en eventueel de verkeersregels overtreden zonder anderen in gevaar te brengen, is onderdeel van de politiesurveillance. Overigens hoeft u de politieauto dan geen uitzonderlijke voorrang te verlenen. Pas met sirene en zwaailichten (dit mag alleen vanuit de meldkamer), wordt de politieauto een voorrangsvoertuig en moet u wél aan de kant gaan.

* Het klinkt misschien een beetje gek. Maar als u iets op wilt schrijven een dagboek bv. neem dan eens een nieuw scherpgeslepen potlood en een nieuwe opschrijfmap.  Mensen die een dagboek bijhouden zijn optimistischer en blijken gelukkiger te zijn met hun leven.

algemene dingen q t/m u
R.

* Waarom is een rode loper rood? In de Middeleeuwen vond men dat koningen niet op dezelfde aarde mochten lopen als het volk. Zij werden daarom ontvangen met een goddelijk, rood tapijt. De hoge status van de kleur rood heeft een practische verklaring. De kleurstof rood was tot an de Middeleeuwen zo kostbaar dat het alleen voor koningen te koop was. Pas met de introductie van synthetische verf ergens halverwege de 18e eeuwm werd het rode tapijt voor iedereen betaalbaar. Ook dacht men euwenlang dat rood geluk bracht, de goden gunstig stemde en beschermde tegen kwaad.
De rode loper werd in1902 voor het eerst ingezet als marketinginstrument bij The New York Central Railroad. Dee spooorwegmaatschappij rolde de loper uit voor de 20th Century Limited passagierstrein; een speciale behandeling voor speciale reizigers.
Overigens in China gold de gele kleur om dezelfde redenen als hierboven van de kleur rood gezegd werd als speciaal.

* Een goede rookverdrijver na een feestje is een in spiritus gedrenkte spons. De volgende ochtend de ramen nog even openzetten en goed laten ventileren.

* Hoe moet u richting aangeven bij een rotonde. Vroeger was de regel dat u bij het driekwart ronden van een rotonde richting aan moest geven naar links. Nu hoeft u alleen maar richting aan te geven als u de rotonde verlaat. De rotonde moet u dus beschouwen als een rechtdoorgaande weg.

* Wijs bij een ruzie nooit een dader of een slachtoffer aan, ook al is het ene kindje jonger dan het andere. Probeer daarentegen de rust terug te krijgen door te praten en te zeggen dat u ze wilt helpen om de ruzie op te lossen.
Heeft een kind de ander pijn gedaan? Vertel dan wat u heeft gezien, zonder direct een oordeel te vellen. Wellicht kunt u erop aansturen dat de een de ander troost.
Geef zelf het goede voorbeeld door rustig te blijven en leer uw kind hoe u door middel van taal een ruzie kunt bijleggen.
Trek de twee ruziemakers in het heetst van de strijd niet uit elkaar maar zet ze samen op schoot en troost ze.
Wil een kind zijn speelgoedje echt niet delen? Dan is er een simpel trucje. Geef het andere kind een ander mooi speelgoedje en richt hier positief de aandacht op. Binnen enkele seconden zal het andere kindje ook geïnteresseerd zijn en kan er worden geruild. Wederom om de beurt spelen.

S.

* Geef elk kind een eigen ordner voor schoolwerkjes. U kunt behalve schoolwerk ook foto’s van een vakantie, het diploma van een sportdag enzovoorts.in die ordner doen. Het wordt dan een soort dagboek waar de kinderen later met plezier in kijken.

* Zoek Sinterklaas niet op veertig plekken op. Hou het bij zijn aankomst en uw werk. Als Sinterklaas te echt wordt, begrijpen kinderen niet dat hij na 5 december opeens verdwijnt.
Vier Sinterklaas zoals u het vroeger zelf thuis deed. Dan blijft het een traditie.
Vier 5 december ook met beperkt budget. Laar de nationale kindervriend één grote wens vervullen en daar omheen kleine wensen.
Geef buiten speelgoed  nuttige zaken, zoals sjaals en handschoenen.

 

* Bent u uw sleutels kwijt? Neem dan een kofferlabeltje en zet daarop alleen uw mailadres i.p.v. NAW gegevens.
* Als u aan uw overbelaste sleutelring de sleutels van verschillende veiligheidssloten niet meer in het donker kunt onderscheiden, neem dan een vijl en slijp er bij enkele een plat kantje aan of een hoekje uit.

* Stuur eens een SMSje zomaar op een onverwacht moment. Natuurlijk met een leuk berichtje, iets te geven is leuk.

* Het klinkt logisch, maar mensen zijn niet even groot, dus is het niet logisch om spiegels in uw huis op dezelfde hoogte te hangen. Neem eens twee spiegels en hang de ene hoger op dan de andere, voor ieder een eigen spiegelbeeld.

* Voor oudere personen zijn lage stoelen zonder armleggers minder geschikt.

* De stookkosten omlaag? Trek wat vaker een warme trui en/of sokken aan. Scheelt de nodige euro’s aan stookkosten.

T.

* Loopt u ook wel eens tegen de trekhaak aan van een auto en zit er dan een vlek in uw kleding. Dat kunt u voorkomen door op de trekhaak een dop van een slagroombus te doen.

* Kijkt u bij buitenlandse series of films op TV   eigenlijk ook alleen maar naar de ondertitels, schuif er dan eens een stukje karton voor en u leert uw talen nog eens op een andere manier.

algemene dingen v t/m z
V.

* Let voordat u op vakantie gaat op de volgende zaken:
5 dagen voor vertrek: bekijk hoeveel producten met uiterste houdbaarheidsdatum er in de koelkast liggen. Gooi deze niet ewg, maar eet ze lekker op. Kaasomeletten, yoghurtdressings en ovenschotels zijn gemakkelijk te maken met restjes.
2 dagen voor vertrek: stel tijdschakelaars in voor de verlichting, zodat elke avond automatisch het licht in huis aangaat. Op die manier valt het niet op dat uw huis tijdelijk onbewoonds is en houdt u inbrekers op afstand. Doe dit twee dagen van tevoren, dan vergeet u het niet in de laatste vakantiedrukte.
8 uur  voor vertrek: draai de thermostaat terug tot 10-15 C. Dit bespaart u flink wat euro’s. De verwarming heeft u deze dag toch niet nodig. Waarschijnlijk bent u bezig met de laatste loodjes en het inpakken.
6 uur voor vertrek: haal de stekkers van alle apparaten in hui uit het stopcontact. Zo voorkomt u sluipverbruik door bv. de stand by-stand en verkleint u de kans op brandgevaar door blikseminslag.
4 uur voor vertrek: heeft u huisdieren? Vergeet niet het voer klaar te zetten op een opvallende plek, zodat degene die op uw huisdier past dit meteen ziet staan. Koop voor de zekerheid een extra zak, zodat er genoeg voorraad aanwezig is.
1 uur voor vertrek: controleer of alle ramen in huis gesloten zijn. Ook de kleine raampjes, zelfs dek leinste kiertjes kunnen uitnodigend zijn voor inbrekers.
Om uw vakantiegevoel te behouden, neem dan eens een geurtje of shampoo mee uit het vakantiegebied. U houdt het gevoel langer vast.

* Zet de verwarming of ventilatie in uw auto altijd af, als u in een file, een tunnel of drukke straat rijdt, om het opzuigen van de laaghangende uitlaatgassen te voorkomen.

* Let erop dat uw verzekeringen niet te laag zijn ingeschat. U koopt tenslotte steeds nieuwe spullen en er komt meer apparatuur bij. Ook als de kinderen groter worden komen er meer spullen en alles wordt duurder. Laat uw inboedelpolis eens doorlichten door een mannetje van de verzekering.

* Vissers! Haal het tuig dat in strikken en bomen terecht komt eruit. Vogels raken hierin verstrikt, kunnen niet meer loskomen en sterven.

* Een vuurtje in de open haard als het koud is, dan kunt u uren kijken naar de dansende vlammetjes. U moet wel checken of het hout dat buiten heeft gelegen droog genoeg sis voor de open haard. Sla twee blokken tegen elkaar, bij helder geluid zit u goed.

W.

Weer weetjes.

Droog weer.

Als de kippen niet schuilen voor de regen is de regen snel voorbij.

Als de vossen huilen is het gedaan met de regen.

De kievit laag, de zwaluw hoog, het blijft droog.

Als de kikvors nat is regent het niet.

Zijn ze droog, dan kunt u regen verwachten.

Herfst.

Een mooie herfst is een voorbode voor een stormachtige winter.

Veel mist in de herfst, veel sneeuw in de winter.

Een warme, vochtige herfst is de voorbode van een lange winter.

Veel eikels in september, veel sneeuw in december.

Onweer in september, rond de kerst sneeuw in overvloed.

Een heldere herfst wordt vaak gevolgd door een winderige winter.

Veel bloemen in de distels voorspellen een goede herfst.

Als het in oktober sneeuwt krijgt u een zachte winter.

Als het blad in oktober nog aan de eik zit kunt u rekenen op een strenge winter.

Een natte november brengt veel gras in het voorjaar.

Koud weer.

Witte zwaluwen betekenen een koude zomer.

Als de trekvogels aanstalten maken om te vertrekken, dan is de kou op komst.

De veldmuis in huis, de kou niet ver weg.

Als de wijnranken huilen, is de kou nog niet verdwenen.

De lente.

Een laat voorjaar, een vroege winter.

Als de lijster schreeuwt is de lente in aantocht.

Veel mist in maart, veel regen in de zomer.

Maart met veel wind wordt goed gemaakt door de daarop volgende mooie meimaand.

Onweer in maart, dan sneeuwt het in mei.

Maart roert zijn staart.

April doet wat hij wil.

Aprilletje zoet, geeft nog vaak een witte hoed.

Als kikkers in april al kwaken moet men voor sneeuw en vorst nog waken.

 

En natte aprilmaand, dan is juni vaak droog.

April droog en winderig gaat ten koste van de groei.

Als in mei de kwartel slaat weet je dat het regenen gaat.

Mooi weer.

De kalveren spelen in de wei, mooi weer op komst.

Als de kat zich wast komt er mooi weer.

Als de kippen vroeg op stok gaan, komt een mooie weer eraan.

Als de mestkever ‘s avonds druk in de weer is kunt u een mooie dag verwachten.

Vandaag spelen en dansen de muggen, morgen een mooie dag.

Als de kruisspin haar net strak spant dan blijft het mooi en rustig weer.

Alles opgegeten, morgen mooi weer???

Onweer.

De spin traag en lui, dan is onweer niet ver.

Zwaluwen in huis en de bliksem zal niet inslaan.

 

Heeft de koe tijdens het lopen de kop opgeheven, dan komt er beslist onweer op zetten.

Als de schapen met de koppen naar elkaar gaan staan dan is onweer niet ver weg.

Regen.

 

Als de hennen gras pikken komt er regen.

Als de zwaluwen laag vliegen komt er regen.

Als de kraaien krassen komt er regen.

Als de ezel zijn oren schudt is er regen op komst.

Kraait een haan op ongewone tijd, dan is er regen in aantocht.

Werkt een ooievaar eieren uit het nest, betekent dat een jaar met veel regen.

Hoort u de snip slaan? Zij verkondigt regen.

Kruisen veel kikkers uw pad, dan komt er spoedig regen.

Niet al het kwaken van de kikker betekent regen.

Als de padden op pad zijn is regen nabij.

Vissen springen, regen op komst.

Zitten veel vissen hoog in het water, betekent dat voor de dag niet veel goeds.

Spelende muggen in de schaduw? U kunt regen verwachten.

Ziet u grote spinnen kruipen dan kunt u binnen drie dagen regen verwachten.

 

Ook als de tuinslakken uw pad kruisen is regen niet ver.

Wil de rook niet uit de schoorsteen? Er is regen op komst.

Slecht weer.

Gaan de hennen ver van het hok dan is slecht weer op komst.

Komen de koeien later naar de stal, betekent dat voor de volgende dag niet veel goeds.

De ezel speelt, er komt slecht weer.

Als een spin haar net kapot maakt is er slecht weer op komst.

Een ekster alleen, slecht weer in aantocht. Ziet u ze samen dan is het gebeurd met de regen.

Dooiend weer is slecht weer.

Wind.

Als de klaver rechtop staat is er storm op komst.

Alleen de hoogste bomen laten zien uit welke hoek de wind waait.

Zijn kinderen onrustig en luidruchtig dan is er storm en regen op komst.

De hennen schudden zich in het zand, er komst storm.

Als de kraaien blijven rondcirkelen is er storm in aantocht.

Winter.

 

Zit de haas dik in zijn vel, dan komt koning winter snel.

Des te hoger de mierenhoop, des te strenger de winter.

Veel mist en wind in december zijn de voorboden van een slecht jaar.

Geen sneeuw in december merkt u pas echt in maart.

Veel sneeuw en ijs in januari beloven een goed jaar.

Is januari vochtig en koud, dan is het voorjaar droog en grimmig.

As het gras in januari groeit, groeit het de rest van het jaar niet.

In februari is sneeuw de beste bemesting.

Vastentijd zonder regen, een jaar vol zegen.

Komt de mier in februari kijken, zal het nog lang geen voorjaar lijken.

Als de bomen twee keer bloeien verwachten we een lange winter.

Veel sneeuw, hooi maar weinig fruit.

Een winter zonder sneeuw is goed voor de bomen.

Een droge winter voorspelt een droge zomer.

Onweer in de winter wordt gevolgd door veel kou.

Het huilen der vossen brengt veel sneeuw in de bossen.

Als het beukenblad snel en vroeg valt zal de winter streng en helder zijn.

Als de peer stevig aan zijn steel hangt, reken dan maar op een hele koude winter.

Als de zwaluw en de eekhoorn zijn verdwenen is de winter nabij.

Het trekken van ganzen en eenden is een voorbode van de winter.

Laat in de herfst nog muggen? De winter zal niet koud zijn.

Geen paddenstoelen in de herfst, geen sneeuw in de winter.

Hoe dieper de hamster zijn hol graaft, des te strenger wordt de winter.

De zomer.

Als de leeuwerik zingt betekent dat nog geen zomer.

Roept de koekoek en zingt de nachtegaal, dan is de zomer overal.

Als de bosmieren een hoog huis bouwen, is de zomer droog.

Een zwaluw maakt nog geen zomer.

Kikkerdril in diep water? Een droge zomer volgt.

Een vroege zomer betekent maar al te vaak een slechte oogst.

Een hete zomer wordt vaak gevolgd door een strenge winter.

Noordenwind in juni houdt het onweer op een afstand.

Regen in juli en de oogst is goed.

Wat juli en augustus niet koken kan de septembermaand niet braden.

Een koekoek die in augustus roept kondigt een strenge winter aan.